Het consolamentum van de katharen – een gedeelte uit hoofdstuk 9 van ‘Gnosis – Stromen van Licht in Europa’

Waren de diverse groeperingen van de bogomielen relatief afhankelijk van een krachtig optredende leidersfiguur, de katharen waren oneindig veel sterker doordat er een kern van gewijde ‘bonshommes’ en ‘bonnes femmes’ was, die elkaar blindelings vertrouwden, die hun innerlijke eenheid op een voor de buitenwacht onbegrijpelijke wijze handhaafden. De dood op de brandstapel was minder schrikwekkend dan hun innerlijke eenheid te moeten opgeven. Bovendien kenden zij, op al even geheimzinnige wijze door alle eeuwen bewaard gebleven, de innerlijke structuur van de eerste christengemeenschappen. 

Zij kenden dezelfde opbouw in drie cirkels: van naderenden, van gelovigen of ‘credentes’ en van volmaakten of ‘electi’ als de machtige beweging van Mani uit de derde eeuw. Zij kenden vijf sacramenten, die eveneens teruggingen op de begintijd van het christendom. Dat waren de orasion, het gebed van het brood, het melioramentum, (het groeten van de geest, de ontwaakte Lichtmens in een parfait) het apparelhamentum, (een gezamenlijk genade afsmeken) de vredeskus en het consolamentum. Zij kenden hetzelfde verheven gebruik van de gezamenlijke maaltijd van gelovigen en volmaakten, die vooraf werd gegaan door het breken des broods, zoals Jezus dat op geheel op de wijze van Essenen instelde bij het laatste maal dat hij met zijn vrienden deelde. 

Het was puur, omdat hun harten ‘katharos’ waren, naar het woord van de Bergrede: Zalig de reinen (Grieks: katharos) des harten, want zij zullen God zien. Het was eenvoudig, en daarom zo weldadig, en zo genezend. Troostrijk en ondersteunend toen de tijden bitterder werden. Hun grootste kracht lag evenwel in hun belangrijkste sacrament: het consolamentum; het sacrament der vertroosting. 

Deze wijding was in feite tweevoudig. De ‘goede christenen’ ontvingen deze gave, die zij als een directe binding met de Bovennatuur beschouwden en vergeleken met de ‘genade van de heilige geest’, na een intensieve voorbereiding. De ‘credentes’ of gelovigen ontvingen hem op het sterfbed. Alle kathaars-gelovige Occitaniërs wisten dat hun leven tot ‘het goede einde’ zou komen als er aan hun sterfbed een van de ‘goede mensen’ kon staan, die hen zou wijden met het evangelie van de geliefde discipel, en door hen te verbinden met de hogere ‘spijze van de geest’ een algehele reiniging bewerkstelligde. Zij zouden, als ze het leven van een ‘credente’ hadden gevoerd, niet meer in een aards lichaam terug behoeven te komen. Mogelijk dat hun lichtvonk, zo lang gevangen in die aardse omkerkering, wel een stap op de weg der sterren zou kunnen zetten! […]

In 1205 was aan de prinses van Foix, Esclarmonde, te Fanjeaux, tijdens een bijeenkomst van alle perfecti het consolamentum der levenden gegeven. Zij is een baken geweest, een concentratie van licht waaraan de andere broeders en zusters zich optrokken. Op de Pog, een berg op twintig kilometer afstand van haar voorvaderlijk slot liet zij het kasteel Montségur bouwen, de burcht die bekend zou worden als de ‘vuurtoren’ van het katharisme. […]

Vele zonen en dochters van de adellijke huizen werden onderwezen door de ‘bonshommes’, de parfaits. De burchten en kastelen waren zelf gastvrije onderkomens voor hen, die twee aan twee door het land trokken, en de eenvoudige bevolking bijstonden bij ziekten, de mensen verblijdden met hun verhalen en vergelijkingen, en hen in hun laatste uur verzegelden met hun heilig consolamentum dat na het sterven iedere ingezette zielenontwikkeling zou bewaren en veilig stellen. 

Bron: Gnosis – Stromen van Licht in Europa door Peter Huijs

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *