Ik alleen ben anders, strofe 20 van de Daodejing en een commentaar

Daodejing.020

Doe de Studie vàn u, dan zult gij geen zorgen hebben.
Wat doet het er eigenlijk toe of we het karakter ‘wei’ dan wel het karakter ‘oh’ voor ‘ja!’ gebruiken?
(Maar) het is héél iets anders (om te weten) het onderscheid tussen goed en kwaad.
Helaas! De wereld is een wildernis geworden, en er is nog geen einde aan!
Alle mensen zijn blij en vrolijk, als hij, die geniet van rundvlees,
als hij, die in de lente een hoog terras heeft bestegen.

Ik alleen ben kalm, en heb nog niet éven bewogen;
ik ben als een klein kindje, dat nog niet geglimlacht heeft.
Ik ben vrij, zonder belemmering,
alsof er niets was, waarheen ik zou willen terugkeren.
De gewone mensen hebben over;  ik alleen ben als een, die (alles) verloren heeft.
Ik heb het hart van een domme, ik ben een chaos van verwarring.

De gewone mensen zijn schitterend verlicht, ik alleen ben als duister.
De gewone mensen zijn doordringend van doorzicht;  ik alleen ben droevig ongerust.
Ik ben vaag als de zee, ik word door de golven  heen en weer gedreven als rusteloos.
Alle mensen hebben overal een reden voor; ik alleen ben dom, als iemand van het land.
Ik alleen ben anders dan de (gewone) mensen, omdat ik de Moeder vereer, die alles voedt (Tao).

Bron: Mysteriën van Tao en de Daodejing

De ontzaglijke drang van onze tijd tot intellectuele vorming vloeit voort uit de omstandigheden waarin de mensheid zichzelf gevoerd heeft. Het hoogst ingewikkelde patroon van de menselijke samenleving maakt studie voor vrijwel iedereen noodzakelijk. Alle wereldse kennis is erop gericht de mens te bekwamen voor zijn gang door de natuur des doods. Studie speculeert op het behalen van eer, roem, macht, bezit en de lagere instincten van de mens.
Heeft dit alles de mensheid gelukkiger gemaakt en van haar zorgen bevrijd, haar werkelijk wijsheid-omvattend gemaakt? Als u eerlijk tegenover het leven en uzelf staat, moet u vaststellen volkomen opgesloten te zijn in een keten van oorzaken en gevolgen. De gehele levenssfeer van wereld en mensheid is ontwricht, door toegepaste wereldse kennis.
Helaas, de wereld is een wildernis geworden, en er is nog geen einde aan!

Er zijn stellig mensen die menen dat wij het veel te donker inzien. Velen vleien zich met de hoop dat het zo geschonden menselijk schijnwezen via een omweg uiteindelijk wel goed terecht zal komen. Zij speculeren nog steeds op een vooruitgang door studie. Zo was het ook in de dagen van Lao Zi. Hij zegt: `Alle mensen zijn blij en vrolijk. De gewone mensen zijn schitterend verlicht, zeer doordringend van inzicht. Ze hebben overal hun redenen voor, hun argumentaties, heel verstandelijk door studie verkregen en ontwikkeld. Ik alleen ben blijkbaar zeer dom. Ik alleen ben droevig ongerust en als duister. Ik ben een chaos van verwarring, als iemand die alles verloren heeft.´
Toch zijn voor de mens, die aan zijn zijde van de dingen staat, alle zorgen geweken. Er is nog maar één zorg die hem niet verlaten wil, niet verlaten kan: de zorg voor de gehele mensheid!

Ik alleen ben anders dan de (gewone) mensen, omdat ik de Moeder vereer, die alles voedt (Tao).
Met ´de Moeder´ wordt gedoeld op een veld van reine, ongeschonden, astrale substantie; een veld dat zich rond ieder levensgebied, waar goddelijke vonken tot ontwikkeling moeten worden gebracht, heeft samengetrokken. Van dit veld gaan stralingen uit. Uit deze ene Moederkracht moet het leven worden verklaard. In de gewijde geschriften van alle tijden wordt gesproken van ´de mateloze oceaan der oersubstantie´ en van ´het water des levens´. Uit deze machtige bron des levens dienen alle kinderen Gods te worden gevoed.
Uit de Vader stralen godsvonken, microkosmoï, waarin de geest Gods is. De godsvonk is het goddelijk zaad. Alles wat in deze godsvonk besloten ligt, moet door het contact met de Moeder geopenbaard worden. Heel het scheppingsplan van de Vader, het ganse al, dient uit deze Moeder, deze astrale volheid, te worden voortgebracht. Door het zaad van de Vader wordt uit de Moeder het kind-schap een heerlijke werkelijkheid.

Lao Zi leeft uit het astrale veld van de Wereldmoeder, waarin de geest Gods zich direct kenbaar maakt, zodat de ware mens tot aanzijn komt. Hij vereert de Moeder die alles voedt. Waarom is hij zo geheel anders dan zijn medemensen?
Natuurgeborenen leven niet uit het astrale veld van de Wereldmoeder. Zij worden onderhouden en gevangen gehouden door het astrale veld van de valse moeder (de stiefmoeder), het astrale veld van de natuur des doods. Daardoor is zijn openbaring, zijn wording gestagneerd. Hij is een nog ´ongeborene´.
Welk een onmetelijk verschil is er tussen de gerichtheid van de mens die zich geheel en al heeft afgestemd op de natuur des doods, en de gerichtheid van de mens die geheel zijn hart gericht houdt op de natuur des levens! Slechts een totale omwending op het pad zal de natuurgeboren mensheid kunnen redden. Slechts een werkelijk toekeren tot de Wereldmoeder, tot het reddende astrale veld van den beginne, zal haar kunnen helpen.

Primair moet in uw leven staan: het onvergankelijke Koninkrijk. Wie het pad van bevrijding wil bestijgen, moet verschil maken tussen wereldse kennis en werkelijke wijsheid die van God is.
Bij het toepassen van universele wijsheid gaat het niet om wat u weet, maar om wat u doet! Een zelfrevolte is nodig, zo radicaal en zo volstrekt, dat ze allesomvattend te noemen is. Deze ingrijpende omwenteling is primair een volstrekt innerlijk gebeuren, die haar uitdrukking vindt in een volkomen nieuwe levensstijl, gebaseerd op het ene levensdoel. Deze zelfrevolutie, de staat-van-zijn van de levende ziel, zal de gehele mensheid van de ondergang kunnen redden. Begin met de belangrijkste hinderpaal uit de weg te ruimen, namelijk de mystificatie dat wereldse kennis u zou kunnen helpen. Laat varen uw studie, dan zullen de zorgen van u wijken.

Bron: hoofdstuk 20 van De Chinese Gnosis van J. van Rijckenborgh en Catharose de Petri

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *