De jongen die van de wereld hield – tweemaal bekroond jeugdboek van Tjibbe Veldkamp

BESTEL DE JONGEN DIE VAN DE WERELD HIELD SOFTBACK

BESTEL DE JONGEN DIE VAN DE WERELD HIELD EBOOK

Het jeugdboek ‘De jongen die van de wereld hield’ van  is een magisch-realistisch verhaal met een klassieke sfeer Tjibbe Veldkamp. Mark Janssen maakte sfeervolle illustraties maakte. De uitgave is bekroond met de Nienke van Hichtum-Prijs 2023 en met de Woutertje Pieterse Prijs 2024.

Adem is een ‘mogelijk kind’. Op het moment dat zijn ouders elkaar ontmoeten in een oude Oost-Europese stad, springt er een vonk over en komt hij als geest tot leven. Er bestaan ontelbaar veel mogelijke kinderen en de meeste zullen nooit het levenslicht zien, maar met Adem is iets bijzonders. Als zijn ouders na hun eerste ontmoeting het contact dreigen te verliezen krijgt Adem een voorschot op het leven. Hij heeft kort de tijd om zijn ouders weer bij elkaar te brengen en zo zijn eigen leven veilig te stellen. Met ontwapenende naïviteit gaat hij op pad. Want één ding weet hij zeker: hij wil leven!

BESTEL DE JONGEN DIE VAN DE WERELD HIELD SOFTBACK

BESTEL DE JONGEN DIE VAN DE WERELD HIELD EBOOK

1

De middag dat Adem op aarde verscheen sneeuwde het. Sommige vlokken vielen in de Naber, de rivier die Paznau in tweeën snijdt. Andere landden op de stenen brug. Een jongeman haastte zich de brug op, zijn handen diep in de zakken van zijn dunne jas. Een jonge vrouw kwam hem tegemoet, de kraag van haar jas opgezet. Net voor ze elkaar passeerden schrok de man op uit zijn gedachten. Hij gleed uit in de sneeuw, probeerde zijn evenwicht te bewaren en zocht houvast bij de vrouw. Samen klapten ze tegen de grond. Daar lagen ze: Vaclav en Zdenka, in elkaars armen, hun gezichten zo dicht bij elkaar dat de adem van de één de lippen van de ander verwarmde.

Op dat moment verscheen het mogelijke kind. Je zou hem geschat hebben op een jaar of elf, twaalf. Een gewone jongen zoals je ze elke ochtend naar school zag lopen op oude schoenen, in een grijze, halflange winterjas. Het verschil was dat deze jongen niet liep, maar zweefde.

Hij had een paar tellen nodig om eraan te wennen dat hij er was, zoals ogen soms moeten wennen aan het licht wanneer je in één ruk de gordijnen opentrekt. Maar verbaasd was hij niet. Hij zag de man en vrouw aan zijn voeten en hield van ze. Hij zag de sneeuw op de brug, de vlokken die door de lucht buitelden, de lichtjes van Paznau op de oevers en hield van de wereld.

De mogelijke jongen hield zijn hand op om sneeuwvlokken op te vangen, maar ze vielen door zijn hand heen.
‘Wen er maar aan, jochie,’ klonk een stem. ‘Zo gaat dat hier.’
De jongen keek om. Achter hem zweefde een reus van een vent, een wollen zeemansmuts op zijn hoofd. De kerel stak een hand naar hem uit. De jongen schudde hem – die hand kon hij wél aanraken.
‘Je ouwelui,’ zei de zeeman, met een knikje naar de twee op de grond. ‘Zodra ik je lichie zag ben ik gekomen. Ik ben Barkov en jou noemen we…’ Hij keek zoekend om zich heen. ‘Brug? Koud? Vlok? Nee… Adem! Ik zal je wat zeggen, Adem. Dit schiet niet op hier.’

De jongen – laten we hem ook Adem noemen – zag hoe de gezichten van de man en de vrouw nog dichter naar elkaar toe bewogen. Hun lippen raakten elkaar. Dus dit zijn mijn ouders, dacht Adem. Het voelde logisch.
‘Jakkes,’ zei Barkov, terwijl hij zijn gezicht afwendde. ‘Hier heb ik effe geen trek in. Kom je?’
‘Ik hoor toch bij hen?’ zei Adem.

‘Jaja, ik breng je straks terug. Maar ik mot effe iets nakijken en wil je nog wat dingetjes uitleggen, dus hup.’
De zeeman sloeg een arm om Adems middel en schoot de grijze lucht in. De jongen liet zich meevoeren. Zijn ouders werden kleiner en kleiner, tot ze niet meer waren dan een donker stipje op een witte streep.

Adem genoot. Er was zo veel te zien! Ze vlogen over een haven met kades, hijskranen en schepen, langs besneeuwde daken van hoge gebouwen en brede straten met autootjes en mensjes op de stoep. Hij wist wat alles was en hoe alles heette – maar toch was het of hij de dingen voor het eerst zag. De wereld was een wonderbaarlijk iets, dat was duidelijk, vol plekken om naartoe te gaan, dingen om te zien, mensen om te ontmoeten. En ergens op die prachtige wereld liepen – of lagen – dan ook nog zijn ouders!

Wat een geluk dat ik er ben! dacht hij. Ze volgden de Naber tot de stad achter hen lag. En daalden toen boven een oude scheepswerf, een rommelig terrein, met schepen op het droge, kriskras door elkaar. De meeste lagen op hun zij, sommige zo te zien helemaal heel, andere half gesloopt.

Barkov minderde vaart. Langzaam zweefde hij met Adem naar een klein, scheef hangend bootje. Een luik op het dek stond open. Barkov en Adem zweefden erdoorheen, een trapje af en kwamen uit in een kajuit. De zeeman liet Adem los en richtte zijn aandacht op een maquette, die de ruimte bijna helemaal vulde. De jongen herkende de kranen, de flats, de rivier: het was de stad waar ze net overheen gevlogen waren. Erboven zweefden lichtjes, die dansten en toch op één plek bleven, als boeien die op het water dobberden.

Barkov zwaaide zijn machtige wijsvinger van het ene lichtje naar het andere.
‘Wat doe je?’ vroeg Adem.
‘Effe stil!’ Barkov begon opnieuw de lichtjes een voor een aan te wijzen.
Adem keek rond. Afgezien van de maquette was er weinig te zien. Een minikeukentje tegen een schrootjeswand. Een omgevallen wijnfles met een kaars erin op de grond.
‘Zullen we weer gaan vliegen?’ vroeg Adem. ‘Ik zou best nog meer willen zien.’
‘Honderdeenenveertig,’ mompelde Barkov. Hij tuurde naar de maquette. ‘Feest is weg.’
‘Welk feest?’
‘Nee, Féést, een meisje. Elk lichie is een kind dat geboren ken worden – net als jij. Maar licht weg, kind weg. Haar ouders zullen wel weer heibel gehad hebben.’ Barkov zweefde naar de kaars op de grond, knielde en vouwde zijn handen zo dat het leek of hij de kaars vasthield. ‘Dit moet goed, dus doe effe mee, wil je?’
Adem knielde naast Barkov. Die schraapte zijn keel.

‘Feest… je was er. Maar nu niet meer. Je was een goeie meid. Tabee!’ Hij zweeg een paar tellen en deed toen of hij de kaars – die niet brandde – uitblies. Hij kwam overeind en begon opnieuw de maquette te bestuderen.
‘Is het erg dat ze er niet meer is?’ vroeg Adem.
Barkov haalde zijn brede schouders op. ‘Ze zal niet leven. Is dat erg?’
Ineens drong het tot Adem door hoe het zat.
‘Dus ík ga wel leven? Dan word ik net als mijn ouders? Dan kan ik de sneeuw wel vastpakken?’
Barkov glimlachte.

‘Je kannie wachten hè, jochie?’
Adem was te druk met denken om antwoord te geven. Hij was een mogelijk kind. Maar later werd hij een écht kind. Dan ging hij écht leven.
‘Stel je er niet te veel van voor, hoor,’ zei Barkov. ‘Leven is niet altijd even lollig. Zie je je lichtje?’
Adem volgde met zijn vinger de rivier vanuit de stad naar de scheepswerf. Er zweefde één lichtje boven. Dat was dus zíjn lichtje.
‘Heb jij er geen?’ vroeg Adem.
‘Ik heb m’n leven gehad,’ zei Barkov. ‘En ik hoef er niet nog een, dank je vriendelijk.’
‘Ik wil er wel tien, denk ik,’ zei Adem. Hij dacht even na. ‘Gaan mijn ouders geen ruzie krijgen?’
‘Denk het niet, nee,’ zei Barkov. ‘Asje ’t mij vraagt ben jij ontstaan uit de eerste blik die ze op elkaar wierpen. Dat moet een aanvaring geweest zijn! De meeste stellen kennen elkaar al een stukkie langer voordat…’
Barkov maakte zijn zin niet af. Hij keek van Adem naar diens lichtje en weer terug. Adem zag wat hij zag. Zijn lichtje scheen minder helder dan zonet. En hij voelde zich ineens anders. Alleen.
Zonder iets te zeggen sloeg Barkov zijn arm weer om Adems middel en trok hem mee, niet langs het trappetje en door het luik dit keer, maar recht omhoog door het dak. Ze schoten de lucht in en raceten terug, langs de rivier. Binnen de kortste keren landden ze op de brug.

De man en vrouw waren verdwenen. Waar ze gelegen hadden was de sneeuw omgewoeld. Een paar stappen verderop lag een wit papiertje, zo goed als onzichtbaar tegen de achtergrond van de sneeuw. Barkov liet Adem los en liet zich vallen, zodat zijn neus er vlakbij was en hij kon lezen wat erop stond:

Morgen, zelfde tijd, zelfde plaats, nieuwe kus…
Vaclav

Adem was gaan zitten. ‘Wat gebeurt er? Ik voel me niet goed…’
Barkov knielde naast hem.
‘Ik denk dat je moeder dat briefje is verloren,’ zei hij zacht. ‘Waarschijnlijk heeft ze het niet eens gelezen. Ze gaat door met haar leven… zonder jouw vader.’
Adem voelde zich niet langer gewoon alleen – hij voel- de zich totaal verlaten. Ongeliefd. Niemand op de wereld hield van hem.
‘Ze gaan me toch nog wel maken?’ vroeg hij. Barkov schudde zijn hoofd.

Adam voelde dat hij zwakker werd, maar probeerde het te negeren.
‘Maar dat moet! Ik wil leven!’
‘Het spijt me ontzet…’ begon Barkov.
‘Kun je me helpen?’
‘Ja… nee…’ zei Barkov. ‘Beter van niet. Zoiets loopt nooit goed af.’
‘Dit keer wel!’

Adem voelde zich nu zo zwak en ellendig dat hij wilde gaan liggen en ophouden met denken, ophouden met alles. Maar tegelijk zag hij de sneeuw en die wilde hij echt pakken en echt voelen. Hij greep Barkov, die nog altijd geknield zat, bij zijn jas. Hij bracht zijn gezicht zo dicht mogelijk bij dat van de zeeman.
‘Help me om te leven!’

Barkov keek de jongen in zijn ogen. Het was beter om hem niet te helpen. Want van helpen kwam ellende, niets dan ellende, zo zeker als een anker zakt. Aan de andere kant: het jochie was wél geboren uit een eerste blik. Dat zag je zelden. Misschien moest-ie hem toch een kans geven?

Ineens kwam Barkov in beweging. Gehaast doorzocht hij zijn zakken, haalde een gekreukelde zakdoek tevoorschijn, een touw met een knoop erin, een versleten kaartspel – wat hij allemaal meteen liet vallen – en toen een zandloper. Adem was intussen gaan liggen. Barkov pakte met één hand Adems kin vast en keek hem doordringend aan.

‘Luister goed! Je krijgt een voorschot op je leven. Je moet één ding doen: geef dat briefje aan je moeder. Misschien komt alles dan goed. Je hebt zolang het zand in de zandloper loopt en geen tel langer. Begrepen?’
Adem was te zwak om nog iets terug te zeggen, maar hij slaagde erin te knikken.

Barkov draaide de zandloper om en stopte hem in een zak van Adems jas. Toen haalde hij diep adem, boog zich naar de jongen toe en blies het mogelijke kind tot leven.

BESTEL DE JONGEN DIE VAN DE WERELD HIELD SOFTBACK

BESTEL DE JONGEN DIE VAN DE WERELD HIELD EBOOK