Op vleugels van vuur, pioniers van een nieuwe samenleving – symposionreeks 29

BESTEL ‘OP VLEUGELS VAN VUUR’

Hoe uiteenlopend en verschillende de ideeen en stelsels ook waren in de beginjarenvan de twintigste eeuw, daaronder kolkte altijd de lavastroom, dat temperament, dat verlangen geraakt te worden door de wereld, dat verlangen de wereld te begrijpen en te omarmen, ghet verlangen om ‘opgetild te worden door vleugels van vuur’.

Over die pioniers van een nieuwe samenleving ging het Renova-najaarssymposion 2012 van de Stichting Rozenkruis. Pioniers die zich lieten inspireren door de essenties uit de oosterse én westerse wijsheid. Die de wondere wereld van het gedachtegoed van Spinoza herkenden en konden omarmen zónder daarom vervolgd te worden. Vrouwen en mannen die de gnostieken en hermetische traditie hartstochtelijk onderzochten – en van wie drie vrienden, Z.W. Leene, Jan Leene en Cor Damme het Nederlandse Rozekruisers Genootschap oprichten. 

INLEIDING

Overal in de samenleving hoor je – gelukkig – dat men zoekt naar vernieuwing van het leven, maar hoe kun je iets ver- nieuwen dat zo oud is als de wereld zelf? Waar kan het élan vandaan komen voor vernieuwing van ons leven? Van welke aard zijn die vleugels van vuur’ die het versplinterde menselijke bewustzijn willen omvormen, willen helen? Kan het eigenlijk wel? Het zijn geen nieuwe vragen en ook de urgentie ervan is niet nieuw. 

Maar nu, nu er terecht over ‘crisis’ wordt gesproken, worden ze weer gesteld, door mensen op zoek naar een werkelijke oplossing. Aan het begin van de twintigste eeuw werden ze ook in Nederland gesteld, en op uiteenlopende wijze benaderd, in navolging van wat er internationaal gebeurde. Nieuw denken, in de kunst en de architectuur, in de wetenschap, in de filosofie en psychologie, in de maatschappij van alle dag en in het occulte en esoterische onderzoek. Pioniers durfden aan een nieuwe samenleving te denken; en met een zichzelf vergetende bezieling gaven zij vorm en inhoud aan wat er nog niet was.

Zij waren het die vorm gaven aan het nieuwe dat ze voor zich zagen, in taal, in beeld, in klank en geschrift; schilders, schrijvers, bouwers. Musici, natuurkundigen. Maar ook filosofen, spinozisten en maatschappijvernieuwers, christenanarchisten en boeddhisten. En godsdienstvernieuwers in elke richting.

Wat hadden ze gemeenschappelijk? Dat was die weidse en visionaire blik op een verlicht menstype. Dat was een nieuwe samenleving, een nieuwe mens en een inrichting van de samenleving die er nog niet waren. Zij weken af van de gangbare wetenschap en religie. Ze ontkenden de claim op waarheid en werkelijkheid, zoals die dichtgetimmerd waren door wetenschap en religie. Dáár braken ze uit; desnoods met een geur van wereldvreemdheid of van wereldverbeteraars. 

De gnostieke en de hermetische traditie werden hartstochtelijk gezocht en beleefd. Ze onderzochten de essenties uit de oosterse wijsheid. Ze herkenden de wondere wereld van Spinoza’s gedachtegoed en ze konden die omarmen zónder daarom vervolgd te worden. 

Men herontdekte de taal als een machtig instrument van vernieuwing en bewustwording. Want waar de crisis in Europa een hoogtepunt bereikte, twijfelde men zelfs aan de continuïteit van cultuur en samenleving. Tegelijk groeide in velen het vermoeden, het beeld van een nieuwe verlichte mens. Was dat niet de opdracht in Europa? 

INHOUD

Bron: Op vleugels van vuur, symposionreeks 29

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *