Het Collegium Fraternitatis: gravure met de symbolische tempel van de klassieke rozenkruisers

Als aanvulling op zijn Pandora schreef Daniël Mögling ‘binnen een halve dag’. begin maart 1617, voor Caspar Tradel, dr. in de rechten, zijn Speculum Sophicum Rhodostauroticum van Theophilus Schweighardt. In dit werk zijn een drietal fravures afgebeeld, waarvan de tweede de tempel van het Rozenkruis voorstelt. De betekenis van de symboliek in deze afbeelding is voor een groot deel ontleend aan Wilhelm Begemann (Bemerkungen zu einigen Rosenkreuzerschriften uit 1896 en gedeeltelijk aan Peter Huijs (Compendium van de Rozenkruisgeschriften in beeld, een voordracht weergegeven in ‘De Rozenkruisers ontsluierd’ onder redactie van J. van Schaik 1994).

Aan de bovenkant staat in het midden geschreven ‘oriens’ het oosten, de plaats waar de zon opkomt. Daaronder, in een wolk met vleugels, de Hebreeuwse letters HVHJ voor Jehova, onder wiens vleugels de broederschap in de schaduw staat. Uit deze wolk steekt een hand met daarin een koord, bevestigd aan een vierkant gebouw op vier wielen, de tempel, in de Fama Fraternitatis het gebouw ‘Sancti Spiritus’ genaamd. Tussen de twee wielen staat het woord ‘moveamur’, laten wij voortgaan. 

Links van de deur staat een roos afgebeeld en rechts een kruis. Boven de ronde vensters bevinden zich twee, naast elkaar geplaatste, vierkante ramen. Voot het linker raam bevindt zich een man die met zijn rechter wijsvinger op een globe wijst. Uit een raam is een vogel met een brie gevlogen met het opschrift ‘ad I.C.D.’ wat betekent ‘naar Julius Campis. door het raam zijn een aantal alchemistische gebruiksvoorwerpen te zien. Uit dat raam is eveneens een vogel met een brief gevlogen met het opschrift ‘NostroT.S.’, ‘Onze Theophilus Schweighardt’, die dus blijkbaar tot de orde was toegelaten. Boven deze ramen staat de spreuk: Jesus nobis omnia’, Jezus is ons alles.

Links van de beide vierkante ramen is een rond raam waaruit een rechterarm steekt met in de hand een zwaard. Boven het zwaard staat het woord ‘cavete’, past op. Onder de arm staat geschreven Jul: de Campi’. Julianus de Campis had in 1615 een Sendbrieff oder Bericht an alle welche von der Neuen Brüderschaff des Ordens vom Rosen Creutz genannt, etwas gelesen, oder von andern per modum discursis der sachen beschaffenheit, vernommen geschreven, dus een ‘Zendbrief aan allen die iets van de nieuwe Broederschap, van de orde van het Rozenkruis genaamd, gelezen of van anderen door middel van een gesprek vernomen hebben over de aard van de zaken.’

Aan de rechterkant van het gebouw bevindt zich een ophaalbrug die half is opgehaald. Hieronder staat geschreven ‘SI DIIS PLACET’, zo het de goden behaagt. De deur is op een kier geopend en daarboven staat geschreven ‘VENITE DIGNI’ ‘treedt binnen die waardig zijn’. Uit een rond raam aan de rechterzijde steekt een trompet waarop geblazen wordt, met daaronder de letters C.R.F., Christian Rosencreutz Frater, broeder Christian Rosencreutz.

In de torentjes op de hoeken staan mannen met in de rechterhand een palmtak, in de klassieke oudheid een teken van overwinning, en in de linkerhand een schild met daarop de Hebreeuwse letters voor Jehova. Op het dak bevindt zich een achtkantige koepel voorzien van vleugels. Daarboven het klokkentorentje met daarin een hangende klok. Boven de tempel staat het opschrift ‘Collegium Fraternitatis’ en het jaartal 1618. Collegium betekent een groep van personen met gelijke bedoelingen of belangen die daartoe als zodanig een lichaam vormen, dat hier ‘Broederschap’ heet. 

In de beide bovenhoeken stralen de sterren in Serpentarius, de Slang, en Cygna, de Zwaan, met daaronder geschreven ‘videamine’, toon uzelf nu. Bij het sterrenbeeld de slang staat het jaartal 1604. In dat jaar ontdekte Kepler een nieuwe ster aan de voet van de slangendager, onderdeel van dit strrenbeeld; in 1602 was in het sterrenbeeld de zwaan al een onbekende ster waargenomen. Volgens de voorspelling in de Fama is 1604 eveneens het jaar waarin het graf van Christiaan Rozenkruis door de broeders werd teruggevonden.

Onderaan, in het midden, staat het woord ‘occidens’, het westen of avondland waar zich degenen bevinden tot wie de Fama zich richt. Dat zijn de hoofden, standen en geleerden van Europa, waarvan het merendeel niet ziet waarom het gaat. Zo loopt de wereldlijke macht, in de vorm van een soldaat, het gebouw voorbij. De adellijke ruiter heeft zijn hoofd geheel afgewend. De wandelende geleerde of marskramer links, met zijn kennis als ballast op zijn rug, heeft zijn hoed zo op zijn hoofd, dat hij het gebouw niet kan zien.

Slechts drie personen merken het gebouw op. de persoon rechtsonder die geknield zit en zijn hoop, het anker, gevestigd heeft op God. Hij ziet het gebouw als vervulling van zijn reis voor zich. Alle eigenwaan is verre van hem, want hij zegt: ‘ignorantium meam agnosco’, ik erken mijn onwetendheid. en hij smeekt: ‘Juva Pater’, help mij Vader’.

De tweede persoon die het gebouw opmerkt is de man linksonder, die aan een koord uit de put van de meningen ‘puteus opinionum’ omhoog getrokken wordt, waarin hij door verschillende oorzaken ‘per multa discrimina rerum’, terecht is gekomen. 

De derde persoon die het gebouw opmerkt is de man aan de rechterzijde waar staat ‘Festina lente’, haast u langzaam, doe kalm aan , maar deze waarschuwing in de wind sloeg en naar beneden stort.

Links in het midden is de ark van Noach op de berg Ararat geland, zoals in Genesis 8 beschreven staat. van waaruit twee duiven vliegen. Uit de tekst van het boek blijkt dat het hier een gelijkenis betreft. zoals Noach duiven liet uitvliegen om een boodschap te ontvangen, zo dient de kandidaat voor inwijding zijn zendbrieven uit te sturen en te wachten tot hij of zij antwoord ontvangt.

Vanuit ‘sepentrio’, het noorden, links, vliegt een vogel naar de broederschap en eveneens vanuit ‘meridies’, het zuiden, rechts, met brieven met het opschrift ‘Ad Fratres’, naar de broeders en ‘Fratri’, broeders. 

Links van de tempel staat een woonhuis, met in hoofdletters erbij geschreven ‘NOTA’. Dit woord heeft veel betekenissen. Zoals ‘ergens de aandacht op vestigen’, of als aanwijzing’. Maar het betekent ook ‘geheimschrift’. Misschien wordt hier bedoeld wat heildel zegt, namelijk dat ‘de broeders in een huis wonen, maar dat buiten dat huis en in dat huis en door dat huis is, wat men de tempel zou kunnen noemen. 

De tempel ligt vlak buiten een stadje omgeven door bossen, en links van de tempel stroomt een rivier, waarvan in de Asserio sprake is.

Bron: Max Heindel en The Rosicrucian Fellowship door Ger Westenberg, addendum 10 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *