Gedeelten over tijd en eeuwigheid uit het boek van Arnold Stevelink met overwegingen op een gnostieke ervaringsreis

BESTEL DE DERTIENDE – OVERWEGINGEN OP EEN GNOSTIEKE ERVARINGSREIS

Het thema ‘tijd en eeuwigheid’, dat centraal staat op het symposion De mens als kruispunt tussen tijd en eeuwigheid op zondag 17 oktober in Bilthoven, is te herkennen op diverse plaatsen in het nieuwe boek De dertiende, overwegingen op een gnostieke ervaringsreis van Arnold Stevelink. Hieronder volgen zeven korte fragmenten, met verwijzing naar de paginanummers, en de inhoudsopgave.

ZEVEN GEDEELTEN OVER TIJD EN EEUWIGHEID

1. De stroom van tijd ervaren

Wat ervaar ik met mijn bewustzijn? Ik ervaar omstandigheden, gebeurtenissen in tijd en in ruimte. Ik ervaar dat ik sta in een stroom, in de tijd. Zonder die stroom van tijd, geen ervaring en geen bewustzijn, althans in het ons bekende levensveld. Gebeurtenissen doen zich aan mij voor, ik ervaar dat en ik interpreteer mijn ervaringen, geef ze daarmee een plaats. Hoe doe ik dit? Mijn bewustzijn begint als ik-bewustzijn, dat is voor alles te kenmerken als een bewustzijn op basis van louter zintuiglijke gewaarwordingen. Het is het bewustzijn van een lichaam in relatie tot een continu veranderende omgeving. Via mijn zintuigen onderscheid ik een werkelijkheid buiten mij en een werkelijkheid binnen mijzelf. (p.17)

2. Gedragen worden tot in de eeuwigheid

Vergeet niet dat je met je ik, met wilskracht, ook onbewust allerlei emoties onderdrukt. De wilskracht van het ik is een kracht die de boel een beetje bij elkaar probeert te houden. Het ik is een soort kramp die zichzelf probeert te handhaven. Als je dat gaat loslaten, laat wijken? Als je ook je weerstanden loslaat, álles loslaat, ook jezelf. In het diepe springt zonder een bodem te zien. Weerloos, open, transparant. Wat denk je dat er dan gebeurt? Dat is nu werkelijk vertrouwen op de liefde, vertrouwen op God. In overgave. Jezelf hervinden op een nieuwe bodem. Vertrouwen op een nieuwe innerlijke kracht. Laat je leiden als er een storm losbreekt. Je zult gedragen worden tot in de eeuwigheid door liefde, in liefde. (p. 69)

3. Het innerlijke proces beleven

Deze verhandeling over Judas is te beschouwen als een getuigenis van het innerlijke proces. Het maakt duidelijk dat dit proces nu, in de eenentwintigste eeuw, op dezelfde manier beleefd kan worden als tweeduizend jaar geleden. Een verbinding in de tijd, maar ook een verbinding met de eeuwigheid. Om de figuur Judas te kunnen begrijpen, moet je dus inzien dat gaat het om je eigen innerlijke proces. Het Judasevangelie vangt aan met de volgende woorden: Het geheime verslag van de openbaring die Jezus eens openbaarde in een gesprek met Judas Iskariot, gedurende acht dagen en drie dagen voordat hij het Pascha vierde.’
Het begint bij het Judasevangelie dus met het proces voor Pasen, vóór de opstanding van de goddelijke mens in jezelf. (p. 87)

4. Alles vernieuwen

De Mens moest zich wenden tot, zich schenken aan het grote geheel, volledig dienstbaar. Door in de liefde te staan, is hij daardoor één met het Al, één met zijn schepper, hetgeen betekent: alles ontvangen, alles prijsgeven en daardoor alles vernieuwen. Middelpuntvliedend en niet middelpuntzoekend. Dan zijn er geen grenzen en is er alleen oneindigheid, de eeuwigheid. Maar de mens maakte scheiding, scheiding tussen goed en kwaad. De volledigheid, de evenwichtige eenheid van de twee oerkrachten heeft hij verbroken. (p. 102)

5. Aangeraakt worden door de eeuwigheid

Kamelen hoefden voor ons nu niet zo nodig, maar we wilden wel graag de grote piramide bezoeken. Een tijdje wachten bij de ingang; het ging niet zomaar. Uiteindelijk kregen we het seintje: ‘jullie mogen naar binnen’. Ik kon het niet laten te rennen, wat egocentrisch, maar ook vooral vol ongeduld. Lange opgaande gang, grote galerij door. Even bukken en toen was er: de koningskamer. Spiegelglad graniet uit een totaal onbekend verleden raakte ik aan. Maar nu, voor mij, actueel. De broederschap van de eeuwigheid is ook nu. Een bijna onaardse ruimte. En dan die lege tombe, het lege graf. Even alleen in die koningskamer, met de handen op die tombe; een van de ontroerendste momenten van mijn leven. Een aanraking met de eeuwigheid. Daarna hoefde ik in Egypte eigenlijk niets meer te zien. De volgende dag zagen we in het Egyptisch museum in het centrum van Caïro allerlei voorwerpen vanaf de oudste periode tot de latere. Ik hoor mezelf nog zeggen: ‘Je ziet het verval.’  (p.111)

6. Dicht bij de waarheid staan

Een opmerkelijke beschouwing in NRO (Nieuw Religieuze Oriëntering, maandblad van het Lectorium Rosicrucianum uit de veertiger jaren):
‘Er zijn mensen – die we vaak religieus noemen – die ‘geloven’ in een leven na de dood en er zijn mensen die ‘geloven’ dat er niets is na de dood. Wie staan het dichtst bij de waarheid?’ Het opmerkelijke antwoord luidt: die laatsten. De eersten klampen zich als ‘ik’ vast aan de vormen van het ‘ik’ en verlangen ze te behouden tot in eeuwigheid. Ja, in de fijnstoffelijke gebieden van ons bestaansveld kan het tijdelijk wel zo zijn dat de overledene voortbestaat. Tijdelijk, beperkt. Dat vasthouden is begrijpelijk als je alleen ik-bewustzijn kent en je je dus ook niets anders kunt voorstellen. (p.143)

7. In het eeuwige zijn

Alleen het volmaakte is eeuwig: God zelf. Onze opdracht: liefde voor God en voor de naaste als jezelf. In deze stofwisseling van alles ontvangen en alles prijsgeven staan we in het eeuwige zijn zonder tegenstelling en dood. En dan zijn we in staat de medemens te helpen, te dragen, totdat hij/zij ook in die eeuwigheid staat. We schenken de ander, onze naaste, de liefde tot het volmaakte zijn. Het ultieme zien is de ander zien zoals God hem/haar schept en ziet. Dit is werkelijk contact. Contact in de liefde zelf. Vanuit dit zien, dit ‘goddelijke zien’, kunnen we ook de werkelijke staat van zijn van die ander waarnemen en het plan zien hoe die ander te stuwen tot het eeuwige goddelijke zijn. We begrijpen dan geleidelijk aan steeds beter hoe de ander geholpen kan en móét worden, dat is iets anders dan hoe hij/zij geholpen wíl worden als ik-mens. (p.144)

INHOUDSOPGAVE

Woord vooraf
Inleiding

  1. Hoe het begon
  2. Transfiguristische psychologie
  3. Wie of wat ben ik?
  4. Lichtverlangen
  5. Herkenning van God in mijzelf
  6. Non-dualiteit en de gnostieke mogelijkheid
  7. De overwinning op het kwaad
  8. Geluk
  9. Bevrijd van angst en depressie
  10. De strijd tegen het onderbewuste
  11. Slingerbeweging
  12. Slapen en wakker zijn
  13. De kritische Johannes
  14. Het evangelie van Judas
  15. Van de gnosis voel je niets
  16. De boom van het leven
  17. Egypte
  18. Uit elkaar spattend heelal
  19. En geen God die iets doet
  20. Symmetrisch gedrag
  21. Bewustzijn en werkelijkheid
  22. Zien wij onze dierbaren terug?
  23. Het offer van de liefde

Dankwoord
Bibliografie

BESTEL DE DERTIENDE – OVERWEGINGEN OP EEN GNOSTIEKE ERVARINGSREIS

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *