Het zinnelijk begeeren – strofe 26 van de Tao Teh King en een berijming door C. van Dijk

BESTEL TAO EN TEH

LEES MEER EN DOWNLOAD HET GRATIS GEDEELTE VAN TAO EN TEH

Hieronder volgt strofe 26 van de Daodejing van Lao Zi in de vertaling van E.J. Welz en parafrasen op door C. van Dijk.

Het fundament is hechter dan wat erop rust.
Bedaardheid is meesteres der beweging.
Daarom laat de voorname, op reis,
de ganse dag zijn reiswagen niet in de steek
en hij geniet van schone gezichten
niet anders dan in ‘t voorbijtrekken.
Anders de Heer der Tienduizend Wagens,
die door het rijk dartelt
en door zijn onbezonnenheid zijn beste raadgevers
en door zijn wuftheid zijn troon verliest.

Het zinnelijk begeeren – Zesentwintigste Spreuk

245

Ernst is dieper dan genot.
De wortel zetelt in de aarde.
De bloem bloeit in de zonnegaarde,
Zoo beschikt het wijze lot.

246

Zoo wordt het laag’re aangedaan,
Door wat in ‘t Hoog’re is bewust.
Voortplanten doet het teelorgaan.
Hoog troont de rede – laag de lust.

247

De hoog’re mensch laat lust besterven,
En plant zich zelve geest’lijk voort,
Teneinde ‘t Hoogste te verwerven,
Gebiedend over daad en woord.

248

Zoo kan hij, levend in de stof,
Zich zelf van binnen uit beschouwen,
En in zich zelf een wereld bouwen.
‘t Doorzichtig ijle – dringt door grof.

249

Hij die dit wetend, zich aan de stof vergrijpt, O
m in losbandigheid zijn lager Zelf te voeden,
Is als de beul, die het moordend wapen slijpt,
En zich zelf wondend aan de scherpte dood zal bloeden.

250

Niets is zoo licht te wekken als de zinnen.
Genotzucht sluimert met een wakend oor.
Het lager ‘Ego’ wil zich zelf beminnen,
En holt er als een teug’loos paard vandoor.

Bron: Tao, Universeel bewustzijn – Teh, Universeele bewustwording van E.J. Welz en C. van Dijk

BESTEL TAO EN TEH