De Wijze omvat het Ene (Tao), strofe 22 van de Daodejing en een commentaar

Daodejing.022

Het onvolmaakte zal volmaakt worden.
Het gebogene zal recht worden.
Het holle zal vol worden.
Het versletene zal nieuw worden.
Met weinig wordt Het verkregen, met véél dwaalt men er van af.

Daarom: de Wijze omvat het Ene (Tao) en maakt zich (zo) het voorbeeld van de wereld.
Hij wenst zichzelf niet licht te schijnen, en dáárom juist is hij verlicht.
Hij wenst niet zelf de ware man te wezen,  en dáárom juist steekt hij boven anderen uit.
Hij pocht niet op zijn werk, en dáárom juist heeft hij verdienste.
Hij stelt zichzelf niet hoog, en is dáárom juist de meerdere.
Hij strijdt niet, en dáárom juist is er niemand in de wereld die tegen hem op kan.

Hoe zou het een leeg gezegde kunnen zijn wat  de Ouden noemden:
‘Het onvolmaakte wordt volmaakt’?
Als iemand het volmaakte bereikt heeft, onderwerpt zich alles aan hem.

Bron: Mysteriën van Tao en de Daodejing

In het absolute midden van iedere microkosmos, corresponderend met het hartheiligdom van de stofgeboren mens, leeft en is ´het spirituele wezen´. Dit midden, deze roos des harten, geeft aanzijn aan de werkelijke creatie. Lao Zi zegt:
Het onvolmaakte zal volmaakt worden.
Het gebogene zal recht worden.
Het holle zal vol worden.
Het versletene zal nieuw worden.

Het grote heilige werk is geheel gewijd aan het onvolmaakte, het gebogene, het holle en het versletene, om het op te richten en van dienst te zijn. Daarom dient u de vier mogelijkheden, die in de wijsbegeerte van de Boeddha werden aangeduid als ´de vier waarheden´, goed voor u te zien. Zij hebben betrekking op een proces dat zich in deze volgorde voltrekt:
De weg der vervolmaking
Het recht maken der paden
Het ontledigde vullen
De vernieuwing der transfiguratie

Na een periode van involutie wordt de mens voor een opgave geplaatst, die men als evolutie aanduidt. Deze evolutie is zeker geen volautomatisch proces. De mens wórdt niet geëvolueerd, hij dient zichzelf te evolueren, door zelfverwerkelijking. Hij dient het doel Gods in zichzelf en door zichzelf heen groot te maken, in volkomen liefde.
Daartoe werd en wordt de mens bij de aanvang van zijn pad geplaatst voor de weg der vervolmaking. Want zonder de levende zielenstaat is de persoonlijkheid altijd onvolmaakt en zal zij onvolmaakt blijven.
Het rechtmaken der paden wil zeggen: alle voorbereidingen treffen tot de grote terugkeer en in de praktijk van een nieuwe levenshouding alle correcties aanbrengen die deze terugkeer nog belemmeren.
Eerst dan zal het ontledigde worden gevuld, bezield worden met nieuwe zielenkracht. De natuurgeboren mens is ontledigd van het prana des levens. Deze oorspronkelijke astrale radiatie, de oorspronkelijke levenskracht van de Moeder des Levens, dient dus weer in het persoonlijkheidsstelsel te stromen.
Hierop kan de grote vierde mogelijkheid worden aangewend: het versletene zal nieuw worden. De vernieuwing van de transfiguratie zal zich voltrekken.

Met weinig wordt `Het` verkregen, met véél dwaalt men er van af.
Om naar het werkelijke zelf iets te worden, dient de mens tot het niet-zijn door te dringen.
De zoeker moet de moed hebben af te dalen tot het weinig-zijn. Het minder worden naar het ik, om het andere – de Andere – te doen wassen. Door:
Zelf niet licht schijnen
Zichzelf niet hoog schatten
Zichzelf niet roemen
Zich niet in de hoogte plaatsen
In de strijdloosheid staan

Als de natuurgeboren mens tot de grens van zijn aardse mogelijkheden is gekomen, ontstaat er naast degeneratie enerzijds een machtige cultuurdrang anderzijds. In deze grote drang gaat wereldwijd een steeds groter gedeelte van de mensheid tot studie over. Bij de zeer zelfbewuste mens zal een zeer grote spanning ontstaan. Hij wil licht doen stralen, hij wil zichzelf hoog schatten, met glans omhullen en in de hoogte plaatsen. Hij wil verder – groter – wijder. Maar de natuurwet gebiedt een absoluut ´halt´.
Zelfhandhaving brengt een intense strijd met zich mee. De afgrond zal zich wijd openen voor allen die alles weten, met uitzondering van ´het enig nodige´. Daarom zal de wijze zich volkomen distantiëren van het spanningsveld van de dialectische wereld. Hij zal tot een geheel andere wijsheid doordringen. Door het bewust minder worden zal het ´andere´ verkregen worden en hij zal tot de ontdekking komen dat de grenspalen verdwenen zijn. Juist hij zal in de wereld van de doodsnatuur een grote mensheid-dienende taak gaan vervullen.

Het onvolmaakte zal volmaakt worden.
Het grote wonder van Gods schepping is, dat ieder aanzicht van de volmaakte mens een levend aanzicht is en dat er dus sprake is van een drievoudig leven van persoonlijkheid, ziel en geest. Pas wanneer deze drie worden samengevoegd, een ieder in de staat van zijn goddelijke bedoeling, dan zal de waarlijk goddelijke mens kunnen leven en zijn.
De menselijke persoonlijkheid is een werktuig, steeds weer opnieuw voortgebracht door natuurgeboorte, omdat door verkeerde aanwending van het werktuig de dood haar vernietigt. Zodra evenwel de levende ziel de persoonlijkheid zal gaan leiden, zullen dood en natuurgeboorte overwonnen zijn. Dat is wat de Ouden noemden ´Het onvolmaakte zal volmaakt worden´.

De Wijze omvat het Ene (Tao).
Het ganse al wordt bewogen door natuurwetten, doch de hoogst vervulbare wet is die van Tao zelf. Al het lagere, al het niet goddelijke, al het slechts uit de persoonlijkheidsmens verklaarbare, moet zich voegen naar het hogere, dat van Tao zelf is. Als enig strevend sterveling waarlijk de drievoudige weg der vervolmaking voor zich ziet en naar dit ene grote doel toe wil streven, zal alles en ieder zich naar hem moeten voegen. Zij die in overeenstemming met Tao leven, zij die zich naar Tao richten en de drie tot één maken, worden aldus met grote macht bekleed.

Bron: hoofdstuk 22 van De Chinese Gnosis van J. van Rijckenborgh en Catharose de Petri

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *