Fragment 1 uit ‘Licht op het pad’ van Mabel Collins

Mabel Collins Licht op het pad 2

Deze regels zijn geschreven voor alle leerlingen: Schenk er aandacht aan.

Voordat het oog kan zien, moet het niet meer tot tranen zijn te bewegen. Voordat het oor kan horen, moet het niet langer gevoelig zijn. Voordat de stem kan spreken in tegenwoordigheid van de meesters, moet zij het vermogen om te kwetsen hebben verloren. Voordat de ziel kan staan in tegenwoordigheid van de meesters, moeten haar voeten worden gewassen in het bloed van het hart.

1. Dood alle eerzucht.

2. Dood het verlangen naar leven.

3. Dood het verlangen naar een geriefelijk bestaan.

4. Werk zoals zij werken die eerzuchtig zijn.

Eerbiedig het leven zoals zij die ernaar verlangen. En wees gelukkig zoals zij die leven voor geluk. Zoek in het hart de wortel van het kwaad en roei het uit. Het draagt zijn vruchten zowel in het hart van de toegewijde leerling als in het hart van de mens die vol begeerten is. Alleen de sterken kunnen het doden.

De zwakken moeten wachten op zijn groei, zijn bloei, zijn sterven. En het is een plant die door de eeuwen heen blijft leven en groeien. Zij bloeit wanneer de mens in zichzelf de ervaring van ontelbare levens heeft verzameld. Hij die het pad van macht wil betreden, moet dit kwaad uit zijn hart wegrukken. Het hart zal dan bloeden en het hele leven van de mens zal volkomen aan stukken gescheurd lijken.

Deze beproeving moet worden doorstaan. Zij kan komen bij de eerste sport van de ladder vol gevaren, die leidt naar het pad van het leven; het kan ook zijn dat zij pas komt bij de laatste trede. Maar leerling, bedenk dat zij moet worden doorstaan en richt de krachten van uw ziel op deze taak. Leef niet in het heden, noch in de toekomst, maar in het eeuwige. Dit gigantische onkruid kan daar niet bloeien; deze smet op het bestaan wordt alleen al door de sfeer van het eeuwige denken uitgewist.

5. Dood elk gevoel van afgescheidenheid.

6. Dood het verlangen naar zintuiglijke gewaarwording.

7. Dood de honger naar groei.

Maar sta alleen en afgezonderd, want niets dat een lichaam heeft, niets dat zich bewust is van afgescheidenheid, niets dat buiten het eeuwige staat, kan u helpen. Leer uit de zintuiglijke gewaarwordingen en sla ze gade, omdat u alleen zo kunt beginnen met de wetenschap van zelfkennis, en uw voet kunt plaatsen op de eerste sport van de ladder.

Groei zoals de bloem groeit, onbewust, maar vol verlangen haar ziel bloot te stellen aan de lucht. Zo moet u voorwaarts dringen om uw ziel open te stellen voor het eeuwige. Maar het moet het eeuwige zijn, dat uw kracht en schoonheid te voorschijn roept, en niet het verlangen naar groei. Want in het eerste geval ontwikkelt u zich in de weelde van zuiverheid, in het laatste verhardt u door een hartstochtelijk verlangen naar persoonlijke grootheid.

9. Verlang alleen naar wat in u is.

10. Verlang alleen naar wat hoger is dan u.

11. Verlang alleen naar wat onbereikbaar is.

12. Want in u is het licht van de wereld – het enige licht dat op het pad kan worden geworpen.

Als u het niet in uzelf kunt waarnemen, heeft het geen zin er elders naar te zoeken. Het gaat u te boven, omdat u uzelf heeft verloren wanneer u het bereikt. Het is onbereikbaar, omdat het steeds terugwijkt. U zult het licht wel binnengaan, maar de vlam nooit aanraken.

13. Verlang vurig naar macht.

14. Verlang innig naar vrede.

15. Verlang vooral naar bezit.

16. Maar alleen naar dat bezit dat aan de zuivere ziel toebehoort en dus in gelijke mate het bezit is van alle zuivere zielen, en daarom het bijzondere eigendom van het geheel betreft als dat tot één is verenigd.

Hunker naar die dingen die de zuivere ziel kan bezitten, opdat u rijkdom zult vergaren voor die verenigde geest van leven, die uw enige ware zelf is. De vrede waarnaar u moet verlangen, is die heilige vrede die door niets kan worden verstoord en waarin de ziel groeit, zoals de heilige bloem dat doet op stille wateren. En de macht die de leerling moet begeren, zal hem als niets doen schijnen in de ogen van de mensen.

17. Zoek de weg.

18. Zoek de weg door inkeer in uzelf.

19. Zoek de weg door moedig naar buiten te treden.

20. Zoek hem niet langs één bijzonder pad. Voor iedere gemoedsaard is er één weg die het meest begerenswaard schijnt. Maar de weg wordt niet gevonden door alleen toewijding, alleen religieuze contemplatie, door ijverig voort te gaan, door zelfopofferende arbeid, of door nauwgezet het leven waar te nemen. Geen van deze kan de leerling meer dan één stap verder brengen. Alle sporten zijn nodig om de ladder samen te stellen.

De ondeugden van de mensen worden sporten van de ladder, de een na de ander, als zij worden overwonnen. De deugden van de mensen zijn inderdaad noodzakelijke treden die men niet kan overslaan. En toch, al scheppen ze een zuivere atmosfeer en een gelukkige toekomst, ze zijn van geen nut als ze op zichzelf staan. De aard van de hele mens moet wijselijk worden gebruikt door hem die het pad wenst te betreden.

Ieder mens is voor zichzelf onvoorwaardelijk de weg, de waarheid en het leven. Maar hij is dit slechts wanneer hij heel zijn persoonlijkheid stevig ter hand neemt, en door de kracht van zijn ontwaakte geestelijke wil inziet dat deze persoonlijkheid niet hemzelf is, maar dat ding dat hij met moeite voor zijn gebruik heeft geschapen en door middel waarvan hij  – naarmate door zijn groei zijn verstand zich langzaam ontwikkelt – het leven achter die persoonlijkheid probeert te bereiken. Wanneer hij weet dat zijn prachtige, ingewikkelde, afzonderlijke leven hiervoor bestaat, dan en eerst dan bevindt hij zich inderdaad op de weg.

Zoek die weg door in de geheimzinnige en glorierijke diepten van uw eigen innerlijke wezen af te dalen. Zoek hem door alle ervaring te toetsen, door gebruik te maken van de zintuigen om de groei en de betekenis van de persoonlijkheid te doorgronden en ook de schoonheid en de onbegrijpelijkheid van die andere goddelijke fragmenten, die zij aan zij met u worstelen en de mensheid vormen waartoe u behoort.

Zoek hem door de wetten van het zijn te bestuderen, de wetten van de natuur, de wetten van het bovennatuurlijke; en zoek hem door volledige gehoorzaamheid van de ziel te betonen aan de ster die zwak daarbinnen schijnt. Terwijl u waakt en haar vereert, neemt haar licht gestadig toe. Dan kunt u weten dat u het begin van de weg heeft gevonden. En als u het einde heeft gevonden, dan wordt zijn licht opeens het oneindige licht.

21. Zoek naar de bloem die tijdens de stilte na de storm ontluikt, en niet eerder. Zij zal groeien, omhoogschieten, zal takken, bladeren en knoppen vormen, terwijl de storm aanhoudt, de
strijd voortduurt. Maar niet voordat de hele persoonlijkheid van de mens is ontbonden en opgelost, niet voordat deze door het goddelijke fragment dat haar heeft geschapen, wordt gezien als slechts een voorwerp om mee te experimenteren en ervaring mee op te doen – niet voordat zijn hele aard zich heeft overgegeven en onderworpen is aan zijn hogere zelf, kan de bloem zich openen. Dan komt een kalmte, als in een tropisch land na zware regenval, wanneer de natuur zo snel werkt dat men haar activiteit kan volgen. Zo’n rust zal er over de gekwelde geest komen.

En in de diepe stilte zal die geheimzinnige gebeurtenis plaatsvinden waaruit zal blijken dat de weg is gevonden. Geef er die naam aan die u maar wilt; het is een stem die spreekt waar er geen is om te spreken – een boodschapper die komt, een boodschapper zonder vorm of substantie; of het is de bloem van de ziel die zich heeft geopend. Het kan door geen enkel beeld worden beschreven. Maar het kan worden aangevoeld, er kan naar worden gezocht en naar verlangd, zelfs wanneer de storm raast.

De stilte kan slechts een ogenblik duren, of ze kan duizend jaar duren. Maar er zal een eind aan komen. Toch zult u haar krachten in u dragen. Telkens weer moet de strijd worden gestreden en gewonnen. De natuur kan slechts tijdelijk doodstil zijn.

Wat hierboven is geschreven, zijn de eerste regels die op de muren van de Hal van Lering staan geschreven. Zij die vragen, zullen ontvangen. Zij die wensen te lezen, zullen lezen. Zij die wensen te leren, zullen leren.

VREDE ZIJ MET U.

Bron: Licht op het Pad & Door de gouden poort van Mabel Collins

iLicht op het Pad & de gouden poort 267

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *