Beschouwing 6

Spirituele Pasen 6: Nieuwe innerlijke kracht betonen
Beschouwing voor vrijdagochtend voor Pasen

 

6 innerlijke kracht betonen

De waarheid, het goddelijke mysterie, is één en ongedeeld en er staat niets tussen de christuskracht en de mens, tenzij de mens zichzelf ‘gesneden beelden’ maakt of zelf afstand neemt. De kosmische mysterieschool is alomtegenwoordig en tracht in ieder mensenhart het licht-zaad uit zijn doodsslaap te wekken. Zuivere, onaardse lichtkracht daalt daartoe af in de aardse persoonlijkheid.

Het eerste ontwaken van de innerlijke mens, Jezus, door de ‘licht-kus ten leven’, veroorzaakt een diep gevoeld heimwee en een onwankelbaar weten van het bestaan van een hogere vorm van menselijk leven. Maar daarnaast brengt het vooral iets volkomen nieuws: de bewuste ervaring van de eigen tweevoudigheid, het herkennen van de realiteit van de Andere-in-ons. En er spreken vanaf dat moment ‘twee stemmen in onze borst’.

Deze tweevoudigheid, het ‘wakker zijn’ van twee wezens binnen een microkosmos, is een bijzondere toestand waarin zowel de sterfelijke mens als de pas-ontwaakte innerlijke mens hun stem laten horen. In iedere levenssituatie staan ons dan twee wegen ter beschikking: de uiterlijke weg waarop de uiterlijke mens opstaat maar uiteindelijk toch sterft. En de innerlijke weg, de weg van Bethlehem tot Golgotha waarop de innerlijke mens opstaat en het nieuwe leven binnengaat.

Beide wegen nodigen ons uit, roepen ons en wij, mensen, zouden het liefst helemaal geen keuze maken maar een compromis willen sluiten…..
De christuskracht offert zich, biedt zich aan aan diegenen die al worstelend trachten de innerlijke weg te gaan, steeds weer de verzoekingen van de uiterlijke weg overwinnend en zichzelf ontdoend van alle gesneden beelden van de vormenwereld.

Deze kracht, het geestelijke brood en wijn, voedt de innerlijke mens en reinigt de uiterlijke mens tot dienaar van de innerlijke. Maar beide blijven naast elkaar bestaan en voelen zich aangetrokken tot hun eigen weg!

Dan breekt de fase van het Paasfeest aan en het is aan Petrus en Johannes (onze wil, het hoofd en ons gevoel, het hart) om een ongegist paasbrood te gaan bereiden. Hoofd en hart kunnen alleen tot deze eenheid worden gesmeed als zij beiden echt willen en echt verlangen, dus zo zuiver zijn geworden dat zij in staat zijn de pure, “ongegiste” lichtkracht te ontvangen. Deze onbesmette lichtkracht, de pure Christus als kracht, wordt in de mysteriën aangeduid als het Lam of het Bloed van Christus.

Deze kracht is zo onaards en heeft een zo groot transformerend vermogen, dat deze alleen kan worden ontvangen in een speciaal daartoe vervaardigde beker of schaal. Petrus en Johannes, zuivere wil en zuiver verlangen, vormen samen deze schaal die symbool staat voor de eenheid tussen hoofd en hart die in de uiterlijke mens is hersteld. Het wordt wel zo voorgesteld dat de voet van de beker in het hart staat en het strottenhoofd het punt is van waaruit het hoofd zich als een beker opent voor het licht.

Het is deze beker waarin het paaslam wordt geofferd en waarin Jozef van Arimathea het bloed van Jezus de Christus naar het Westen, het land van de ondergaande zon, brengt.

In deze innerlijke beker, die tijdens het zevenvoudig mysterie van het Heilig Avondmaal wordt vervaardigd, wordt de wijn ontvangen en het is die beker waarvan Jezus in de hof van Getsemane zegt:

‘O mijn vader-moeder, als het mogelijk is laat deze kelk van mij wijken, echter niet zoals ik wil maar zoals u wilt’.

Het evangelie van de heilige twaalven 77: 6

Getsemane is een meisjesnaam en betekent ‘olijfpers, vat met olie’. De Heilige Geest, het zevenvoudige transformerende licht, is een vrouwelijk, openbarend principe en de zeven stralen werken als een olijfpers in op de persoonlijkheid. Olie is het symbool van zielekracht, de kracht van de innerlijke mens.

En het korte verhaal over de gebeurtenissen in de hof van Getsemane duidt dan ook op een spiritueel proces waarbij zuivere zielekracht, de kostbare olie, voorzichtig uit de persoonlijkheid wordt vrijgemaakt en in een speciaal vat, het ziele-lichaam, wordt verzameld.

Spirituele Pasen citaat.016

Dit proces is zo delicaat en van zo grote waarde voor de opstanding van innerlijke mens, dat Jezus driemaal bidt of dit wel het juiste moment is.
Het is de zorg van de Liefde en de innerlijke strijd van de Ziel.

Want de discipelen vallen steeds weer in slaap op de Olijfberg omdat ‘de geest wel gewillig is maar het vlees zwak’. Jezus vraagt in zijn zieleangst tot driemaal toe of het de bedoeling is dat de beker op dit moment wordt aanvaard, wetende dat het de wakkere, bewuste medewerking van de persoonlijkheid vraagt.

De discipelen staan symbool voor twaalf aanzichten van de persoonlijkheid die als takken van een boom ontspringen in het hoofd en zich van daaruit verspreiden door het hele fysieke lichaam. Deze ‘discipelen’ zijn onmisbaar voor alle fysieke en spirituele processen en Jezus heeft hen tijdens het avondmaal gereinigd.

Nu neemt hij deze ‘olijfboom’ mee de berg op, dompelt hem onder in het veld van de ziel zodat de discipelen kunnen weten wat er gaat gebeuren. Maar de discipelen vallen in slaap, het gewone dagbewustzijn kan hier niet volgen, uitsluitend het innerlijk waarnemingsvermogen.

Slechts één discipel gaat niet mee de berg op: Judas Iskariot. En Judas Iskariot kennen we allemaal.

Hij is weliswaar een van de discipelen die Jezus zelf heeft uitgezocht op één van zijn reizen maar die van oorsprong een tollenaar is (Aquarius Evangelie 88 : 21-26), iemand die een ander alleen na betaling toelaat op een bepaalde weg. Hij vertegenwoordigt onze natuurlijke bezitsdrang, geldingsdrang en machtsdrift.

Deze krachten zijn bijzonder sterk en binden ons met elk atoom aan de stoffelijke wereld. Judas-in-ons zal dan ook altijd trachten het hogere leven binnen de aardse kaders te plaatsen, door te marchanderen en compromissen te sluiten. Jezus wordt op het spirituele pad dan ook niet eenmaal, maar keer op keer verraden.

Judas kan niet over de drempel gaan die hij als tollenaar zelf is, hij zal niet het pascha kunnen vieren. En gaat dus niet mee de Olijfberg op.
In plaats daarvan gaat hij naar Kajafas, de hogepriester. Waar Petrus het gezuiverde deel van wil symboliseert, is Kajafas de nog aanwezige wil van de uiterlijke mens.

Kajafas begrijpt dat zijn laatste uur heeft geslagen als hij de lichtkracht, Jezus, niet heel snel uit ‘zijn koninkrijk’ verwijdert. En Judas, de marchandeerder,  is een gemakkelijke prooi voor Kajafas. Want Judas kan het pad niet overzien, is niet ingewijd op de Olijfberg en handelt daarom nog steeds volgens de uiterlijke wet, de wet van Mozes.

Volgens die wet wordt het paasfeest gevierd met het slachten van een lam, een paaslam, binnen de poorten van Jeruzalem. Judas heeft dan ook in bereidwilligheid voor Jezus een lam gekocht, maar deze verbood het lam te offeren. In plaats daarvan vieren de discipelen en Jezus, het Lam Gods, het paasfeest binnen de poorten van het innerlijke Jeruzalem, met brood.

De Kajafas in ons grijpt dit gebeuren ogenblikkelijk aan om Jezus ter dood te veroordelen: er moet volgens de wet een lam worden geofferd!  Judas belooft Jezus aan Kajafas te verraden voor geld. En met een ‘kus-des-doods’ wijst Judas aan wie Jezus is, hem zo overleverende aan de hogepriesters, tempeldienaren en farizeeërs.

Simon Petrus wil Jezus’ leven beschermen en trekt het zwaard van zijn wilskracht, een volkomen natuurlijke reactie, maar Jezus staat dit niet toe en zegt:

‘Doe uw zwaard in de schede; allen die het zwaard trekken, zullen door het zwaard vergaan. Hij zei tegen Petrus: ‘Denkt u dat ik mijn vader-moeder niet om hulp kan bidden? Hij zou mij ogenblikkelijk twaalf legioenen engelen zenden. Maar hoe zouden dan de geschriften vervuld moeten worden, die zeggen dat het aldus moet zijn?’
Toen lieten alle discipelen hem in de steek en vluchtten’.

Het evangelie van de heilige twaalven 78 : 8-10

Niet lang daarna wordt Jezus driemaal verraden door diezelfde dappere en oprechte Simon Petrus. De haan kraait, Jezus keert zich om en kijkt hem aan: angst is altijd sterker dan de menselijke wil, hoe gezuiverd die ook is. En Simon gaat naar buiten en weent bitter.

En zo wordt de zieleolie tot de laatste druppel uit de persoonlijkheid gewonnen; de innerlijke mens betoont zijn kracht en vertrouwen en geeft niet toe aan de instincten van de uiterlijke mens. Want het licht hoeft niet te strijden, het innerlijk licht is. Het trekt zich niet terug en het Lam geeft zich vrijwillig gevangen in de persoonlijkheid om het spirituele proces tot het goede einde te brengen.

Bron: Spirituele Pasen en Pinksteren

Deze beschouwing is geïnspireerd op de hoofdstukken 77 en 78 van Het evangelie van de heilige twaalven

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *