Zijn en niet zijn, strofe 1 van de Daodejing en een commentaar

Daodejing.001

Kon Tao uitgezegd worden,
dan zou het de eeuwige Tao niet zijn;
kon de naam genoemd worden,
dan zou het de eeuwige naam niet zijn.

Als Niet-Zijn kan men Het noemen
het begin van Hemel en Aarde;
als Zijn kan men Het noemen
de Moeder van alle Dingen.

Daarom, als men voortdurend Niet-Is
(d.i. vrij van alle aardse begeerten)
kan (men) zijn verborgen geheimenis zien;
als men voortdurend Is (d.i. vol begeerten),
kan men er enkel de begrensde Vorm van zien.

Deze beiden, Zijn en Niet-zijn,
komen uit hetzelfde voort,
en hebben verschillende naam.

Beiden zijn zij geheimzinnig.
Het geheimzinnige er van is dubbel geheimzinnig.
Dit alles is de Poort van het spirituele Mysterie.

Bron: Mysteriën van Tao en de Daodejing

Het eerste hoofdstuk van de Daodejing geeft ons de grondtrekken aan van de universele leer, die door alle tijden heen onveranderlijk dezelfde was. De oergrond van alle dingen wordt door Lao Zi Tao genoemd. Men kan dat woord ook eenvoudig vertalen door ons woord ‘God’. Of, zoals Johannes het doet, door middel van de aanduiding ‘Het Woord’: in den beginne was het Woord, waartoe alles moet terugkeren, een stroom dus – een weg – de baan.

Dit Woord, dit Tao, kan niet gezegd worden. Het kan door geen sterveling in volkomenheid omschreven worden. Het kan hoogstens worden aangeduid, min of meer worden benaderd. Zou Tao in volledigheid intellectueel, filosofisch uitgezegd kunnen worden, het zou de eeuwige Tao niet zijn.

Het niet-zijn is de grond van de al-openbaring; het zijn is de Moeder van alle Dingen. Het niet-zijn beduidt niet: niet bestaan, of in het geheel niet zijn, doch het is de absolute, oorspronkelijke, onsterfelijke heerlijkheid. Het gaat om een nieuw-zijn in die oorspronkelijke staat van het Onbeweeglijk Koninkrijk. Het zijn zoals wij dat kennen is het zijn van dood, leed en tranen. Dat zijn kan zich niet ontwikkelen uit Tao. Daarom is er een oorspronkelijk zijn, voortkomend uit dezelfde bron van het absolute, als het ware niet-zijn.

Deze boodschap richtte Lao Zi enkele duizenden jaren geleden tot de mensheid. Deze boodschap klinkt u zeer bekend in de oren, omdat ze ook nu verkondigd wordt. Uit Tao, uit de Gnosis, ontwikkelt zich een bron, en uit die bron ontspringt het niet-zijn en het zijn. Een eeuwige onweerstandelijke kracht, waarin het Onbeweeglijk Koninkrijk staat als een rots. En het stil geworden hart ondergaat de siddering van Tao’s spirituele essence. Aldus vormt het hart het mysterie van de poort van het leven.

Bron: hoofdstuk 1 van De Chinese Gnosis van J. van Rijckenborgh en Catharose de Petri

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *