Tag archieven: Daodejing

29-1 De heilige offervaas – het eerste commentaar op strofe 29 van de Daodejing uit de Chinese Gnosis

 

BESTEL DE CHINESE GNOSIS

Hieronder volgen de tekst van strofe 29 van de Daodejing (of Tao Teh King) en het eerste commentaar dat J. van Rijckenborgh (1896-1968) en Catharose de Petri (1902-1990) daarop hebben geschreven in hun boek De Chinese Gnosis.

Als de mens het rijk wil vervolmaken met actie,
zie ik dat hij niet slaagt.
Het rijk is een heilige offervaas,
waaraan men niet mag werken.
Werkt men eraan, dan bederft men haar.
Grijpt men ernaar, dan verliest men haar.
Daarom zijn er Lees verder →

Tweede fase: de gebedshal (2) – deel 5 van het taoïstisch midwinterritueel

Het taoïstisch midwinterritueel – online programma – deel 5 van 9
Tweede fase: de gebedshal (2)
28 december 2022

 

DEEL 1 – DEEL 2 – DEEL 3 – DEEL 4 – DEEL 5 – DEEL 6 – DEEL 7 – DEEL 8 – DEEL 9

De wijze is ‘wu-wei’.
Hij onderwijst zonder woorden.
Niets ter wereld kan dat evenaren.

Daodejing 43

In de taoïstische filosofie staat het begrip: lege kern centraal. Dat is een ‘niet-iets’ omdat het niet meebeweegt met de dynamiek van Yin en Yang. De alomtegenwoordigheid van Tao en Teh is eigenlijk niets; we noemen dit ‘een leegte’. Juist hierdoor zijn alle punten in de tijd en de ruimte bezield door de werking die van Tao uitgaat: de Teh. Bezield houdt in dat Lees verder →

Gebondenheid van de wil – strofe 43 van de Tao Teh King en een berijming door C. van Dijk

BESTEL TAO EN TEH

LEES MEER EN DOWNLOAD HET GRATIS GEDEELTE VAN TAO EN TEH

Hieronder volgt strofe 54 van de Daodejing van Lao Zi in de vertaling van E.J. Welz en parafrasen op door C. van Dijk.

Het zachtste wint het van het hardste.
Het niet-zijnde doordringt het ondoordringbare.
Dit bewijst mij het nut der onbedrijvigheid.
Weinig talrijk zijn de Lees verder →

32-1 Hemel en aarde zullen zich verenigen – het eerste commentaar op strofe 32 van de Daodejing uit de Chinese Gnosis

 

BESTEL DE CHINESE GNOSIS

Hieronder volgen de tekst van strofe 32 van de Daodejing (of Tao Teh King) en het  eerste commentaar dat J. van Rijckenborgh (1896-1968) en Catharose de Petri (1902-1990) daarop hebben geschreven in hun boek De Chinese Gnosis.

Tao is eeuwig en heeft geen naam.
Ofschoon zo simpel-klein van natuur,
durft de gehele wereld het niet te onderwerpen.
Als prinsen en koningen het konden handhaven,
zouden de tienduizend wezens en dingen
zich aan hen onderwerpen.
Hemel en aarde zouden zich verenigen
en een zoete dauw doen nederdalen,
en het volk zou, zonder bevelen,
vanzelf tot harmonie komen. Lees verder →

27-1 Het alleen-goede – het eerste commentaar op strofe 27 van de Daodejing uit de Chinese Gnosis

 

BESTEL DE CHINESE GNOSIS

Hieronder volgen de tekst van strofe 27 van de Daodejing (of Tao Teh King) en het  eerste commentaar dat J. van Rijckenborgh (1896-1968) en Catharose de Petri (1902-1990) daarop hebben geschreven in hun boek De Chinese Gnosis.

Hij die goed gaat, laat geen sporen achter.
Hij die goed spreekt, geeft geen reden tot blaam.
Hij die goed telt, behoeft geen hulpmiddelen.
Hij die goed sluit, gebruikt geen grendel
en toch kan men niet openen wat hij sluit.
Hij die goed bindt, gebruikt geen koorden
en toch kan men niet losmaken wat hij bindt. Lees verder →