De geest blijft onbeweeglijk, hij ziet die helse monsters tegen zich optrekken en hij is zonder vrees – Het Nuctemeron

BESTEL HET NUCTEMERON MET COMMENTAREN

De geest blijft onbeweeglijk,
hij ziet die helse monsters tegen zich optrekken
en hij is zonder vrees.

De bovenstaande tekst is een karakterisering van het zesde uur in de twaalfvoudige inwijdingsweg die van Apollonius van Tyana in de eerste eeuw van de jaartelling formuleerde in de tekst die bekend staat als het Nuctemeron. Eliphas Levi en Jan van Rijckenborgh (fakkeldrager van het Rozenkruis 21) hebben daar commentaren bij geschreven. Hieronder volgt een gedeelte van de beschouwing van Jan Rijckenborgh over het zesde uur van Apollonius van Tyana.

Wij hebben kunnen constateren dat het vijfde uur het uur van de overwinning was, waarin de kandidaat in de gnostieke mysteriën allereerst een terugblik houdt en het besluit neemt onder geen enkel beding meer te werken met de methoden en krachten van het oude leven. Zou hij zo iets doen, dan zouden die krachten hem daardoor opnieuw en als automatisch gaan regeren.

Voorts richt hij zijn blik op de toekomst waarin hij, toegerust met volkomen nieuwe krachten, namelijk de krachten der grote wateren of de krachten van de Zevengeest, zijn taak zal kunnen opnemen als dienaar van God en de mensen. Na zijn overwinning te hebben gevierd staat hij nu voor het eerst in zijn ontwikkelingsgang in de natuur des doods als een volkomen vrij mens. Eerst nu is het woord volkomen waar in hem geworden: ‘Wel ín de wereld, maar niet meer ván de wereld.’

Er zijn vele mystici geweest die de oplossing van dit woord gezocht hebben in letterlijke en lijfelijke wereldontvluchting. Zij verscholen zich achter metersdikke kloostermuren, in schier ontoegankelijke plaatsen in oerwouden of gebergten, en, daar dit nog niet voldoende was, werd binnen de muren van de kloosters nog de eenzaamheid van de cellen gezocht.

Doch hier is geen sprake van muren en cellen in afgesloten oorden, maar een staan in de wereld, in de meest directe zin van het woord. Te midden van de wereld zal de kandidaat een gaaf en dynamisch stuk wereld- en mensheidsdienst demonstreren, geheel en al induikend in het leven van de doodsnatuur om op deze wijze een nauw contact op te nemen met allen die daarin gevangen liggen. Zo is hij volkomen ín de wereld, maar niet meer ván de wereld. Dat nu is het geheimenis van de hermetische kunst.

Het ‘niet van de wereld zijn’ is geen wereldontvluchting, geen wereld- en levensvijandigheid doch, in de wereld staande, de wereld dienende, dwars door de gnostieke mysteriën heen de wereld innerlijk te boven komen door zielegeboorte en nieuwe bewustzijnsstaat. En zó, door een nieuwe toestand-van-zijn, de geest onbeweeglijk te houden voor dialectische aantasting en overheersing.

Zulk een mens is zonder vrees. Hij is in gnostieke zin tot mensheidsdienst geadeld. Hij kan zich rustig in de wereld bewegen, want gevaren zijn wel te verwachten, doch niet te vrezen, vanwege de nieuwe innerlijke kracht. Tot deze hoge, diepe vrijheid door te dringen moet het hoogste verlangen en het doelwit zijn van iedere leerling van de Geestesschool. Iedere dialectische vorm van vrijheid is een grote vergissing, een absoluut zelfbedrog en altijd een vorm van gevangenschap.

Laat ons nu de gang van de ware vrijheid volgen in de dialectische dreven van zulk een dienaar of dienares van de mensen. Zulk een dienaar vervult zijn taak in opdracht van het universele licht. Hij wordt dan allereerst een koning-priester geheten. Zijn priesterschap zal u duidelijk zijn. Immers, hij dient God en mens, hij is een licht op het pad voor de zoeker. Zijn koningschap moet u in klassieke zin opvatten. Een koning in oorspronkelijke zin is een alleenheerser, een autonoom geworden mens, een mens die door het priesterschap in zijn waarachtig beleven tot zulk een autonomie omhoog stijgt. Er is géén macht, behalve die van de Gnosis, die boven de zijne uitstijgt. Er is in de dialectische natuur geen gebied waarin hij niet zou kunnen doordringen om zijn taak te vervullen.

Over het ware koningschap van de door de geest bevrijde ziel zult u in de universele heilige taal ongetwijfeld veel gelezen hebben. Het laat zich begrijpen dat zulk een koning-priesterschap voor de dienaar van het koninkrijk Gods noodzakelijk is. Daarom wordt zulk een koning-priesterschap bijvoorbeeld aangeduid als dat van Melchizédek, de mysterieuze leider ener hoge orde, de Orde van Melchizédek. Melchizédek is de entiteit die het hoge goddelijke recht vertegenwoordigt, die in de rechtvaardigheid van het goddelijke vrederijk staat. Daarom wordt er gezegd dat hij koning van Salem is, koning van het Vrederijk.

Allen nu die in het zesde uur van hun reis naar het universele leven hun taak van het volwaardige dienstbetoon opnemen, zijn koningpriesters naar de ordening van Melchizédek, waarmee dan de hoge autonomie en de onaantastbaarheid van dit priesterschap in de natuur des doods wordt aangeduid.

U moet goed verstaan dat de kandidaat in de gnostieke mysteriën, die de orde van het koning-priesterschap is binnengetreden en zijn dienstwerk gaat verrichten, meer heeft te doen dan te spreken en te getuigen óver en ván het bevrijdende leven van de zielestaat. Door een levend, dynamisch voorbeeld, alsmede door het stichten van een werkveld, moet hij de zoekende mens aansporen de pelgrimsstaf op te nemen. Deze arbeid is echter nog maar een betrekkelijk gering deel van hetgeen in werkelijkheid tot stand dient te worden gebracht. Het veld van activiteit waarop de betrokkene zich heeft te richten, is zo uitgebreid dat men zich daarvan nauwelijks een voorstelling kan maken.

Wie de betekenis van het zesde uur dan ook min of meer wil begrijpen, moet trachten een blik in dit veld van activiteit te werpen om de grootsheid en onaantastbaarheid daarvan enigszins te beseffen. Wij leven in een wereld van verschijnselen, welker oorzaken voor het merendeel in het verborgene liggen. Wie een levend schepsel waarlijk wil helpen, op al zijn gangen door het bestaansveld, moet de diepste oorzaken van dat leven kennen.

Alle mensen hebben een verschillend karakter. Zij bezitten allen een uiteenlopend type en zo zullen zij in bepaalde situaties allen zeer verschillend denken, voelen en handelen. De psychologische werkingen zijn bij allen in oorzaak en resultaat zeer individueel.Wij kunnen deze verschillen afdoen met te spreken van: verleden, karma, bloedsstaat, erfelijke factoren, ras, volk, burgerlijke staat, doch daarmee zeggen wij toch feitelijk maar heel weinig. Wanneer wij zeggen: ‘De mens is een product van het verleden’, dan hebben wij nog niets gezegd over de wezenlijke aard ván dat verleden. En er is heel wat voor nodig om iets van dat verleden volkomen te doorgronden.

Bron: Het Nuctermeron van Apollonius van Tyana verklaard door J. van Rijckenborgh

BESTEL HET NUCTEMERON MET COMMENTAREN

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *