Het lagere zelf en het hogere zelf, les van Elihu voor Maria en Elisabeth in een mysterieschool in Egypte

 

Het lagere zelf en het hogere zelf, les van Elihu voor Maria en Elisabeth in een mysterieschool in Egypte (Aquarius Evangelie)

Elihu was weer met zijn leerlingen samen in het heilige bos en zei: Geen mens leeft voor
zichzelf; want ieder levend wezen is door koorden aan ieder ander levend wezen
verbonden. Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen liefhebben en geen wederliefde
vragen. Zij zullen andere mensen niet aandoen, wat zij niet wensen dat anderen hun
aandoen.

Elihu Aquarius Evangelie liefhebben en geen wederliefde vragen citaten spirituele teksten mysterieschool Egypte Maria en Elisabeth
Er zijn twee ‘zelven’ – twee ego’s: het hogere zelf of ego en het lagere zelf of ego. Het
hogere zelf is de menselijke geest bekleed met een ziel, naar Gods beeld gemaakt. Het
lagere zelf het vleselijke zelf, het begeertelichaam is een afschaduwing van het hogere
zelf, misvormd door de duistere ethers van het vlees. Het lagere zelf is een waan en zal
vergaan: het hogere zelf is God in de mens en zal niet vergaan.

Het hogere zelf is de belichaming van waarheid; het lagere zelf is de omgekeerde
waarheid en zij wordt openbaar in leugen. Het hogere zelf is rechtvaardigheid,
mededogen, liefde en recht; het lagere zelf is wat het hoger zelf niet is. Het lagere zelf
kweekt haat, laster, ontucht, moord, diefstal en alles wat leed brengt.

Het hogere zelf is moeder van de deugden en de harmonieën van het leven. Het lagere
zelf is rijk aan beloften; maar arm aan zegeningen en vrede; het belooft plezier, vreugden
en bevredigende voordelen, maar het geeft onrust, ellende en dood. Het geeft de mensen
appels die mooi zijn voor het oog en aangenaam ruiken; hun vruchtvlees is vol bitterheid
en gal.

Als gij mij zoudt vragen wat ge zoudt moeten studeren, dan zou ik zeggen: uw ‘zelven’, uw
ego’s; en als gij die goed bestudeerd zoudt hebben en mij zoudt vragen wat daarna zou
moeten worden bestudeerd, zou ik weer zeggen: uw ‘zelven’ of uw ego’s. Hij die zijn
lagere zelf goed kent, kent de waan van de wereld; heeft kennis van de dingen die voorbij
gaan; en hij die zijn hoger zelf kent, kent God, heeft kennis van alles wat niet voorbij kan
gaan.

Driemaal gezegend is de mens die reinheid en liefde tot zijn werkelijk bezit heeft
gemaakt; hij is verlost van de gevaren van het lagere zelf en is zichzelf, zijn hogere zelf.

De mensen zoeken bevrijding van een kwaad, dat zij zien als een levend monster van de
onderwereld; en zij hebben goden die slechts vermomde demonen zijn; allen machtig,
doch vol jaloezie en haat en begeerte; wier gunsten gekocht moeten worden met kostbare
offers van vruchten en van levende vogels, dieren en mensen. En toch bezitten deze
goden geen oren om te horen, noch ogen om te zien, noch een hart voor medegevoel,
noch de macht om te redden.

Dit kwaad is een mythe; deze goden zijn gemaakt van lucht en gekleed met schaduwen
van een gedachte. De enige duivel waarvan de mensen moeten worden bevrijd is hun
zelf, hun lagere zelf. Als de mens deze duivel wil vinden moet hij binnenwaarts blikken.

Als een mens zijn redder zou willen vinden, dan moet hij binnenwaarts kijken; en wanneer de demon ’zelf‘ onttroont is, zal de redder, liefde, worden verheven tot de troon van macht.
De David van het licht is reinheid, die de sterke Goliath van de duisternis verslaat en de
redder, liefde, een plaats geeft op de troon.

Bron: Hoofdstuk 8 van Het Aquarius Evangelie van Jezus de Christus

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *