Een onvoltooid leven – Franz Schuberts Schmerz en de schaduw van Beethoven – Robert Joost Willink

BESTEL EEN ONVOLTOOID LEVEN

LEES OVER HET SYMPOSION ‘MEER DAN EEN MELODIE’ OP 19 NOVEMBER 2023

Rond Franz Schubert (1797-1828) en zijn oeuvre hangt een sfeer van tragiek. Hij werd pas na zijn dood echt bekend en gewaardeerd. Tijdens zijn leven worstelde hij met dit gebrek aan erkenning, naast een jeugdtrauma en de ziekte syfilis. Voeg daarbij zijn vroege dood — hij werd slechts 31 jaar — en ‘Een onvoltooid leven’ lijkt een passende titel voor deze biografie. In maart 1824 schreef Schubert een brief aan een vriend waarin hij klaagt over zijn vele Schmerzen. Hij zegt “de ongelukkigste mens op aarde” te zijn. Schuberts crisis van 1824 had alles te maken met Ludwig van Beethoven. De jonge componist werd zo door Beethoven geïnspireerd dat hij al zijn “leed” kon inzetten bij het componeren van een eigen Kunstmusik, zoals hij deze in zijn strijkkwartetten, pianowerk en symfonieën gestalte gaf. Zonder Beethovens compromisloze opvattingen over muziek was de “Schubert” zoals wij die kennen er niet geweest.

1. INLEIDING

Nogal zelfverzekerd, zo kijkt Franz Schubert op het portret dat Anton Depauly van hem in het jaar van zijn dood maakte (Afbeelding 1). Zijn blik is wat nors, maar ook wel trots, en intenser dan op de andere portretten die van hem bekend zijn. Wat ontbreekt is zijn brilletje, dat hij al ver vóór 1814 droeg en ook ’s nachts vaak in bed ophield om snel ingevingen te noteren. Iedereen kende Schubert alleen met bril op. Maar dat “handelsmerk” van hem mocht kennelijk niet mee worden vereeuwigd. Van zijn opdrachtgever had Depauly te horen gekregen dat de componisten, die hij voor het nageslacht portretteerde, er “op hun best moesten uitzien”. Een onderkin wijst op zijn wat korte plompe lichaamsbouw en verraadt de aanleg om corpulent te worden. Velen die Schubert goed kenden, vonden het portret van August Rieder van drie jaar eerder het meest op hem lijken (Afbeelding 2). De componist is daarop afgebeeld met bril, half en-profil, tevreden, nonchalant en wat triomfantelijk achteroverleunend op zijn stoel.

Op beide portretten lijken we goed te kunnen zien dat Schubert zich had herpakt na een diepe crisis in maart 1824, toen de meeste van zijn gedroomde successen uitbleven en een ongeneeslijke ziekte langzaam zijn gezondheid ondermijnde.

Maar we moeten voorzichtig zijn met dit oordeel. Schubert had zichzelf dan misschien wel hervonden, maar hij miste nog steeds de belangrijke successen waarop hij zo vurig hoopte, zijn ziekte verergerde sluipenderwijs, en als portrettisten hun model in die tijd naar het leven schilderden deden ze dat zo geflatteerd mogelijk. Waren er portretten van Schubert tijdens die crisis vervaardigd, dan had niemand zijn wanhoop te zien gekregen.

Dat zijn vrienden hem het liefst zo door Rieder geportretteerd zagen is begrijpelijk. Velen wisten van zijn crisis, maar zagen Schubert graag zoals ze hem vroeger kenden: de vrolijke Franz, hun oude “Franzl” of “Schwammerl” (“zwammetje”, vanwege zijn lichaamsbouw), een fervent Kaffeehaus-bezoeker, blakend van zelfvertrouwen en vol “heiteren Gemüthes” (vol vrolijkheid).

Dit boek vertelt hoe Schuberts crisis van 1824 alles te maken had met Ludwig van Beethoven, zijn tijdgenoot. Ook zijn dood stond in het teken van deze componist. Jaren nadat hij eind november 1828 bij Beethoven werd begraven, voltrok zich een wonderbaarlijke gebeurtenis die in de muziekgeschiedenis haar weerga niet kent.

In zestig jaar tijd zijn Schubert en Beethoven drie keer begraven, en een keer hebben ze nieuwe grafkisten gekregen. Pas in juni 1888 vonden beiden eindelijk echt hun laatste rustplaats.

Schubert werd op 21 november 1828 op het Weense Währinger Ortsfriedhof ter aarde besteld, nadat Beethoven hem daar op 29 maart 1827 was voorgegaan. Tot in oktober 1863 werden hun stoffelijke resten met rust gelaten. Toen werd er besloten om hen voor studiedoeleinden op te delven. Men wilde bekijken of de grafkisten na zo’n 35 jaar vervangen moesten worden, en Weense schedeldeskundigen stonden te popelen om te onderzoeken of hun schedels konden verklaren waarom de twee componisten muziek schreven die qua karakter zo van elkaar verschilde.

Ook vond toen een andere, nog ingrijpender gebeurtenis plaats. Hun graven werden herschikt. Schuberts graf kreeg een nieuwe plek. Hij kwam nu direct naast Beethoven te liggen, wat hem postuum erg gelukkig moet hebben gemaakt (Afbeelding 3).

In 1828 had Schubert, al ijlend op zijn sterfbed, zijn broer Ferdinand in het oor gefluisterd dat hij zich al dood onder de grond waande, maar niet daar waar Beethoven lag. Nadat zijn broer gestorven was, besloot Ferdinand om deze koortsdroom te beschouwen als een laatste doodswens. Hoewel Schubert toen niet direct naast Beethoven kwam te liggen, was het toch maar drie graven verderop. Dichterbij zat er op dat moment niet voor hem in omdat de tussenliggende graven al bezet waren.

Zijn herbegrafenis in 1863 werd een grootse plechtigheid. Een koor posteerde zich in een halve cirkel rond Schuberts open graf en zong twee liederen. Vervolgens werd ter ere van hen een mis opgedragen, waarna de oude sluitstenen de beide nieuwe, met zink beklede, kisten aan het zicht onttrokken.

Deze rust bleek maar betrekkelijk. Het Währinger Ortsfriedhof werd in 1873 gesloten en in 1888 geruimd. Tijdens die ruiming werden de kisten met hun stoffelijke resten voor de tweede keer opgetakeld. Een grondig onderzoek bleef toen achterwege. Wel werden hun kisten geopend om te kijken of de inhoud er nog goed bij lag. Hierna werden ze overgeheveld naar het nieuwe en veel ruimere Zentral Friedhof om daar, gebroederlijk naast elkaar, in een rijtje van “Ehrengräber”, opnieuw te worden begraven.

Vormde in 1828 alleen Schuberts koortsdroom aanleiding om hem een plek te geven dichtbij de door hem mateloos vereerde Beethoven, in 1863 had zich een groot comité uit de Weense muziekkringen tot taak gesteld om zijn graf over te hevelen naar een plaats direct naast zijn voorganger. Er was zelfs een hele menigte op de been om die gebeurtenis luister bij te zetten. De enor- me belangstelling voor de verplaatsing van Schuberts graf kwam voort uit een veranderde waardering voor wat hij gepresteerd had. Zelf had Schubert geen goed overzicht van alles wat hij in zo’n vijftien jaar bij elkaar had geschreven. Hij kon dus de buitenwereld geen inzicht bieden in de groei van zijn prestaties, en was ook niet goed bij machte om een soort PR-beleid te voeren, zoals Beethoven dat wel kon.

Pas na zijn dood kwamen allerlei grotendeels nog onbekende composities boven water die meesterwerken bleken te zijn. De postume herwaardering van Schuberts werk was de aanleiding voor de gebeurtenissen in oktober 1863. Niet alleen de nieuwe plek van zijn graf, maar ook het onderzoek dat plaatsvond wijst op de verandering van zijn status als componist. Schuberts schedel werd vergeleken met die van Beethoven die toen al tot de grootste componisten aller tijden werd gerekend. “Naast Beethoven” had daarom ook een figuurlijke betekenis. Deze plek stond voor wat hem tijdens zijn leven niet was gelukt. Hij schoof toen binnen de rangorde van componisten op naar een plaats naast Beethoven.

Omdat Schuberts oeuvre pas laat na zijn dood echt bekend en gewaardeerd werd, en hij tijdens zijn leven worstelde met armoede en ziekte, kleeft aan zijn persoon én werk een sfeer van tragiek. Voeg daarbij zijn zeer vroege dood – hij werd slechts 31 jaar – en “Een onvoltooid leven” lijkt me een passende titel voor dit boek.

Schuberts ziekte

Aan welke ziekte Schubert op 19 november 1828 om 15.00 uur precies bezweek blijft wat onduidelijk. De syfilis, waaraan hij toen bijna zes jaar leed, kan toen al het derde stadium hebben bereikt en in theorie de doodsoorzaak zijn geweest. De artsen gaven echter als doodsoorzaak Typhus aan, een verzamelnaam voor allerlei kwalen waarvoor de medische wetenschap toen nog geen oorzaak had gevonden. De Verzeichnis der Geburts- und Sterbefülle heeft het over “Nervenfieber”. Door de syfilis en het krankzinnig hoge componeertempo in het jaar voor zijn dood was zijn gestel zodanig verzwakt dat haast elke serieuze ziekte Schubert had kunnen vellen. De miserabele hygiëne in Wenen kan een gemene griep of verwaarloosde maagdarmkwaal (die ook weer “Typhus” werd genoemd) hebben veroorzaakt die over Schuberts eerste ziekte heen kwam en zijn zwaar aangetaste conditie verder ondermijnde.

Blijven we over zijn precieze doodsoorzaak in het ongewisse, de vraag naar Schuberts “geestelijke gezondheid” blijkt ook niet zo gemakkelijk te beantwoorden. Veel eigentijdse bronnen beweren dat hij mentaal iets mankeerde. Hij had soms last van woedeaanvallen en toonde in de jaren voor zijn dood bij tijd en wijle rare, of zelfs nare trekjes, zo herinnerden zich enkele van zijn naaste vrienden. Maar over het antwoord op de vraag uit welke stoornis dit gedrag verklaard kan worden lopen de meningen van medici en historici nogal uiteen. Het kan de syfilis zijn geweest, maar ook een milde vorm van manische depressiviteit of een in zijn jeugd opgelopen trauma, dat hem in combinatie met de zorgen om zijn syfilis mentaal bleef belasten.

Torenhoge ambities

Dat Schubert op zijn sterfbed de wens uitte naast Beethoven begraven te worden, laat zien hoezeer hij de zesentwintig jaar oudere componist bewonderde. Schubert verafgoodde Beethoven én was hem in meerdere opzichten schat- plichtig. Beethoven en zijn muziek inspireerden Schubert. Soms is dat merkbaar in passages en thematiek die Schubert aan diens werk ontleende. Maar de invloed ging dieper. Beethovens muziek eiste het uiterste van Schuberts ambitie. De jonge componist wilde het pad betreden dat zijn oudere tijdgenoot was ingeslagen op zoek naar een andere vorm van muziek, ofwel zogenaamde “serieuze muziek” of “Kunstmusik”, zoals ze toen werd genoemd.

Het succes dat hij met zijn liederen had, wilde Schubert ook bereiken in andere muzikale genres: in opera, in kamermuziek en uiteindelijk in “de symfonie”, die toen als het ultieme bewijs van compositorisch vermogen werd beschouwd. In die strijd om erkenning wilde hij zich meten met Beethoven. Maar met zijn ambitie om Beethoven te evenaren, en misschien zelfs te overtreffen, stelde Schubert zich voor een zo goed als onmogelijke opgave. Vooral omdat frustraties bij hem steeds op de loer lagen. Vrienden en bekenden uit zijn directe omgeving wisten dat hij zeer hoge eisen stelde aan zijn componeerwerk. Zelden was hij er echt tevreden over, waardoor hij steeds koortsachtig verder zocht naar iets nieuws dat moest zorgen voor nog betere resultaten.

Schuberts trots, eigenzinnigheid en grenzeloze ambitie stelden hem in staat een eigen weg in te slaan in de “Kunstmusik”. Hij hoopte vurig dat zijn werk zou aanslaan bij het publiek, bij de critici en vooral bij uitgevers.

Deze weg bleek echter geplaveid met veel teleurstellingen, die maar af en toe werden afgewisseld met successen. We kunnen concluderen dat een belangrijk deel van Schuberts oeuvre van bijna 1000 opusnummers het resultaat is van een hevige strijd die hij niet alleen met zichzelf voerde, maar ook met Beethoven.

Heftige passages

De heftige momenten in sommige van Schuberts latere composities, bijvoorbeeld in het Andante van zijn Achtste (“Grote”) Symfonie (D944) en in het Andantino van zijn Pianosonate in A uit 1828 (D959) met hun vele maten durende pijnlijke explosies van fortissimo-akkoorden vragen om een nadere uitleg.

Waar luisteren we eigenlijk naar?

Horen we de door vrienden geregistreerde woedeaanvallen, opgewekt door hevige frustraties vanwege het gebrek aan erkenning? Of zijn syfilitische pijnen die zich bij tussenpozen manifesteerden? Of de wanhoop die uit zijn depressies en mogelijk trauma voortkwam? Of wilde hij met deze heftige passages ook zijn originaliteit bewijzen?

Mogelijk kan een brief van Schubert zelf deze vraag beantwoorden. Ze dateert van 31 maart 1824 en bevat een lange wanhoopskreet. In deze brief wijst Schubert op allerlei Schmerzen en legt de schuld van deze diepe persoonlijke crisis bij zijn syfilis. Door die ziekte mislukt zijn werk, komt er niets terecht van zijn grootse verwachtingen als componist, zijn gevoel voor schoonheid verdwijnt en liefdesgeluk en vriendschap bieden hem alleen maar pijn. Van de toekomst verwacht hij niets meer. Er doemt voor hem een levensgroot probleem op. Jaren eerder had hij Josef von Spaun verteld: “De Staat moet mij onderhouden. Ik ben voor niets anders dan componeren op de wereld gekomen!” Nu lijkt er in Schuberts componeermissie danig de klad te zijn gekomen.

In de muziekliteratuur is deze brief steeds beschouwd als het bewijs dat de syfilis de oorzaak was van al die door hem vermelde Schmerzen. Maar moeten we Schubert wel op zijn woord geloven als hij zegt dat “zijn syfilis” de hoofdoorzaak was van al zijn ellende?

Na een nieuwe lezing biedt de bewuste brief, zo wil ik hier laten zien, een andere kijk op Schuberts klachten. Daarnaast zijn er andere prangende vragen die om een antwoord vragen.

In zijn brief noemt Schubert bijvoorbeeld Beethoven als zijn leidende voorbeeld bij het componeren van een nieuwe symfonie, zijn “Grote Symfonie”. Vormde Beethoven de aanleiding tot het moordende tempo waarin Schubert na 1824 aan het componeren slaat, en was de ruim een kwart eeuw oudere componist daarmee mede oorzaak van de uitputtingsslag die, volgens mijn visie, Schubert fataal werd? Welke rol speelde Beethoven, naast de langzaam slopende syfilis en andere in die brief genoemde Schmerzen, bij Schuberts verlangen om “niet meer wakker te worden”?

Overigens kende de competitie met Beethoven ook een praktische zijde, die voor Schubert weer een ander soort Schmerz moet hebben betekend. Want niet alleen slaagde Beethoven erin om met zijn latere werk (naast de symfonieën en pianosonates, vooral de strijkkwartetten) een nieuw gebied in de muziekgeschiedenis te betreden, de zogenaamde “Kunstmusik”. Beethovens muziek werd steeds persoonlijker, gedurfder en daarmee ook ontoegankelijker, maar desondanks boekte hij hiermee zowel bij uitgevers als bij het doorsnee-publiek nog steeds succes. Met zijn “Kunstmusik” verdiende Beethoven nog beduidend meer dan Schubert, wiens onregelmatige inkomsten maar al te vaak in zijn vriendenkring werden opgesoupeerd, waarna hij weer berooid achterbleef.

Wat zijn oudere tijdgenoot voor elkaar kreeg, bleef voor Schubert een ideaal dat onbereikbaar leek maar wel de laatste jaren van zijn korte leven en zijn composities zou beheersen.

Dit boek volgt hem op de weg die hij aflegde naar een eigen vorm van “Kunstmusik”, waarbij hij onvermijdelijk Beethovens schaduw voelde bij alles wat hij schreef.

Naast de beschrijving van Schuberts innerlijke strijd die hij voor zijn “Kunstmusik” moest voeren en zijn competitie met Beethoven komt in dit boek de vraag aan de orde die vaak opduikt in de Schubert-literatuur, namelijk: hebben de beide componisten tijdens hun leven elkaar nu wel of niet persoonlijk ontmoet?

Deze vraag kan worden opgesplitst in weer andere, die op hun beurt ingaan op kwesties die al sinds hun dood in de Schubert- en Beethoven-literatuur de ronde doen maar tot nu toe eigenlijk onopgelost zijn gebleven.

Reikte Schubert persoonlijk Beethoven zijn Opus 10 aan?

Stond Schubert aan Beethovens sterfbed, nadat eerder een zestigtal van zijn liederen ter beoordeling aan de doodzieke Beethoven was gegeven?

Voor een antwoord zijn we aangewezen op Anton Schindler, Beethovens “secretaris”, die met Schubert een vriendschappelijke band had opgebouwd en onder meer als ooggetuige unieke informatie verschafte over mogelijke contacten tussen beide componisten. Maar Schindler viel in de muziekwetenschap in ongenade toen hij aan het einde van de twintigste eeuw werd weggezet als fraudeur van belangrijk bronnenmateriaal. Om zicht te krijgen op de werkelijke historische waarde van zijn verhalen vergelijk ik zijn informatie met andere bronnen en duik ik ook in de literatuur, waaruit vergelijkenderwijs dikwijls geciteerd zal worden om van Schuberts worsteling om erkenning een zo helder mogelijk beeld te kunnen geven.

Hele en halve waarheden

Wie vandaag de dag probeert te achterhalen in welke fysieke en psychische toestand Schubert in de aanloop naar zijn dood verkeerde, krijgt te maken met een haast onontwarbare kluwen van ficties, illusies en hele en halve waarheden. Veel getuigenissen bestaan uit vaak van elkaar afwijkende, al of niet geloofwaardige verhalen van vrienden en bekenden.

Wat die tijdgenoten van Schubert dachten, is in de loop van anderhalve eeuw verwerkt in vele biografieën en studies, die alle elk hun eigen “Schubertbeeld” willen uitdragen. De geloofwaardigheid en de oorspronkelijke betekenis van deze persoonlijke getuigenissen zijn vaak lastig te achterhalen. Willen we weten in hoeverre zijn crisis te maken had met zijn syfilis, zijn geestelijke gezondheid of met externe factoren (zoals Beethoven) dan zijn we niet alleen aangewezen op uitspraken van zijn vrienden en tijdgenoten. We moeten ook kijken naar wat Schubert zelf van zijn toestand vond. Dat laatste is in de afgelopen ruim anderhalve eeuw van biografieën en artikelen over deze componist natuurlijk al vele malen gedaan. De uitkomsten zijn echter vooral afhankelijk

INHOUDSOPGAVE

1. Inleiding
Naast Beethoven op het Währinger Ortsfriedhof
Schuberts ziekte
Torenhoge ambities
Heftige passages
Hele en halve waarheden
“De ongelukkigste mens op aarde”
Schuberts vele “Schmerzen”

2. Wat laat op gang
Wonderkind?
Een subliem gehoor als belofte voor de toekomst
Jeugd in Liechtenthal

3. De lange weg naar het begin van een carrière
“Zum Konvikt”
“Ein besonderes musikalisches Talent”
Vriendschappen
Huiselijke ruzies
“Een gevangenis”
Hulponderwijzer bij vader Franz

4. Op zoek naar een eigen muzikale stijl
De eerste opusnummers
Zwelgen in ballades
De bezetting van Wenen
Componist in het na-Napoleontische Wenen
Het muzikale Wenen
Musici en bureaucraten
De theorie van de “absolute Musik”
“Kunstmusik” en “Bizarrerie”
Schuberts “Lied”
Jeugdsymfonieën
Schuberts eerste Beethoven-inspiratie
Schuberts vroege strijkkwartetten (1810-1816)
Schuberts vroege pianosonates (1815-1817)

5. Na Salieri: Beethoven
“Bizarrerie” in Schuberts dagboek
“Bizarrerie” en Beethoven
Schuberts eerste pogingen zijn werk te verkopen
Vol van Beethoven
Met Beethoven bij Steiner
Beethovens voorkeurspositie
Na Salieri: nieuwe vriendschappen en experimenten
Rossini
Fragmenten als probeersels

6. Zijn “Lied” slaat aan…
Michael Vogl: Schuberts mentor en kruiwagen
1818: Zseliz
Na Zseliz 95 “Mein Traum”
Weg van vader en school
Een incident met de politie
Kleine successen
Schubertiades

7. 1822: Opus 10, Beethoven, de “Unvollendete” en syfilis
De “Bizarrerie” voorbij Beethoven en Schindler
“Geen doodzonde”
Het Schindler-schandaal
Beethovens conversatieschriftjes
De “onbetrouwbare” Schindler
Albrecht en Barth
De “Unvollendete”

8. Wandelaar op weg naar het einde
Vertwijfeling slaat toe
Syfilis, ziekenhuisopname en Die schöne Müllerin
Verblijf in het “Krankenhaus”
Voortschrijdende ziekte en geldgebrek

9. De weg naar het innerlijk
1824: Crisis in “liefdesgeluk, vriendschap en schoonheid”
Syfilis: oorzaak van zijn crisis?
De ernst van zijn ziekte
Beethoven
De schaduw van Beethoven
Hoop op genezing
1824: Zseliz
1825: tournée en begin van de “Grote Symfonie”
Hun schetsen

10. Alles voor de “Kunst”
Verschillen in werkwijze
Schuberts sonatevorm
Een séance
Elke toonaard haar eigen esthetiek
“Schubart”: ook in Beethovens boekenkast
Wortels in het verleden

11. Kwakkelende gezondheid, nieuwe problemen en de “Grote Symfonie”
Het jaar 1826
Alweer een mislukte sollicitatie
Verschillen in innerlijk en uiterlijk
Schuberts duistere kanten
De sopraan Nanette Schechner
Eerlijkheid en onstuimigheid
Voortschrijdende syfilis
Mislukte acquisities
Twee verschillende composities in G
De “Grote Symfonie”
Schindler als promotor van Schuberts werk
Schindlers Schubert-kopieën te Lund
De schetsen voor de Winterreise en Schwanengesang
Schwanengesang: Aufenthalt en Der Doppelgänger
Schindlers versie van Der Doppelgänger
Andere bronnen

12. Beethovens dood, Ferdinand Hiller, Graz en Schuberts recensies
Aan Beethovens sterfbed
Ferdinand Hiller bij Schubert thuis
Graz en verder
Recensies

13. Zijn laatste jaar
Een explosie aan grote composities
Zijn laatste liederenbundels
Alleen maar componeren en acquireren
“Mijn streven naar het hoogste in de Kunst…”
Het grote openbare concert van 26 maart 1828

14. Schuberts laatste maanden
Haast bij zijn acquisities
Snel verslechterende gezondheid
Sterfbed
“Hier ligt Beethoven niet”
Schuberts begrafenis

15. Een gecompliceerde doodsoorzaak
Schuberts verzwegen ziekteverloop
Een neven-doodsoorzaak
Zijn syfilis en andere Schmerzen

16. Schuberts (muzikale) uitbarstingen
De “uitlegkunde”
Beethovens Schmerz
Twee vormen van uitleg
Een bipolaire stoornis?

17. “Beethoven” in Schuberts muziek
Niet net zoals Beethoven
Schuberts muzikale geheugen
Een opmerkelijk akkoord
“Beethoven” in zijn pianosonates
“Beethoven” in zijn strijkkwartetten
Schuberts uitvoeringspraktijk
Hun verschillen in inkomsten

18. Hun ontmoetingen
Schubert in Beethovens conversatieschriftjes
Hun ontmoetingen
Rochlitz’ bezoek
Schlössers bezoek
Beethovens belangstelling voor Schubert

19. Een hele lijst van frustraties
Het gebrek aan publieke erkenning
“Ik ben alleen geboren om te componeren”
Meer dan liederen alleen?
Een beperkt aantal publicaties
Het “fiasco” van de “Grote Symfonie”
De veranderende muziekmarkt
Mislukte sollicitaties
De ziekte die hem uiteindelijk zou gaan inhalen
Conclusie. Een onvoltooid leven

20. Schubert in 1828 en 1863
In Beethovens voetsporen?
Grillparzers grafteksten
Meer dan een “Liederfürst”
Grillparzers gelijk
“Himmlische Länge”?

21. Na 1828
“Exhumierung” en schedelonderzoek
Hun schedels al of niet mee terug in de kist?
Hun laatste woningen

Nawoord
Bijlage 1. Fragment van Schuberts brief aan Kupelwieser van 24 maart 1824
Lijst van gebruikte literatuur Eindnoten
Index

BESTEL EEN ONVOLTOOID LEVEN

LEES OVER DE BOVENSTAANDE BOEKEN OVER COMPONISTEN

LEES OVER HET SYMPOSION ‘MEER DAN EEN MELODIE’ OP 19 NOVEMBER 2023