De universele broederschap – hoofdstuk 1 van ‘Gnosis, Stromen van Licht in Europa’ van Peter Huijs

BESTEL GNOSIS, STROMEN VAN LICHT IN EUROPA HARDBACK

BESTEL GNOSIS, STROMEN VAN LICHT IN EUROPA EBOOK

Het interessante en toegankelijke boek Gnosis, Stromen van Licht in Europa van Peter Huijs is een aanrader voor in ieder geval deelnemers aan drie verschillende cursussen over gnosis die in het dit najaar van 2025 van start gaan omdat het ingaat op gnosis door de eeuwen heen.

Hieronder volgen het eerste hoofdstuk en de inhoudsopgave van ‘Gnosis, stromen van licht in Europa’.

1 DE UNIVERSELE BROEDERSCHAP

Om begrip te krijgen voor de bevrijdende en gnostieke elementen in. enkele van de wereldgodsdiensten van het verleden zal er in dit boek vaker worden gesproken over ‘de broederschap’. In onze visie is het bestaan van de mens door de tijden heen, en juist op de cruciale momenten van haar ontwikkeling, zeer sterk door haar beïnvloed. Deze universele broederschap vertegenwoordigt het ‘reine, ongeschonden deel’ van onze planeet – een begrip dat aan de meeste mensen onbekend is.

Haar vertegenwoordigers worden keer op keer onder de mensheid geboren, en stellen leven en werken in dienst van het herstel van de in iedere mens geschonden eenheid. Het is een hoger verband van vrije mensen, dat een altijd-inspirerende binding onderhoudt met het leven van de geest. Zij verbindt zich niet met enig individueel persoon, maar ondersteunt elke poging tot werkelijke bevrijding met haar machtig zielenpotentieel dat als een beschermend veld zulk een werk omhult.

De individuele mens leeft in de zichtbare wereld globaal een korte eeuw, als hij het goed treft. Dat is dan een leven dat gaat van incident naar incident, dat loopt van gebeurtenis naar gebeurtenis. Het is vaak moeilijk om in die bonte wisseling van gebeurtenissen een ontwikkeling aan te wijzen, die hem zelf boven het niveau van een ‘incident’ uittilt. Hij gebruikt in zijn eeuw de energie op die hij aan het begin meekrijgt. Daarnaast verbruikt hij de brandstoffen, de lucht en de voedingsmiddelen van de aarde – en dan verdwijnt hij weer. Over het geheel genomen lijkt hij niets toe te voegen, niets bij te dragen aan een betere wereld, of aan het behoud ervan. Het is eerder andersom; bij een optelsom van goed en kwaad zou de balans wel eens negatief kunnen doorslaan.

Was het niet dat met zorg en met een bijna onbegrijpelijk geduld en intelligentie van boven in hem enkele sporen van het goddelijke alleen-goede waren gezaaid, dan zou men slechts kunnen spreken van een dierwezen. En, in tegenstelling tot zijn soortgenoten, van een gevaarlijk dier bovendien. Want dit dierwezen lijkt alles in het werk te stellen om zijn eigen ondergang naderbij te brengen, juist door de ongebreidelde werkingen van zijn verstand en de gevolgen daarvan.

Welnu, alles wat er is ingezet om de ontwikkeling van dat alleen-goede in de biologische mens te bevorderen en te stimuleren noemen wij de werkzaamheid van ‘de broederschap’. Het is met enige schroom en zeker met grote eerbied dat wij over deze broederschap schrijven.

Waar wij vaak onbeholpen en zonder hoop kijken naar het failliet van menig mensenleven, merkt zij toch altijd weer het hele kleine lichtpunt, de kleine winst van zo’n leven op en voert het verder naar die omgeving waar de mens als kleine wereld, als microkosmos, zich het best verder kan ontplooien.

Nu werkt deze broederschap niet slechts in het klein, in het enkele mensenleven. Zij werkt ook in het groot. Om dit te kunnen begrijpen, verdiept dit boek zich in universele gedachten van wijsheid. In het esoterische gedachtengoed deelt men de aardetijd wel in in periodes, in aardetijdvakken waarin steeds een specifiek aspect van de mens ontwikkeld wordt. Dit moet men zich niet zozeer voorstellen alsof aan zo’n periode een kaartje hangt waarop staat: periode-van-het-hart of periode-van-het-denken, of daad-tijdperk of energielichaam-episode, zo is het niet; het is eerder zo dat er in een bepaalde periode een bij die periode horende basis-stralingsconditie heerst. En die conditie is dan uitermate geschikt voor de ontwikkeling van het een of andere vermogen of lichaam van de mens. Ongeveer zoals het water in de zee nu zout is, en er in dat milieu dus een gehele zoutwater-flora en -fauna tot aanzijn komt. Je zult er geen enkele zoetwatervis in ontwikkeling vinden en die kan er ook niet zijn.

Hoe komt dat? Hoe wordt die basisvoorwaarde van zo’n tijdperk dan bepaald ? Daarvoor is een gnostiek-natuurwetenschappelijke verklaring. Een verklaring, die hieronder in theorie volgt, en die bij hen die onderricht zijn in een universeel weten, bekend is. In de komende periode zullen er verschijnselen op gaan treden, die de aannemelijkheid van deze zienswijze belangrijk zullen ondersteunen.

Vanuit het de aarde omringende heelal en in de eerste plaats vanuit ons zonnestelsel, trekt de noordpool van de aarde reine magnetische krachten aan, krachten, die nog niet gekleurd – dus nog niet spectraal gebroken – zijn door de vele bewogenheden en vervuilingen die zich in onze aardse atmosfeer bevinden. Deze reine krachten worden voor het grootste deel naar het hart van de aarde, naar de vurige kern gestraald. Van daaruit wordt de aarde van binnen uit naar buiten toe gevoed. Echter, een bepaald deel van deze kracht, namelijk een samenstel van zeven stralen van hoge vibratie spreidt zich direct om de aarde, in de atmosfeer, in de lucht waaruit wij ademen. Je kunt je dus voorstellen dat wij als mens op deze wijze direct verbonden zijn met, of geconfronteerd worden met een bepaalde stralingsconditie die er op zeker moment in het gehele universum heerst. Die kracht wordt ook wel de Zevengeest genoemd.

En wij zien dus, hoe in iedere periode om de aarde heen een zeer specifieke magnetische atmosfeer bestaat, geheel bepaald door de conditie van de zevengeest op dat moment. De zevengeest die zoals gezegd in directe binding is met het gehele zonne-universum.

Je kunt je ook voorstellen dat de mens in het begin van zo’n periode vaak nog niet in staat is de conditie, de eis die nu weer gaat gelden meteen te begrijpen. Veel mensen verstaan die eis in het midden van de periode, of zelfs aan het eind ervan, nóg niet. Denk maar aan het klassieke woord uit het begin van het Johannesevangelie: ‘het Licht schijnt in de duisternis, maar de duisternis ziet het niet’. Of ook, in het boek Hoséa, (4:6) uit het oude testament: ‘mijn volk gaat verloren, omdat het geen kennis heeft’.

Nu is het de broederschap, die deze stralingseis voor de stofmens vertaalt, verklaart, overdraagt op een begripsniveau dat ieder mens, zo hij wil èn zo hij zich erop voorbereidt, geheel kan begrijpen, en geheel tot verwerkelijking kan brengen. Zij doet dat niet alleen in mooie woorden of in theorie.

Stel je die vrije mensen, die broederschap, niet al te mystiek voor. Het gaat in essentie om mensen die alles doorgemaakt hebben wat ieder ander ook beleeft. Maar: op een gegeven moment gingen zij één stap verder, voorbij aan een leven alleen voor zichzelf, materieel of maatschappelijk, en stelden ze zich in dienst van een grotere noodzakelijkheid. En daarbij hebben zij steeds op vaak zeer vindingrijke wijze gebruik gemaakt van de omstandigheden waarin de mensheid kwam of komt te verkeren. Zij kunnen zo werken, omdat hun afstemming op de kosmische lichtkrachten zuiver en puur is; en omdat zij volkomen kennis hebben van de stralingswetten van de zevengeest.

  • Zo was het de broederschap, die in het oudste tijdvak, dat wel Lemurië wordt genoemd, de mensheid op zeer speciale wijze de stof in dreef;
  • het was de broederschap, die in de dagen van het legendarische Atlantis de mensen wekte en stuwde tot levensverandering en reiniging;
  • zo was het de broederschap, die ten tijde van de ondergang van dat continent een bepaald, klein deel der mensheid redde uit de verdrinkende gebieden, om in het uiterste oosten van Azië aan de kusten van de Stille Zuidzee een nieuw beginras voor de komende periode te vormen;
  • het was deze broederschap die de jonge mensheid van de huidige, Arische periode zeven wereldleraren zond. Zij werkten van het oosten naar het westen. Zij hadden namen als Rama en Krishna, en waarvan de laatste de verheven Boeddha was;
  • het was de broederschap, die de zonneleer van Zoroaster (Zarathoestra) in Perzië deed glanzen; Zarathoestra, die verkondigde dat het hoge zonnewezen eenmaal werkelijk op aarde zou leven;
  • zo was het ook deze broederschap, die in de jaren, ver voor onze jaartelling, het Egypterijk in zijn zo bijzondere geschiedenis stimuleerde.

Op steeds nieuwe manieren zoeken deze vertegenwoordigers van een andere, hogere vorm van samenleven, telkens weer de gelegenheid om de mensheid in zijn natuurlijke omgeving te wijzen op die ene eis die in het leven besloten ligt: te komen tot bewust hoger zielenleven, zodat de mens, die in het zand der woestijn vergeet wat zijn hoge afkomst en roeping is, zijn terugkeer aan kan vangen. Kijk naar de katharen: zij leefden en beleefden hun bevrijdingsweg onder andere in de oeroude grotten-heiligdommen der Pyreneeën, en kijken wij naar Egypte, dan zien we hoe de gehele structuur van een rijk als symbool dient voor een bepaalde innerlijke weg.

Daarom kun je het wezen van deze broederschap herkennen als een voortdurende roep, een oproep tot herstel van de verloren gegane geest-zielenbinding. Het doel daarvan is: de mens als microkosmos de gelegenheid te geven terug te keren naar zijn oorspronkelijke levensveld, het veld van de ziel, met ongekende wijdse perspectieven en mogelijkheden.

INHOUDSOPGAVE

Inleiding

DEEL 1 – DE VOORTIJD
1 De universele broederschap
2 Egypte
De zonnehymne
3 De druïden
4 De essenen
Het visioen van Esnoch
Esseense hymne van Lof en Dank

DEEL II – TIJDEN VAN VERANDERING
5 Wat is gnosis?
6 Hermes Trismegistus
7 Mani uit Ktesifoon
Hymne van Mani
8 De Broederschap der Bogomielen
9 Een Kerk van pure Liefde

DEEL III – EEN NIEUWE GRONDSLAG
10 Meester Eckehart en Johannes Tauler
11 Marsilio Ficino, een academie voor de ziel
12 Theophrast Paracelsus, de eerste rozenkruiser
13 Jakob Böhme
14 Johann Valentin Andreae. Een nieuwe broederschap
15 Jan Amos Komensky – J.A. Comenius
De fakkel overgenomen en brandend gehouden
16 Karl von Eckartshausen
De Geloofsbelijdenis van Karl von Eckarsthausen

DEEL IV – DE VRIJMAKING VAN DE LICHTMENS
17 Antonin Gadal
18 Z.W. Leene, J van Rijckenborgh en Catharose de Petri

Register

Literatuur per hoofdstuk

BESTEL GNOSIS, STROMEN VAN LICHT IN EUROPA HARDBACK

BESTEL GNOSIS, STROMEN VAN LICHT IN EUROPA EBOOK

LEES OVER DE BOVENSTAANDE BOEKEN VAN PETER HUIJS