OORSPRONG NU! – WEEK 1 – WEEK 2 – WEEK 3 – WEEK 4 – WEEK 5 – WEEK 6 – WEEK 7 – WEEK 8 – WEEK 9 – WEEK 10 – WEEK 11 – WEEK 12 – WEEK 13 – WEEK 14 – WEEK 15 – WEEK 16 – WEEK 17 – WEEK 18 – WEEK 19 – WEEK 20 – WEEK 21 – WEEK 22 – WEEK 23 – WEEK 24 – WEEK 25 – WEEK 26 – WEEK 27 – WEEK 28 – WEEK 29 – WEEK 30 – WEEK 31 – WEEK 32 – WEEK 33 – WEEK 34 – WEEK 35
BESTEL DE NAG HAMMADI-GESCHRIFTEN
Wij lezen een gedeelte van het gesprek tussen Hermes en de leerling, waarin Hermes de leerling voert tot onuitsprekelijke, geestelijke hoogte.
Hermes: ‘Nu komt de kracht tot ons die licht is.’
Leerling: ‘Ik zie, ja, ik zie onuitsprekelijke diepten.’
Hermes: ‘Hoe zal ik je vertellen over het Al? Ik ben bewustzijn.’
Leerling: Ik zie ook een ander bewustzijn dat de ziel doet bewegen. Ik zie hem die mij beweegt door een heilige extase. U geeft mij kracht! Ik zie mijn Zelf! Ik wil spreken! Vrees weerhoudt mij. Ik heb de oorsprong gevonden van de macht, die boven alle machten is en die zelf geen oorsprong heeft. Ik zie een bron die borrelt van leven.’
Hermes: ‘Ik heb gezegd, o, mijn zoon, dat ik bewustzijn ben.’
Leerling: Ik heb geschouwd. Het is onmogelijk dit in woorden weer te geven.’
BESTEL DE NAG HAMMADI-GESCHRIFTEN
Als de mens zijn hart opent voor het goddelijke ontstaat er een permanente verbinding, inspiratie en werkzaamheid in het leven van de mens. Dat is mooi weergegeven in de gesprekken tussen Hermes en de leerling. Hermes is niet één of andere meester buiten ons. Het is de meester, de wijsheid ín de mens, in de godsvonk in het hart én het is de alomtegenwoordige kracht vanuit de goddelijke hemelsferen. Hermes is dus immanent en transcedent. En uit de samenwerking tussen die beide, tussen het innerlijke en de alomtegenwoordigheid, komt alle wijsheid en inspiratie in de mens vrij voor elke stap van het bevrijdende pad.
Het gaat daarbij om vernieuwing van bewustzijn. Niet het bewustzijn van de mens die wij nu zijn, het bewustzijn dat zich bezighoudt met allerhande zaken in deze wereld. Het betreft een volstrekt nieuw, geestelijk bewustzijn dat vrijkomt uit de samenwerking tussen de godsvonk en de alomtegenwoordigheid. Er vindt dan een verschuiving plaats van het menselijke bewustzijn, dat we meer en meer loslaten, naar het geestelijke bewustzijn dat in ons vrijkomt. Hermes zegt daarover: ‘Ik ben bewustzijn”. En de leerling antwoordt daarop: ‘Ik heb geschouwd. Het is onmogelijk dit in woorden weer te geven.’ Zo wordt de mens nieuw bewustzijn waardoor hij in staat is op te stijgen naar de Goddelijke vibratie.
Dat kan heel verheven en ver weg klinken, maar dat begint dichtbij, in het hier en nu. De geestelijke ladder daalt af tot waar en wie we nu zijn, tot ons huidige bewustzijn. En van daaruit leidt het licht ons stap voor stap, trede voor trede omhoog. De leerling van Hermes zegt daarover: ‘Ik zie ook een ander bewustzijn dat de ziel doet bewegen. Ik zie hem die mij beweegt door heilige extase. U geeft mij kracht! Ik zie mijn Zelf! Ik heb de oorsprong gevonden van de macht, die boven alle machten is en die zelf geen oorsprong heeft. Ik zie een bron die borrelt van leven.’ Deze innerlijke rijkdom, deze inwijdingsweg, deze geestelijke ladder is er voor ieder mens die zich ervoor open stelt. Het is een bevrijdingsweg waardoor ieder mens kan terugkeren naar de vibratie, de hemelsfeer waar hij/zij van oorsprong thuishoort.


