De universele broederschap, broederschapsketen of apostolische keten, tekst uit ‘In het teken van de Driebond van het Licht’

Het is een volstrekte waan te veronderstellen dat de huidige mensheid de top van de evolutie heeft bereikt of zich zelfs maar in de voorste wagon van die oneindige sterrentrein van ontwikkeling bevindt.

Deze trein doorkruist de onmetelijke ruimte in een spiraalvormige dans van grote schoonheid, maar de mens bevindt zich ergens in het midden van het voertuig, precies daar waar geest en materie, energie en stof bijna in evenwicht zijn.

En omdat een precies evenwicht in feite de dood betekent, bevindt de mens zich steeds op de rand van de afgrond. Degenen die in de voorste wagon zijn, zijn volop bezig om de mensheid in deze moeilijkste fase van de evolutie te helpen, zoals ook zij op hun beurt vroeger door nog verder ontwikkelde mensen werden geholpen.

Zo vormt de mensheid als universele levensgolf een keten een broederschapsketen, en zij die een stap vooruit zijn op de evolutieboog voelen zich verplicht degenen die na hen komen, verder te helpen.

Vanuit spiritueel oogpunt gezien bevindt de mensheid zich momenteel in een spannende strijd die als inzet heeft door te breken naar een hogere spiraal van ontwikkeling. Maar de aanwezige energie schiet vaak tekort, en in veel gevallen blijkt de zuigkracht van de materie te sterk.

Er is een streven naar Licht, naar levensenergie, naar Lichtkracht in iedere mens. Maar het is absoluut zeker dat hij als eenling met zijn huidige mogelijkheden die sprong naar omhoog niet kan volbrengen.

Al vanaf de dageraad van onze beschaving bereiken ons regelmatig ‘boodschappers’ van het Licht. Zij komen om zo te spreken ‘uit onze toekomst’ om ons duidelijk te maken, hoe en in welke richting wij onze evolutie kunnen voortzetten.

En dat doen zij stap voor stap, al naar gelang de mate waarin wij als mensheid zelf onze schreden in de enig juiste richting zetten. Want een dergelijke hulp kan nooit onze eigen inspanningen vervangen.

Deze boodschappers komen en gaan, want in onze levenssfeer kan nu eenmaal niets blijvend zijn. Zeker zullen zij in de toekomst nog een keer terugkomen. En hun optreden gaat annex met het omlaag zenden van ‘de krater die met de krachten van de heilige geest is gevuld’.

Tot alle zielen klinkt de uitnodiging: ‘Dompel u onder in dit mengvat, u zielen die dit kunt!’ Want hoewel deze zielemensen zeker met intelligentie begiftigd zijn, ontbreekt hen de geestbinding.

Geest is een zeer hoge energie. Het is een supra-luminische stroom, die alles met alles verbindt, in ieder ogenblik. Deze stroom komt voort uit de Ene, uit het Goede, het middelpunt van alles. Deze Ene is het universele ‘point of view’ van waaruit alles begrepen kan worden.

Pas wanneer een mens met een levende ziel de binding met deze bovenzinnelijke lichtbron tot stand brengt, ontstaat er een nieuwe waarneming, een nieuw bewustzijn, een allesomvattend weten en een diep doordringend begrijpen van de zin van al het leven. Maar tot dat moment moeten we het stellen met mogelijkheden interpretaties en een toenadering tot de waarheid, die gebaseerd zijn op vermoedens.

Geest is alomtegenwoordig. Om daarmee een verbinding te realiseren is een organische ontvangstmogelijkheid in het eigen wezen een voorwaarde. En als we dit ontvankelijk orgaan in onszelf hebben gevormd, hebben we een nieuwe intelligentie nodig om de boodschap ervan te begrijpen, want zonder een juiste innerlijke vertaling kan men de inhoud van deze boodschap niet in praktijk van het leven uitdragen en verwerkelijken.

Bron: In het teken van de Driebond van het Licht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *