Tagarchief: manifesten

Het schrijven, distribueren en publiceren van de manifesten van de rozenkruisers en de vele gedrukte reacties daarop in de zeventiende eeuw


Johann Valentin Andreae (1586-1654) was in 1608 in de Kring van Tübingen van Tobias Hess opgenomen. Andreae, wiens grootvader Jacob Andreae een naaste medewerker van Luther was, en zijn vader een Lutheraans geestelijke, treedt aanvankelijk in diens sporen, maar moet na een schandaal waarin hij Lees verder

Robert Fludd: eerste verdediger van de rozenkruisersmanifesten

De eerste verdediger van de rozenkruisersmanifesten in Engeland was Robert Fludd (1574-1637), alias de Fluctibus, of Otreb. Fludd begon medicijnen en natuurkunde aan het St. John’s College te studeren in 1591. Hij reisde door Europa vanaf 1598 en keerde in 1605 in Engeland terug, waarna hij lid van het College of Physicians in Londen werd. Als navolger van Paracelsus, had hij ook een mystieke invloed op zijn patiënten. Zijn vakgenoten, maar vooral de theologen, probeerden hem in diskrediet te brengen omdat hij geen enkele godsdienstvorm erkende en voor zichzelf en anderen algehele vrijheid opeiste. Hij staat ook bekend als een groot alchemist. 

Reeds in 1616 had Fludd zijn Apologia Compendiaria F.R.C. doen verschijnen, een verdediging van het gedachtegoed van de Broederschap van het Rozenkruis. In de Apologia verwijst hij naar de oude wijsheidstradities, in het bijzonder het Corpus Hermeticum en de Tabula Smaragdina van Hermes Trismegistus. Robert Fludd zag de broeders van het rozenkruis als erfgenamen van deze traditie. 

Hij had de Fama en de Confessio gelezen en hij beschouwde hen als ware christenen. Hij vond ook dat de wetenschappen vernieuwd moesten worden en daarom vroeg hij hun dringend om deel te mogen nemen aan hun werkzaamheden. 

In deze tijd werd hij ook bezocht door de Duitse alchemist Michael Maier, die hem waarschijnlijk op de hoogte had gebracht van de rozenkruisersmanifesten. Na diens terugkeer naar Duitsland onderhielden ze nog lange tijd een levendige correspondentie. Behalve de Apologia, waren Summum Bonum (1629) en Clavis Philosophiae (1633) belangrijke werken van Fludd. Summum Bonum bracht hij in Duitsland uit, in Frankfort, onder het pseudoniem Joachim Frizium. Het was dus kennelijk niet ongewoon dat een Engelsman een werk van zijn hand in Duitsland publiceerde, en bovendien nog onder pseudoniem. 

Bron: Het mysterie rond Francis Bacon van Jaap Ruseler

Was Böhme rozenkruiser? Tussen roos en lelie

GA NAAR HET SYMPOSION OVER JACOB BOHME OP ZATERDAG 3 NOVEMBER IN BILTHOVEN

De bekende Duitse mysticus Jacob Böhme (1575-1624) sprak en schreef over de onzichtbare kerk. In dat wat hij de ‘muurkerk’ noemde zag hij vele onvolkomenheden. Het symbool waar hij het meeste naar verwees was de lelie. 

Johann Valentin Andreae, die betrokken is geweest bij de totstandkoming van de manifesten van de klassieke rozenkruisers, verrichte zijn arbeid onder het symbool van de roos. Toen hij bemerkte hoezeer de manifesten verkeerd verstaan en misbruikt werden, trok hij zich terug, distantieerde zich formeel van Lees verder

Jan van Rijckenborgh, modern rozenkruiser en hermetisch gnosticus biografie

Jan van Rijckenborgh_en face

Vier eeuwen na de verschijning van de Fama Fraternitatis R.C., de Roep van de broederschap van het Rozenkruis, is dit fenomeen nog even actueel. Zodanig zelfs, dat er in de afgelopen eeuwen tot op heden honderden rozenkruisbewegingen zijn ontstaan – en ook weer verdwenen – en er tot op heden duizenden Lees verder

Inleiding op de Fama Fraternitatis R.C., oproep tot innerlijke en uiterlijke vernieuwing Fama 400 jaar

 

Ongeveer 400 jaar geleden, in maart 1614 om precies te zijn verscheen er in druk een oproep tot een algehele reformatie onder de titel Fama Fraternitatis R.C. Dit is de eerste van de drie manifesten die de klassieke rozenkruisers van Lees verder