Het begin van het boek ‘Pymander’ of ‘Poimandres’ van Hermes Trismegistus uit het Corpus Hermeticum

BESTEL ‘DE EGYPTISCHE OERGNOSIS’ VAN JAN VAN RIJCKENBORGH

Eens, toen ik de wezenlijke dingen overdacht en mijn gemoed zich verhief, sluimerden mijn lichamelijke zinnen volkomen in, zoals bij iemand die, na een overmatige voeding of ten gevolge van grote lichaamsvermoeidheid, door een diepe slaap wordt overvallen. Het kwam mij voor of ik een geweldig wezen zag, van onbepaalde omvang, die mij bij mijn naam noemde en tot mij zei: ‘Wat wilt u horen en zien en wat verlangt u in uw gemoed te leren en te kennen?’

Ik sprak: ‘Wie bent u?’
En kreeg ten antwoord: ‘Ik ben Pymander, het gemoed, het uit-zichzelf-zijnde wezen. Ik weet wat u begeert en ik ben overal met u.’
Ik zei: ‘Ik begeer te worden onderricht over de wezenlijke dingen, hun aard te begrijpen en God te kennen. O hoezeer verlang ik te begrijpen.’
Hij antwoordde: ‘Houd in uw bewustzijn goed vast wat u wilt leren en ik zal u onderrichten.’

Bij deze woorden veranderde hij van aanblik en terstond ging in een oogwenk alles voor mij open; ik zag een onmetelijk visioen; alles werd tot één licht, dat zeer sereen en hart verblijdend was en ik verheugde mij uitermate in de aanschouwing ervan. Kort daarop ontstond in een deel ervan een verschrikkelijke en trieste duisternis, die zich neerwaarts bewoog, en zich in bochtige spiralen wentelde, zoals bij een slang, zo kwam het mij voor. Dan veranderde deze duisternis in een vochtige en onuitsprekelijk verwarde natuur, waarvan een rook opsteeg als van vuur, terwijl zij een geluid voortbracht als van een onbeschrijflijk kermen.

Toen weerklonk er vanuit de vochtige natuur een kreet, een woordloze roep, die ik met de stem van het vuur vergeleek, terwijl vanuit het licht een heilig woord zich over de natuur spreidde en een rein vuur uit de vochtige natuur omhoog flitste, licht, fel en machtig. De lucht volgde, door haar lichtheid, de vurige adem; vanuit de aarde en het water verhief zij zich tot het vuur, zodat zij aan het vuur opgehangen scheen. De aarde en het water bleven waar zij waren, ten nauwste onderling vermengd, zodat men de aarde en het water niet afzonderlijk kon waarnemen; en zij werden onophoudelijk in beweging gebracht door de adem van het woord dat erboven zweefde.

Toen sprak Pymander: ‘Hebt u begrepen wat dit visioen betekent ?’
Ik antwoordde: ‘Dat zal ik nu te weten komen.’
Toen zei hij: ‘Dat licht ben ik, het gemoed, uw God, die bestond vóór de vochtige natuur, welke uit de duisternis te voorschijn is getreden. Het lichtende woord, dat van het gemoed uitgaat, is de Zoon van God.’

‘Wat wil dat zeggen?» vroeg ik.
‘Begrijp het zo: wat in u aanschouwt en hoort, is het woord van de Heer en uw gemoed is God de Vader. Zij zijn niet van elkaar gescheiden, want hun eenheid is het leven.
‘Ik dank u’, zei ik.
‘Richt nu uw hart op het licht en ken het.’

Bron: De Egyptische oergnosis deel 1 van J. van Rijckenborgh

Een gedachte over “Het begin van het boek ‘Pymander’ of ‘Poimandres’ van Hermes Trismegistus uit het Corpus Hermeticum

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *