Ademhaling en evenwicht, artikel van Anneke Stokman in LOGON nummer 3

DOWNLOAD LOGON 2020-3

Gemiddeld twaalf maal per minuut brengen wij ons levenssysteem weer in evenwicht. Koolzuur eruit, zuurstof erin. Als dit goed gaat, kunnen we het leven leven. Als het niet meer lukt om zuurstof binnen te krijgen, omdat de longblaasjes niet meer optimaal functioneren, en we letterlijk naar adem snakken, wordt onze toestand kritiek.

Hoe zou het zijn met de longen van de wereld? Zo in het groot, zo in het klein. De oerwouden op de planeet fungeren ook als longblaasjes: zuurstof loslaten en koolzuur inademen. Dit is tegengesteld aan de beweging van de menselijke longen, en daarom juist een volmaakt systeem om het evenwicht tussen zuurstof en koolzuur op aarde in stand te houden, de zuivere lucht te bewaren. 

Maar elke minuut worden er voetbalvelden vol bomen gekapt op aarde. Het evenwicht wordt steeds meer verstoord. En ook alles wat de mens verder onderneemt, zoals auto’s laten rijden, vliegtuigen laten vliegen, oceaanreuzen laten varen en fabrieken hun afval in de lucht laten uitbraken, draagt bij aan de verstoring. Nu door de crisis de lucht weer wat opklaart, valt het de mensen op hoe vervuild die was geraakt. Ze kunnen weer ‘ademhalen’, omdat ook de planeet weer kan ‘ademhalen’. Iets van het evenwicht is teruggekeerd. 

Ons bestaansveld is gericht op natuur-instandhouding, en is onderworpen aan wetten van evenwicht. Die wetten zorgen daarom ook voor de nodige correctie, zou je kunnen zeggen. De mensheid op de planeet heeft in zijn algemeenheid een infectie opgelopen. Het doel van een infectie is het gevaar aanpakken en elimineren. Zo radicaal mogelijk. De mens snapt dit (over het algemeen). 

Gezondheid gaat even vóór de economie, hoe dramatisch de uitwerking in economisch opzicht ook zal zijn. Tegelijkertijd is duidelijk dat het evenwicht op aarde op álle fronten allang verstoord was. De biologische, organische, geologische, ruimtelijke en atmosferische grondslagen zijn al lang aangetast. 

En nu gaat er een schok door de wereld. Een gevoel dat een tijd van verandering is aangebroken, ja, moet aanbreken. Bijna veertig jaar geleden stonden in een artikel in tijdschrift Pentagram over Het verstoorde evenwicht onder andere de volgende woorden: 

‘Wat betekent het nu dat in ons levensveld het evenwicht verstoord is? Er is een situatie ontstaan waarin het bestaansveld organisch-functioneel niet meer beantwoordt aan de oorspronkelijke bedoeling. (…) De mens heeft de herinnering aan zijn bestemming verloren. Hij kent het plan van zijn huidige bestaansveld niet meer. Het evenwicht, dat in zekere mate in deze aan tijd en ruimte gebonden orde aanwezig was, is door de mens zelf aangetast. 

Wat nu nodig is noemen wij ware kennis (gnosis), om tot het inzicht te komen waartoe dit levensveld de mens – als uitdrukking van een door God geschapen entiteit – dient. Het verstoorde evenwicht zou men kunnen definiëren als een uitdrukking van al die krachten en machten die de afwijking van de grondslagen van de dialectische natuur tot ontwikkeling hebben gebracht en in stand gehouden.

De mens, collectief en individueel verantwoordelijk voor deze machten en krachten, blikt op een gegeven moment in een spiegel en ziet dan zulk een uitzonderlijk monster voor zich opdoemen, dat hij weigert de spookgestalte als werkelijkheid te aanvaarden en vlucht in gedaanteverwisseling. (…) De goedbedoelende groep beperkt zich tot de gevolgen van foutief levensgedrag. De oorzaken van de snel om zich heen grijpende veranderingen liggen echter dieper. Een reactie van enkel levensreform is dan een primitieve reactie. (…) De tijd van de verandering is aangebroken. J. van Rijckenborgh (fakkeldrager van het Rozenkruis 21) zegt daarover in zijn boek De alchemische bruiloft van Christiaan Rozenkruis deel 2 (1968!): 

De mensheid heeft in haar wereldgang het nadir van stoffelijkheid, het volstrekte dieptepunt bereikt. De materie zal daarom niet dichter, niet compacter worden. En daarmee gaan gepaard de tijden van het einde en de omwending naar boven. Deze omwending zal tot uitdrukking komen in wat men zou kunnen aanduiden als een vergeestelijking van de materie. Geen vergeestelijking in de zin van verheerlijking, doch als een ijler worden van de materie. Wij menen zelfs dat dit ijler worden der materie reeds enigermate een aanvang heeft genomen.

Dit ijler worden zal betekenen een procesmatige opheffing van de materie, of, met andere woorden, dat wat het Openbaringenboek noemt ‘de val van Babylon’. De materie, alle materiële instellingen en alles wat zich uit en door de materie onderhoudt, zal zich niet kunnen handhaven zoals dat tot op dit moment nog mogelijk is. Want de atomische toestand van de aarde gaat zich geheel en al wijzigen. Daarom ligt het voor de hand dat de keiharde materialistische mens, die zijn gehele hoop en streven op de materie heeft gericht, het niet zal kunnen houden.

Ten gevolge van de veranderende atoomstructuur en hoedanigheid van onze aarde, loopt er dus straks een scheidingslijn door geheel de mensheid. (…) Door de feitelijke toestand van dit moment wordt de grote groep die in staat is op de veranderingen te reageren, in staat gesteld tot gerijpt inzicht te komen. Door dit inzicht gesteund zullen velen zich bewust kunnen worden van de ware bedoeling van hun mens-zijn. Vanuit dit inzicht zullen zij zich kunnen bevrijden van de beklemmende materie, om door te breken tot de weg die leidt naar het geest-zieleleven.’

Een wonderlijke voorspelling, dit ijler worden, als je kijkt naar wat onze dagelijkse praktijk is geworden. Niet meer met de auto naar het werk, maar werken en naar school gaan zonder verplaatsing, met verbindingen via elektriciteit. Niet langer oceaanreuzen vol containers met spullen, of drijvende giga-hotels over de wereldzeeën slepen, maar ontspullen, en terug naar de eigen directe omgeving voor voedsel en ontspanning. Niet langer de aarde leegzuigen door haar van kolen, olie, gas en bomen te ontdoen, maar elektriciteit opwekken met wind en zon. Het lijkt een allereerste begin van dat ijler worden, een voorspelling die in zijn realisatie misschien nog wel vele eeuwen vooruitloopt op de werkelijkheid. 

En dan terug naar die adem. Esoterisch gezien ademen we tegelijk met de lucht veel meer in dan dat. Etherische en astrale substantie wordt mee-ingeademd, van een kwaliteit die over het algemeen niet onderdoet voor die van de vervuilde lucht. ‘De zo vervuilde astrale substantie van ons levensveld is niets anders dan oorspronkelijk reine, goddelijke astrale substantie, in lagere vibratie gebracht en gehouden en gevuld met talloze ongoddelijke levensverschijnselen.’

Maar de mensheid wordt op haar reis door de tijd niet alleen gelaten. Veranderende invloeden scheppen nieuwe mogelijkheden. Door de sterke elektromagnetische geladenheid van Uranus ademen we nu ook een nieuwe lichtkracht in, de vurige adem van het nieuwe leven. Daar móet de mens wel op reageren. Stelt hij zich in op die hogere astrale lichtkracht, dan maakt deze ademhaling een nieuwe levenshouding mogelijk, omdat zij bloed, zenuwfluïde, het slangenvuur, de interne secretie en heel het bewustzijn beïnvloedt.

Deze ademhaling dan volhouden, in een innerlijk evenwicht, brengt echte verandering. Door terug te vallen in oude levensgewoonten verliest de nieuwe lichtkracht weer veel van haar oorspronkelijke vermogen en wordt vervuild. Alleen een dóórgaande circulatie van die ingeademde lichtkracht in het stelsel tot stand brengen en in stand houden, brengt verandering van bewustzijn. Daarheen is de mensheid op weg, hoe lang het ook nog mag duren. Een vreugdevol vooruitzicht, te midden van alle chaos. 

Bron: LOGON 2020-3

DOWNLOAD LOGON 2020-3

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *