De weg tot het geluk – brief 2 van 125 van Marsilio Ficino

BESTEL DE BRIEVEN VAN MARSILIO FICINO VAN € 25,50 VOOR € 15,00

Hieronder volgt de integrale tekst van brief 2 van 125 van Marsilio Ficino (1433-1499) uit het boek De brieven van Marsilio Ficino, deel 1. Deze is gericht aan Cosimo d’ Medici en gaat over geluk en gelukzaligheid

Marsilio Ficino aan Cosimo de’ Medici: gegroet.

Ik kom maar al te graag naar u toe zodra ik dat kan. Want wat is aangenamer dan te vertoeven in Careggi, het land van de Gratiën, met Cosimo, de vader van al het goede. Hierbij alvast in het kort wat de meest geschikte weg tot geluk is volgens de platonisten.

Hoewel het volgens mij overbodig is de weg te tonen aan degene die het doel al bijna bereikt heeft, heb ik toch gemeend gehoor te moeten geven aan uw verlangen met deze brief. Als ik bij u ben zullen we hierop doorgaan. Alle mensen wensen goed te handelen, dat wil zeggen goed te leven. Maar zij leven pas goed als hun zoveel mogelijk goede gaven ter beschikking staan. Deze gaven zijn: rijkdom, gezondheid, schoonheid, kracht, edele geboorte, eer, macht, inzicht, bovendien rechtvaardigheid, moed, matigheid en bovenal wijsheid, die de essentie van geluk uitmaakt. Geluk bestaat immers uit het voorspoedig bereiken van het gewenste doel, maar kennis verschaft daartoe in iedere situatie de middelen.

Want door haar ontlokken bekwame fluitspelers de mooiste tonen aan hun instrumenten en komen knappe letterkundigen tot hun beste studies. Door deze kennis brengen stuurlieden hun schip eerder dan anderen in veilige haven, voert de veldheer oorlog met minder risico en brengt de geneesheer het lichaam weer in de gewenste conditie. Daarom is het aan kennis te danken dat een mens na al zijn inspanningen uiteindelijk zijn doel bereikt. Bij echte kennis is nooit sprake van dwaling of vergissing. Omdat het inderdaad kennis is die maakt dat het doel wordt bereikt, moet zij als de enige bron van geluk worden beschouwd.

Bovendien wordt gezegd dat alleen die mensen gelukkig zijn aan wie veel gaven ter beschikking staan. Zij zijn echter pas gelukkig wanneer die gaven hun ook tot voordeel zijn. En ze zullen hun pas tot voordeel zijn, als ze hun gaven ook benutten. Het louter bezitten van gaven zonder ze te gebruiken draagt namelijk niets bij tot geluk. Maar het is niet voldoende ze alleen maar te gebruiken, want een verkeerd gebruik is eerder schadelijk dan heilzaam. Zoals wij dus aan het bezit het gebruik toevoegden, zo moeten wij ook aan het gebruik het juiste gebruik toevoegen, opdat wij onze gaven niet alleen gebruiken, maar dat ook op de juiste wijze doen. En alleen echte kennis stelt ons hiertoe in staat. Dit is duidelijk waar te nemen in de kunsten, waar alleen zij die hun vak verstaan een juist gebruik maken van hun materiaal en hun instrumenten.

Op dezelfde wijze zorgt ware kennis ervoor dat wij een juist gebruik maken van rijkdom, gezondheid, schoonheid, kracht en al die andere zaken waar de mensen de mond vol van hebben. Daarom zal iemand die deze gaven bezit en er een weloverwogen gebruik van maakt altijd doeltreffend en juist handelen. Want wie veel gaven bezit en ze zonder nadenken gebruikt, lijdt meer schade naarmate hij er meer bezit, omdat hij er meer misbruik van maakt. Wie onwetend is maakt minder vergissingen naarmate hij minder handelt. Wie minder vergissingen maakt doet ook minder kwaad. Als hij minder kwaad doet is hij ook niet zo ongelukkig.

Ongetwijfeld ‘‘doet’’ de arme minder dan de rijke, de zwakke minder dan de sterke, de lafaard minder dan de dappere, de luiaard minder dan de wakkere, de trage minder dan de snelle, de domoor minder dan de scherpzinnige. Daarom zijn geen van de gaven die hierboven ge- noemd werden goed op zichzelf. Want wanneer ze worden beheerst door onwetendheid, worden zij nog slechter dan hun tegendeel, in die mate zelfs dat ze een boosaardig heerser rijkelijk de middelen voor zijn misdaden kunnen verschaffen. Als anderzijds bezonnenheid en wijsheid ze leiden, dan werken ze zoveel te beter. Maar op zichzelf zijn ze noch goed noch slecht. Voor een wijs mens blijken zowel gunstige als ongunstige gaven nuttig te zijn, want hij maakt van beide een goed gebruik, maar voor de onwetende geldt het tegenovergestelde.

Daarom is van al onze gaven alleen ware kennis goed op zichzelf en alleen onwetendheid op zichzelf slecht. Welnu, wij willen allen gelukkig zijn en kunnen dat geluk niet verkrijgen zonder een juist gebruik van onze gaven te maken. En ware kennis stelt ons tot dit juiste gebruik in staat. Daarom moet een ieder, met voorbijgaan aan al het overige, geheel vervuld van liefde tot wijsheid en met de grootste toewijding zich inspannen om die ware kennis en wijsheid te verwerven, want zo wordt onze ziel het meest gelijk aan God, die de bron van alle ware kennis is. En juist in dit gelijk zijn aan God bestaat volgens Plato de hoogste graad van gelukzaligheid.

INHOUDSOPGAVE

ten geleide
inleiding
de brieven
Woord vooraf bij alle brieven
Woord vooraf bij het eerste brievenboek

    1. Over het verlangen naar geluk
    2. De weg tot geluk
    3. Navolging is vruchtbaarder dan lezen
    4. Een gesprek over God tussen God en de ziel
    5. Medicijnen genezen het lichaam, muziek de geest, zelfkennis de ziel
    6. Wet en rechtvaardigheid
    7. Over goddelijke vervoering
    8. Een verontschuldiging voor langdradigheid
    9. Over voorspelling en de goddelijkheid van de ziel
    10. Hoe te prijzen zonder vleierij
    11. Het nut van een leven in eenheid
    12. Over ingetogenheid bij het schrijven
    13. Hulde aan degenen die Plato uiteenzetten
    14. Aansporing tot studie
    15. Troostbrief bij iemands overlijden
    16. Lof der waarheid
    17. Hoe nuttig het is geleerden te onderhouden
    18. De lof voor een kunstenaar komt niet voort uit zijn woorden, maar uit zijn
      werk
    19. Over beschaving, over zuivering en over het voorbeeld van de goddelijke kwaliteit van de gelouterde ziel
    20. Over de mens die wijs en gelukkig is
    21. Het is beter goede teksten te schrijven dan vele
    22. Aansporing om kennis na te streven
    23. Verzoek om een brief
    24. Liefdeszaken
    25. God, niet de mens, is de schepper van wonderen
    26. De verbazingwekkende glorie van Lorenzo de’ Medici
    27. Over de liefde
    28. Over de liefde; hoe iedere man geliefd en geprezen zou moeten zijn
    29. Een speelse aanmoediging voor Giovanni om door middel van veinzerij terug te keren
    30. Een brief over helden, geschreven zoals mijn geest mij inga
    31. Wat gedaan is in vrijheid, is aangenamer dan een verplichte handeling
    32. Een uitdaging om te schrijven
    33. Brieven zijn nodig tussen vrienden
    34. Verlies van tijd is een ernstige zaak
    35. Brieven van vrienden zijn een bron van vreugde
    36. Geen kritiek, want God brengt wraak
    37. De mens is geest. De geest van de minnaar is in de geliefde
    38. Een serieuze verhandeling, gericht aan Giovanni: Na de dood heeft een mens veel meer inzicht dan wanneer hij nog in een lichaam huist
    39. Tegen Averroës, op grond van het feit dat er geen afzonderlijk menselijk intellect is
    40. Kenners van God zijn wakker, de rest slaapt
    41. De waarheid van God is straling, schoonheid en liefde
    42. Ideeën, volgens Plato, bestaan in de goddelijke geest
    43. Over de oorzaak van het zondigen; over de hoop en het middel tot herstel
    44. De wetgever staat boven de sofist
    45. Vervulling van liefde ligt in de toepassing ervan
    46. Liefde zonder toewijding is niet veel waard, toewijding zonder liefde ook niet
    47. Over het verdragen van onrecht
    48. Hoe bereikt men gelijkmoedigheid ten opzichte van het lot?
    49. Een vriendschap door God gesmeed is duurzaam
    50. Dichterlijke inspiratie is afkomstig van God
    51. De zorg voor vaderland, familie en vrienden
    52. Wie men een oprecht mens noemt
    53. Over menslievendheid
    54. Innemendheid, liefde, trouw, vriendschap
    55. De dwaasheid en ellende der mensen
    56. De dwaasheid en ellende der mensen
    57. De dwaasheid en ellende der mensen
    58. Een aanmoediging tot bescheidenheid en de studie van de literatuur
    59. Dat een vriend binnenin een vriend is
    60. De gezondheid van een vriend hangt af van zijn vriend
    61. Een voorspelling aangaande een vriend
    62. Hoe groot het verlangen van een vriend kan zijn
    63. Het is beter goedheid te prijzen dan talent
    64. Wie de liefde bedriegt en wie zij niet bedriegt
    65. Een aanbeveling uit nood en verdienste
    66. God bestiert alles op goede wijze en dus moeten we in alles het goede zien
    67. Over de dwaasheid der mensen en wat ware kennis is
    68. Lof van vrijgevigheid, lof van de aalmoes
    69. Geen deugd is lieflijker dan mildheid
    70. Een ware vriend hoeft niet afwezig te zijn om meer gewenst te zijn
    71. Wie rijk is en onrechtvaardig en wie rechtvaardig is
    72. De goedheid en waardigheid van de rechtsgeleerde
    73. De waardigheid van de priester
    74. Heilige orders dienen niet aan iedereen te worden gegeven
    75. Geen harmonie geeft groter verrukking dan die tussen het hart en de tong
    76. Over de plicht van een burger
    77. Wat betekent ‘‘een goed leven leiden’’?
    78. De waarde, het nut en de toepassing van de geneeskunde
    79. Over zuinig omgaan met tijd
    80. Een mens zonder religie is ongelukkiger dan de dieren
    81. Antwoord op de brief over zuinig omgaan met tijd
    82. Voor een mens van goede wil is de toegang tot het goede nooit helemaal afgesloten
    83. Toepassing is krachtiger dan theorie
    84. Goddelijkheid van de ziel door inspiratie
    85. Een nieuw werk behaagt de schrijver teveel
    86. Over volharding
    87. Het is de aard van een verstandig mens niets te wensen behalve het welzijn van zijn ziel en een gezond lichaam
    88. Ov((AL))er muziek
    89. De waarachtigste lofprijzing is die welke haar zelf ook waard is
    90. Gelukkig is degene die wordt bemind door een mens die het zelf waard is zeer bemind te worden
    91. Over wet en rechtvaardigheid
    92. De ziel
    93. Vertroosting bij verdriet om de dood van een vriend
    94. De rol van de waarheidsgetrouwe vertegenwoordiger van de wet
    95. Wat vurig verlangd wordt, is snel verkregen
    96. Laten we ons liever op de bronnen richten dan op de beekjes
    97. Een volgeling van Aristoteles vraagt niet om geld als filosoof, maar als mens
    98. Een aanbeveling op grond van vroegere voorspoed, rechtschapenheid en kennis
    99. De reden om iemand te prijzen
    100. Niemand kan over liefde praten die zelf geen liefde kent
    101. Wat je je moet herinneren en wat je moet vergeten
    102. De definitie, de functie en het doel van de verschillende deugden
    103. De natuur en plicht van de mens zelf; de lofspraak der geschiedenis
    104. Drie richtsnoeren voor het leven en de ene beste manier van leven
    105. Het beginsel van onderwijzen, prijzen en berispen
    106. Zelfkennis en zelfrespect als hoogste goed
    107. Over de goddelijkheid van de ziel en over religie
    108. Woorden van troost bij iemands sterven
    109. Tegen leugenaars en goddeloze lasteraars
    110. Tegen leugenaars en goddeloze lasteraars
    111. Over de stappen naar geluk dat eeuwig is
    112. Een innerlijk gebed tot God
    113. Moge een ieder uitsluitend God en de deugdzaamheid vertrouwen en dienen
    114. Wat de aard van navolging zou moeten zijn
    115. Een grote lofprijzing is dikwijls kort
    116. Hij die achting heeft voor goede mensen betoont achting aan zichzelf
    117. Een oprechte wens en aanbeveling
    118. Een korte aanwijzing en raadgeving aan een bisschop
    119. Lofrede op de filosofie door middel van de welsprekendheid, de moraal, de logica en de kennis van God
    120. Het nut van het vrije leven
    121. Over volharding
    122. Alleen de goddelijke arts is in staat de ziekten van de ziel te genezen
    123. Hoe het komt dat liefde wederkerig is
    124. Het ware dichten is van en voor God
    125. Wat eigen is aan de mens zou aan de mens gezonden moeten worden

aanhangsel
noten bij de brieven
correspondenten van Ficino
bibliografie
register

BESTEL DE BRIEVEN VAN MARSILIO FICINO VAN € 25,50 VOOR € 15,00

LEES MEER OVER DE VIJF BOEKEN VAN OF OVER FICINO