Het sprookje van goed en kwaad van Rudolf Steiner – Waar komt het kwaad vandaan?

BESTEL HET KWAAD IN MENS EN WERELD

Het onderstaande sprookje van goed en kwaad van Rudolf Steiner (fakkeldrager van het Rozenkruis 16) is opgenomen als intermezzo in het boek Het kwaad in mens en wereld. In 18 voordrachten geeft Steiner daarin inzichten in fenomenen als angsten, leugens, illusies, egoïsme, macht, geldzucht en vernietiging.  

Er leefde eens een man,
die veel over wereldraadsels nadacht.
Hij pijnigde zijn hersens nog het meest
als hij de oorsprong van het kwade wilde kennen.

Daarop kon hij maar geen antwoord vinden.
‘De wereld is van God’, zo zei hij bij zichzelf,
‘en God kan slechts het goede in zich dragen.
Hoe komen slechte mensen uit het goede?’
En steeds weer zocht hij, geheel vergeefs;
het antwoord kon maar niet vinden.

Nu gebeurde het dat deze peinzer
eens op zijn weg een boom zag
die in gesprek was met een bijl.
Die bij zei tegen de boom:
‘Wat jij onmogelijk kunt, dat kan ik wel,
ik kan jou vellen, jij mij echter niet.’

Toen zei de boom tot de ijdele bijl:
‘Een jaar geleden nam een man het hout,
waaruit hij jouw steel gemaakt had,
met hulp van ’n and’re bijl uit mijn lijf.’

En toen de man dit gesprek gehoord had.
kwam er een gedachte in hem op
die hij niet helder in woorden vatten kon,
maar die volledig antwoord gaf op de vraag:
hoe ’t kwade uit ’t goede stammen kan.

Bron: Het kwaad in mens en wereld door Rudolf Steiner

BESTEL HET KWAAD IN MENS EN WERELD