De Essenen: broederschap rond het begin van de jaartelling die streefde naar zuiverheid en de Messias wilde voortbrengen

Meer dan een eeuw voordat de bekende evangeliën werden geschreven, en meer dan twee eeuwen voordat de christelijke gnostieke scholen ontstonden kun je  Essenen een aantal van dezelfde ideeën, heel puur, en in essentie, terugvinden.

Vele zegswijzen uit de Bijbel, gebeden, vele zegeningen en zelfs een deel van de Bergrede die Jezus uitspraak komen direct uit hun kringen. Er wordt wel gezegd dat de term ‘nieuw testament’ teruggaat op hun term ‘nieuwe verbond’.

Essenen.008

Gedurende bijna vier eeuwen, van 300 voor Chr. tot 100 na Chr. leefden zij in een wereld die afgewend was van het Licht, maar nog niet zo verdicht was als in de huidige periode.

De ceremonie of het rituaal dat ‘het laatste avondmaal’ wordt genoemd, wordt in alle kerken, protestants, orthodox of katholiek nog steeds voltrokken. Dit gebruik komt oorspronkelijk uit Esseense kringen. Het stamt af van de ‘Eenheid van Brood en Wijn’, die door hen het ‘Maal van de Messias’, het Maal van de Verlosser of Verlossing werd genoemd.

Want Jezus hief de beker op waarlijk Essense wijze, en ook op Egyptische wijze, toen hij zijn trouwe twaalven verzekerde, dat zij met hem in het Koninkrijk zouden aanzitten.

In ‘Het Manuaal der Regels’, een tekst die van de Essenen bewaard is gebleven, lezen we: ‘Als dan de tafel gereed gemaakt is voor de maaltijd, en de nieuwe wijn is bereid, zal de priester de eerste zijn die zijn handen uitstrekt en de eerste vruchten, het brood en de wijn zegent.’

Een andere in het oog springende overeenkomst tussen de Essenen en de eerste christenen was dat zij zich samenvoegden in gemeenschappen, dat zij hun bezit en hun leven en hun goederen deelden, en dat zij uitzagen naar het Nieuwe Rijk dat komen zou.

Zoals iedere werkelijke wijsheidsstroming uit een uiterlijke en een innerlijke lering bestaat kenden ook de Essenen deze tweedeling. Door hun eeuwenlange traditie van natuurlijk en zuiver leven was het alsof zij het leven konden zien als in de oorspronkelijke zuiverheid, bij de aanvang van de schepping.

Hun doel was: de Messias te brengen, een leraar, een van de groten, die het koninkrijk van de hemelse Vader zo dichtbij zou brengen dat ieder mens erin kon binnengaan. Vanuit hun verblijven rond de Dode Zee zonden zij vele leraren uit. De profeet Elia was een van hen.

Johannes, die de ‘doper’ werd genoemd, kwam bij hen vandaan, en ook die andere Johannes, die bekend staat als ‘de geliefde leerling’ van Jezus de Nazarener. En de in oorsprong gnostieke groepering van de Mandeeën, die ook vandaag de dag nog bestaat, stamt af van deze Esseense Broederschap.

De Essenen vormden een zeer gesloten gemeenschap die voornamelijk spirituele doelen kende, en vooral streefde naar zuiverheid.  De gedachte die daarbij voorstond was dat de mens een wezen was dat bestond uit twee beginselen. Het beginsel van het licht, van de levende godheid, en het beginsel van de wereld van de duisternis, van de tegenoverweger  die licht van de mensen moet stelen om te kunnen volharden in een van het licht afgewend bestaan.

Door een zo rein mogelijk leven, en een ver doorgevoerde morele zuiverheid, kwamen de Essenen vrij van die tweevoudigheid. Zo vormden zij een groepering die respect genoot onder de bevolking, maar die door de heersende klasse van de priesters en schriftgeleerden met argusogen werd bekeken.

Net als in de Pythagorese scholen was de eerste beproeving zwijgzaamheid, en net als de Pythagoreers zouden zij nimmer het vlees van een gedood dier eten. Alle bezit werd aan de gemeenschap gegeven en men leefde in de eenvoud van handenarbeid, studie en verdieping. Hun levenshouding van compromisloos, en hun kwaliteiten als heelmeesters waren onmiskenbaar.

In die dagen bood een gemeenschap zekerheid en bescherming. In een gemeenschap kon men op eenvoudige wijze in het levensonderhoud voorzien. De Essenen leefden dan ook eenvoudig.

Ze aten in stilte, ze waren gewend aan vroeg opstaan, en iedere dag wijdden ze zich voor zonsopgang aan studie en aan de ‘gemeenschap’ of het contact met de bezielende krachten van de natuur.

Daarnaast besteedde men tijd aan studie, aan innerlijke lessen, aan musiceren aan het helen van de zieken, aan plantengeneeskunde, aan het samenzijn en onderwijzen.

Op vrijdagavond begon hun ‘heilige dag’ , de Sabbath, en zowel het gebruik van de zevenarmige kandelaar als de zeven dagen van de week stammen direct van hen af.

De innerlijke leringen van de Essenen kwamen niet alleen van Mozes en Henoch. Ze waren ook het resultaat van een veel oudere traditie van heilige mannen en vrouwen, die de band met het licht, met de bovennatuur, nooit vergeten waren.

Ze waren de opvolgers van de Chaldeeuwse priesters en Perzische wijsgeren die de wetenschap na de sterren bestudeerden, en hoewel zij hun belangrijkste centrum hadden bij de Dode Zee, bij de Jordaan, kende men hun gemeenschappen eveneens in Syrië en vele andere landen. In Egypte werden ze Therapeuten genoemd.

De Essenen woonden op de oevers van meren en rivieren, altijd in de vorm van gemeenschappen, en ze kenden geen slaven, geen bezit, geen rijk en arm maar stelden alles in dienst van het geheel. Daardoor werden ze altijd door het geheel gedragen, gesteund en geborgen.

Bron: Gnosis, stromen van licht in Europa van Peter Huijs

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *