De harmonie der sferen – citaat uit ‘Pythagoras’ van Konrad Dietzfelbinger – 29 november

Een symbool dat Pythagoras gebruikte om zijn ervaringen tot uitdrukking te brengen, is de harmonie der sferen.
 
De sferen zijn de cirkelbanen van de planeten, of liever de cirkel-inhouden van de planeetbanen. Pythagoras ervoer de spirituele orde van ons planetenstelsel. Het was voor hem geen louter fysisch beeld dat volgens wiskundige wetten functioneert, maar de uitdrukking van een goddelijke intelligentie, die haar neerslag had in fysische en wiskundige wetmatigheden. Hij had de omlooptijden van de planeten en hun onderlinge, in eenvoudige wiskundige vergelijkingen beschrijfbare verhoudingen niet wiskundig doorvorst – en toch ‘hoorde’ hij hun harmonieën.

 
In het kader van een spiritueel wereldbeeld zou de verklaring daarvoor luiden: de wisselwerkingen van de planeten in Pythagoras’ lichaam werden als de snaren van een muziekinstrument door een klanken voortbrengend kosmisch instrument tot resonantie gebracht. De trillingen in het eigen wezen waren in overeenstemming met de trillingen in de kosmos – en daardoor werd hij zich bewust van de kosmische trillingen.
 
Krachtens een onzegbaar en moeilijk te vatten goddelijk vermogen, concentreerde hij zijn gehoor en zijn geest krachtig op de hemelse akkoorden van het heelal. Daarbij hoorde en begreep hij, zoals hij verklaarde, de allesomvattende harmonische samenzang van de sferen en de sterren, die zich daarlangs bewogen. Hij liet zich als het ware doordrenken met deze muziek, ordende zijn geest volgens deze zuivere verhoudingen en oefende hem daarin.
 
Waarom horen wij deze sferenharmonieën niet?
Het antwoord van de Pythagoreeërs is globaal juist: wij hebben als gewone mensen geen waarnemingsorganen voor de harmonieën der sferen, voor de orde en de krachten van de geest in ons planetenstelsel, hoewel zij ons omgeven als het water de vissen. Wij hebben deze waarnemingsorganen niet, omdat ons bewustzijn uitsluitend op de zichtbare wereld gericht is.
 
Zouden wij ons bewustzijn van de zichtbare wereld losmaken en tegelijkertijd mogelijk maken dat onze spirituele aanleg zich ontplooit, dan zou ook in ons langzamerhand een orgaan ontstaan dat deze samenhang van de sferen leert beseffen en waarnemen.
 
Alle zichtbare verschijnselen – hemellichamen, planten, dieren, ‘onbezielde’ natuur en de mens – waren voor Pythagoras een uitdrukking van de ‘wereldziel’ en de door haar heen werkende geestelijke wereld.
 
Konrad Dietzfelbinger

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *