Recensie essay Maand van de Bijbel 2020 door Jacobine Geel: Vele kamers – Mijn weg door de Bijbel

‘Twaalf jaar was ik toen ik mijn eerste echte Bijbel kreeg. Het was een lang gekoesterde wens. Niet omdat ik al jong zo vroom was, maar vooral omdat ik – leesmeisje- droomde van deze schatkist, tot de rand toe gevuld met woorden. De opwinding over die honderden velletjes vloeipapier, bijeengehouden door een soepele roodlederenkaft, herinner ik mij goed. De kinderbijbel leerde me de plattegrond. Nu was het moment aangebroken om naar hartenlust rond te dwalen.’

Met deze alinea begint het essay dat Jacobine Geel schreef ter gelegenheid van de eerste Maand van de Bijbel (24 januari – 14 februari 2020). Ze is theologe en is vooral bekend als presentatrice in haar televisieprogramma van KRO-NCRV waarin zij in gesprek gaat met deskundigen over allerlei onderwerpen die verband houden met levensbeschouwing. Daarin is zij een vakvrouw die de juiste vragen stelt, maar haar eigen visie niet expliciet uitdraagt.  Daarom zal het voor velen interessant zijn dit essay, dat door de bijbel-uitgeverijen Royal Jongboed en Aveniat is uitgebracht in de vorm van een boekje met 64 bladzijden, te lezen. Het lezen van het essay van de Maand van de Bijbel is ook een goede voorbereiding de veertigdagentijd.

Jacobine Geel laat zich via haar essay meer in haar ziel kijken dan in haar televisieprogramma’s omdat ze hierin persoonlijke ervaringen en meningen deelt. Zo komen lezers te weten dat ze de oudste is in een domineesgezin met vier dochters, dat de mantra ‘Wees niet bang, want Ik ben bij je’ (Jesaja 41:10) in haar kinderjaren al een grote steun voor haar was, dat ze meer theologe is uit nieuwsgierigheid dan uit overtuiging en dat ze de noodzaak van samenwerking inziet. Zo schrijft zij bijvoorbeeld: ‘Helemaal op eigen houtje lukt het niet. Oefenplaatsen heb ik nodig, plekken van ontmoeting en saamhorigheid, zodat er iets op gang kan komen’. 

Toch verlaat ze haar neiging tot interviewen en anderen het woord te geven in dit essay niet helemaal, want in de relatieve korte tekst citeert zij veel auteurs: Paul van Ostayen, Willem Barnard, Esther Jansma, Huub Oosterhuis, Harry Kuitert, Gerard Reve, Lloyd Haft, Vasalis, Abdelkader Benali (die het essay voor de Maand van de Geschiedenis 2020 met het thema Oost – West gaat schrijven), Jan Willem Schulte Nordhold, Annemiek Schrijver, David Mitchell, Karen Amstrong, Ajan Rand, Adam Ewing, Dietrich Bonhoeffer en Dorothee Sölle.

Volgens Jacobine Geel draait het allemaal om schepping en herschepping. Daarbij verwijst ze ook naar Genesis 1. Ze staat open voor denkbeelden die niet passen bij de protestantse traditie waarin zij is opgegroeid. Dat komt ook wel tot uitdrukking in haar televisieprogramma, waarin zij bijvoorbeeld aandacht besteedde aan de vraag: Kun je geloven in reïncarnatie ? Voor Jacobine heeft geloven ook te maken met op weg gaan, zoeken, springen en naar voren gericht zijn. Dat zijn prima uitgangspunten voor gnostiek bijbellezen. De onderstaande citaten uit het essay met de titel ‘Vele kamers – Mijn weg dood de Bijbel’ geven een indruk van haar visie op de Bijbel, geloven en het leven. 

  • Zelfs zonder het open te slaan onderging ik de kracht van de Bijbel. 
  • Ik koester de gelaagde, verrassende en betekenisvolle taal die de Bijbel van de woorden weeft, de richtinggevende verhalen.
  • Ik verzet mij tegen een al te eenduidige, eendimensionale samenvatting van ‘hoe het hoort’ of ‘hoe het zit’.
  • Ik weet het niet is me liever dan kennis voor eens en voor al, omdat die gemakkelijk dode kennis wordt.
  • Ik voel me aangetrokken tot geloven als reikhalzend verlangen en oefen liever een bepaalde houding dan dat ik een vaststaande, welomschreven inhoud omarm. 
  • Soms is een vraag het beste antwoord, beter dan een mening, veel beter dan een oordeel. 
  • Opnieuw geboren worden heeft in de verhalen een diepere waarde dan eens geboren zijn. 
  • Niet waar we vandaan komen bepaalt wie we zijn, maar waarheen we op weg gaan. 
  • Niets vinden is iets ander dan niet op zoek gaan. 
  • In de Bijbel draait het puntje bij paaltje niet om gods- maar om mensendienst. 
  • Geen antwoord op fundamentele vragen als wie zijn wij, wat is onze wereld, of wat doen wij hier eigenlijk is misschien het laatste of definitief. Maar als we die vragen niet meer stellen, aan onszelf en aan elkaar, verstomt het gesprek, stokt de beweging, worden we niet meer nieuw. En is het daar niet allemaal om begonnen?

In het essay zijn acht bladzijden opgenomen waarop  één bijbeltekst staat die verband houdt met het betoog van Jacobine Geel. Deze zijn hieronder weergegeven.

In het huis van mijn Vader zijn veel kamers, zou ik anders gezegd hebben dat ik plaats voor jullie gereed zal maken?
Johannes 14:2

In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was nog woest en doods, en de duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water.
Genesis 1:1

God zei: ‘Er moet licht komen,’ en er was licht.
Genesis 1:3

De HEER zei tegen Abram: ‘Trek weg uit je land, verlaat je familie, verlaat ook je naaste verwanten, en ga naar het land dat ik je zal wijzen.’
Genesis 12:1-2

Toen sprak God deze woorden: ‘Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd.’
Exodus 20:1-2

Kies voor het leven, voor uw eigen toekomst en die van uw nakomelingen, door de HEER, uw God lief te hebben, hem te gehoorzamen en hem toegedaan te blijven.’
Deuteronomium 30:19-30

Jezus bukte en schreef met zijn vinger op de grond. Toen ze bleven aandringen, richtte hij zich op en zei: ‘Wie van jullie zonder zonde is, laat die als eerste een steen naar haar werpen.’ Hij bukte zich weer en schreef op de grond.
Johannes 8:6-8

De Geest helpt ons in onze zwakheid; wij weten immers niet wat we in ons gebed tegen God moeten zeggen, maar de Geest zelf pleit voor ons met woordloze zuchten.
Romeinen 8:26

Bron: Vele kamers – Mijn weg door de Bijbel door (Essay Maand van de Bijbel) door Jacobine Geel

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *