Rudolf Steiner over de kringloop van het jaar – de overgang naar de herfst en het Michaëlsfeest

BESTEL DE KRINGLOOP VAN HET JAAR

In tien voordrachten schildert Rudolf Steiner (fakkeldrager van het Rozenkruis 16) de kringloop van het jaar als een etherisch ademproces van de aarde. De aarde ademt in de winter in en in de zomer uit. Bewust of onbewust heeft de mens aan de grote beweging van de jaargetijden deel. Zo doet de aarde zich kennen als een levend organisme, waarachter geestelijke wezens schuilgaan – niet alleen de verschillende natuurgeesten, maar ook aartsengelwezens. Vier van deze aartsengelen zijn volgens Steiner verbonden met de vier grote jaarfeesten, respectievelijk Gabriël met Kerstmis, Rafaël met Pasen, Uriël met Sint-Jan en Michaël met het Michaëlsfeest zelf. Hieronder volgen een gedeelte uit het nawoord van Jan Diek van Mansvelt en de inhoudsopgave.

VAN URIËL NAAR MICHAËL

Op verschillende plaatsen in deze voordrachten houdt Rudolf Steiner een pleidooi voor het bewust vorm en inhoud geven aan het Michaëlsfeest. Op dit herfstfeest worden we opgeroepen in de afstervende, uiterlijke, materiële natuur met haar oneindig vele verschijningsvormen de levende geestwerking te herkennen (denkend) en te erkennen (gevoelsmatig). ‘Ontwikkel de moed om als mens, vanuit je eigen geestbewustzijn, de geest in de natuur te herontdekken. Dat moge de inhoud worden van het nieuwe herfstfeest op 29 september: het Michaëlsfeest van de toekomst,’ zo zegt Steiner het ongeveer. Het doel daarbij is om vanuit die nieuwe menszijn, dit bewustzijn van de geest die werkzaam is in de materie, de aarde praktisch te vernieuwen. We moeten met Michaël dus iets dóen.

Michaëlisch handelen is intuïtief handelen, dat betekent handelen vanuit een toekomst die je niet kunt kennen. Dat lijkt ver weg, maar is toch dichterbij dan we vaak denken: je wordt door niets gehinderd, dus je kunt gewoon dóen’. Het adagium ‘geen woorden, maar daden’ is hier van toepassing. Om tot intuïtieve daden te komen moet je echter eerst je innerlijke draken verbranden. Die draken willen je belemmeren om tot handelen te komen. Twijfel, haat en angst verhinderen dat je de stap naar buiten zet, en maken dat je terugschrikt om een nieuwe daad te stellen. 

We zijn wat het Michaëlsfeest betreft vaak geneigd om bij de imaginatie te blijven hangen. We pakken dit feest tot nu toe te imaginatief op: we hebben er een mooi beeld van. Michaël die de draak bestrijdt met zijn zwaard, en laten het daar vaak bij. Maar het Michaëlsfeest vraagt eigenlijk iets heel anders van ons: vernieuwende daden. Dat we daar niet voldoende aan toe komen, heeft mijns inziens te maken met het feit dat we het Sint-Jansfeest, dat aan het Michaëlsfeest voorafgaat, te weinig ontwikkeld hebben. 

Het Sint-Jansfeest, dat eind juni het begin van de zomer markeert, is niet zo ingeburgerd in onze cultuur als Kerstmis en Pasen dat zijn. Het leeft niet zo algemeen. Wat is de kern van het Sint-Jansfeest? Uriël, de aartsengel van dit feest, roept ons met zijn strenge blik op tot (zelf)scholing en (zelf)reflectie. Hij wil ons daarvoor uit onze normale huis-, school-, en werkomstandigheden losmaken en ons uitnodigen om het stramien te bekijken waarbinnen we normaal leven. En daar krijgen we aan het begin van de zomer alle gelegenheid toe.

De zomertijd daagt ons uit om ons dagelijks bestaan eens radicaal los te laten en serieus op pad te gaan om onbekende en verrassende aspecten van de wereld en van onszelf te durven ontdekken. En daarbij terug te kijken op wie we waren en wat we deden. Maar ook als we niet op meditatiecursus gaan maar gewoon met de kinderen gaan kamperen, ligt de uitdaging erin om de mogelijkheden die de soms banale vakantierealiteit ons biedt te herkennen en met beide handen aan te nemen. 

Een oud ritueel is om tijdens het Sint-Jansfeest over een vuur te springen. Dat is een beeld voor de sprong – niet helemaal zonder risico – die je in de zomer waagt om uit je normale bestaan los te breken en met anderen je bestaan onder ogen te zien. Maar we springen niet alleen meer over een vuur. De aantrekkingskracht van het bungee-jumpen, het wind-, golf- en kitesurfen, het steilewandklimmen, het deltavliegen en de overlevingskampen, zaken die we vooral in de zomer in pretparken en in de natuur kunnen ondergaan, kun je op die manier begrijpen. Uriël nodigt ons in de zomer dus uit om onszelf eens anders te zien en elkaar daarbij te helpen.

We kennen allemaal het bevrijdende en gelukzalige gevoel dat een goed bestede vakantietijd oplevert. Maar daarna vangt het ‘gewone’ leven weer aan en moet je weer ‘gewoon’ aan het werk. Dat kan een flinke domper opleveren. Het liefst zou je de bevrijdende tijd die de vakantie was willen vasthouden, maar je verstand en je omgeving maken je duidelijk dat dit niet kan. Maar is dat eigenlijk wel zo? Is het niet Michaël die je aan het einde van de zomer juist uitnodigt deze draken te verbranden en het oude stuk van jerzelf, dat je ontwikkeling nu belemmert, af te leggen? Een stuk dat je jarenlang tot hulp geweest is maar dat nu zijn tijd gehad heeft?

Nog op een andere manier biedt Sint-Janstijd kansen om terug te blikken, een beeld van onszelf te krijgen en te begrijpen wie we zijn. Het is immers ook de tijd van de examens, de rapporten en getuigschriften, waardoor je kunt zien wat je gepresteerd hebt, wat je bereikt hebt, en wat je kunt. Je krijgt ook op deze manier dus een beeld van jezelf aangereikt. Kun je dit beeld goed aannemen, dan heb je het uiterlijke bewijs niet meer nodig. Een mooi Michaël-ritueel kan dan zijn om dit tastbare getuigenis over jezelf uit het verleden letterlijk in het vuur te gooien. Met Michaël is namelijk het moment aangebroken om iets geheel nieuws te beginnen op basis van wie je geworden bent en wat je kunt. Het oude beeld van jezelf, bijvoorbeeld vastgelegd in de vorm van een getuigschrift in een la, zou je daarbij niet in de weg moeten zitten of je moeten verleiden daar veilig op terug te vallen.[…]

We hebben al met al reden genoeg om ons af te vragen in hoeverre we moedig en open de kansen aangrijpen die het leven (Michaël) ons biedt om onszelf te vernieuwen. Hoevaak verslapen we ze, pakken we ze niet op, vinden we nieuwe en onbekende zaken eigenlijk maar hinderlijk. We gaan ze dus uit de weg en blijven liever met onze oude vertrouwde draakjes rondfietsen. Het Sint-Jansfeest helpt je echter je draken te ontdekken, die je dan met Michaël moet zien te verbranden. In de tijd tussen Sint-Jan en Michaël gaat het om de vraag of je het oude en bekende onder ogen durft te zien en los durft te laten om een nieuwe stap in het onbekende te zetten en jezelf vanuit de onbekende toekomst te vernieuwen. 

LEES OVER DE BOVENSTAANDE VIJF BOEKEN VAN RUDOLF STEINER

INHOUD 

DE JAARCYCLUS ALS ADEMPROCES VAN DE AARDE

Eerste voordracht, Dornach, Paaszaterdag, 31 maart 1923
De kringloop van het jaar als ademhalingsproces van de aarde en de daarmee verbonden jaarfeesten. Winterzonnewende, inademing: geboorte van Jezus. Egyptische en Chaldeeuwse mysteriën. Pasen, begin van de uitademing . De bepaling van de Paasdatum. Sint-Jansfeest: uitademing. Michaëlsfeest: begin van de inademing. Michaëls strijd met de draak. Het Michaëlsfeest op 29 september. 

Tweede voordracht, Eerste Paasdag, 1 april 1923
De betekenis van de Paasgedachte. Paulus. De ademhaling van de aarde. Kersttijd: inademing. De chtonische mysteriën. Maankrachten en ahrimanische krachten in de winterse aarde. Sint Janstijd: uitademing. Het onderaardse en het bovernaardse. Pasen: het mysterie van Golgotha. Sint-Jansgedachte tegenpool van Kerstgedachte, Michaëlsgedachte tegenpool van Paasgedachte. Het feest van Michaël als herfstfeest.

Derde voordracht, Tweede Paasdag, 2 april 1923
Het meebeleven van de loop van het jaar in vroeger tijden. Middeleeuwen: Paasgedachte, graflegging en opstanding. Scholastiek. Moderne wetenschap als resultaat van de scholastiek. Toekomst: vernieuwing  van het maatschappelijk leven door de Michaëlsgedachte. De elementaire wezens in de kringloop van het jaar. Het herkennen van de drieslag in al het leven. 

Vierde voordracht, 7 april 1923
Midzomer- en midwinterfeesten in het verre verleden en hun samenhang met de mysteriën. Zomer: reidansen, poëzie en muziek. Beleving van het ik. de kosmische betekenis van het zingen van vogels. Winter: raadsels oplossen, ruimtelijke en plastische vormgeving. Beleving van de menselijke gestalte.

Vijfde voordracht, 8 april 1923
Het meebeleven van de kringloop van het jaar in de oude mysteriën. Midzomer: goddelijk-morele verlichting. Herfst: waarnemen. Winter: bezonnenheid. Lente: boetedoening. Inzicht in de natuur, inzicht in de geest. Openbaring van het niet-spirituele in de natuurwetenschap. De vernieuwing van het Michaëlsfeest tot een feest van zielemoed.

LEVEN MET HET JAAR IN VIER KOSMISCHE IMAGINATIES

Eerste voordracht, Dornach, 5 oktober 1923
De imaginatie van Michaël. De ijzer-spreuk, een wegwijzer in het astrale licht. Sulfurisering in de zomer, meteorisering in de herfst. Het illusiespel van Ahriman en de tegenkracht van het meteoorijzer. Natuurbewustzijn en zelfbewustzijn. De vergeestelijking van het ijzer tot het zwaard van Michaël.

Tweede voordracht, 6 oktober 1923
De imaginatie van Kerstmis. De aarde gezien vanuit de kosmos: een kwikzilverdruppel. Sulfur-, mercurius- en zoutprocessen in de vier elementen van de aarde en in de jaargetijden. Asvorming. Zon- en maankrachten in de winter. De imaginatie van de moeder met het kind. 

Derde voordracht, 7 oktober 1923
De imaginatie van Pasen. Metamorfosen van kalk. Hoop en illusies van de ahrimanische en de luciferische wezens. Hun voorbijgaande werking in de natuur, hun gevaar voor de mens. Tussen Lucifer en Ahriman: Christus. Het geheim van de genezende krachten in de natuur. De Paascultus. Rafaël met de mercuriusstaf. Christus als therapeut. 

Vierde voordracht, 12 oktober 1923

De imaginatie van Sint-Jan. Het geestelijke in de slapende natuur. Kosmische wil beneden, kosmische intelligentie boven. Het ernstige gelaat van Uriël. De verwevenheid van natuur en moraliteit. Geestelijke vader, stoffelijke moeder, zoon. De Sint-Jansimaginatie. De mysteriën van de hoogten, van de diepten en van het midden. 

Vijfde voordracht, 13 oktober 1923
De samenwerking van de vier aartsengelen in het jaarverloop. Treffende woorden uit Goethes Faust. De tweeledige werking van de aartsengelen: in de natuur en in het innerlijk van de mens. Het doorgeven van de ‘gouden emmers’. Uriël: gedachtenkracht. Rafaël: genezing. Gabriël: voeding. Michaël: bewegingskracht. De wintermaanden als poort voor de afdalende zielen. 

Nawoord (Jan Diek van Mansvelt)
Aantekeningen bij De kringloop van het jaar
Aantekeningen bij het nawoord
Bibliografie
Levensoverzicht Rudolf Steiner
Rudolf Steiner / Werken en voordrachten

Bron: ‘De kringloop van het jaar’ door Rudolf Steiner

BESTEL DE KRINGLOOP VAN HET JAAR

LEES MEER OVER DE BOEKEN OVER DE KRINGLOOP VAN HET JAAR EN DE JAARFEESTEN