Inleiding bij het inwijdingsgeschrift ‘Verhandeling over de Achtste en Negende Hemelsfeer’ uit Nag Hammadi

BESTEL DE NAG HAMMADI GESCHRIFTEN

De Verhandeling over de Achtste en Negende hemelssfeer is een inwijdingsgeschrift uit de vondst in Nag Hammadi in 1945. Daarin voert de leraar, Hermes Trismegistus, een leerling mee naar de achtste en negende hemelsfeer. Dat is in de gnostische literatuur niet nieuw. In de hier eerder afgedrukte tekst van de Openbaring van Paulus is ook sprake van een hemelreis.

En in het eerste traktaat van het Corpus Hermeticum, de Poimandres of Pymander, vinden we een beschrijving over een opstijging naar de negende hemel. Het betreft hier echter een opstijging na de dood, terwijl in de verhandeling over de Achtste en de Negende Hemelsfeer sprake is van een mystieke opstijging tijdens het leven: een inwijdingservaring.

Hermes wijdt een leerling in en samen schouwen zij in de achtste hemelsfeer die de negende openbaart. Dat impliceert dat er reeds zeven sferen gepasseerd zijn en dat er al zeven inwijdingen hebben plaatsgevonden. De kwade krachten die met iedere sfeer samenhangen zouden dan reeds geheel overwonnen zijn.

Voordat de eigenlijke inwijding plaatsvindt wordt God aangeroepen, waarbij een magische formule wordt gebruikt. Dan begint het eigenlijke schouwen, een mystieke ervaring die men onder woorden probeert te brengen, waar eigenlijk slechts stilte rest: ‘…druk je uit in stilte en vraag wat je wilt in stilte’, deelt Hermes Trismegistus zijn leerling mee. 

Alles valt samen: hij die openbaart en hij aan wie geopenbaard wordt. Alles spiegelt zich in elkaar (‘ik zie hetzelfde schouwen in het binnenste van u’). Het Zelf en het Al vervloeien in elkaar. Het herhaaldelijk uitgesproken ‘ik zie mijzelf’ duidt op de ervaring waar zelfkennis en Godskennis samenvallen. 

In dit geschrift, dat zeker uit de eerste twee eeuwen van onze jaartelling stamt, hebben we een ongemeen helder en intiem doorkijkje in de mysteriën van een hermetische gemeenschap aan het begin van onze jaartelling. Terecht merkt professor Roelof van den Broek in zijn boeiende artikel ‘Hermes en zijn gemeente te Alexandrië’ op: ‘Het ging in de hermetische gemeente niet om filosofie, maar om religie.’ En wel in een zeer zuivere vorm. 

Bron: De Nag Hammadi Geschriften, ingeleid en vertaald door Jacob Slavenburg en Willem Galudemans

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *