Het denken overstijgen door bezinning op de rijke symboliek van de Boom des Levens van de kabbala

De esotericus, trachtend zijn filosofie te formuleren om deze anderen te kunnen meedelen, ziet zich tegenover het feit geplaatst dat zijn kennis van de hogere bestaansvormen verkregen wordt door een proces dat geen denkproces is; en dat dit proces pas begint als het denken ophoudt.

Bijgevolg kan alleen in de bewustzijnsregionen die het denken te boven gaan de hoogste vorm van transcendentale ideeën worden gekend en verstaan; en slechts aan hen die in staat zijn dit bewustzijnsaspect te gebruiken, kan hij zijn gedachten in hun oorspronkelijke vorm meedelen.

Wil hij deze ideeën meedelen aan degenen die geen ervaring van deze bewustzijnsmodus hebben, dan moet hij óf ze in vorm kristalliseren, óf erin falen een enigszins bevredigende indruk te maken.

Mystici hebben in hun pogen om hun indrukken weer te geven alle mogelijke gelijkenissen gebruikt; filosofen hebben zich in een doolhof van woorden verloren, en alles zonder iets te bereiken, voor zover het niet-verlichte zielen betreft.

De kabbalist gebruikt evenwel een andere methode. Hij probeert niet aan het denkvermogen iets te verklaren dat het niet kan begrijpen omdat dit het daarvoor benodigde vermogen mist.

Hij geeft het een reeks symbolen om over te mediteren, en deze stellen het denkvermogen in staat om, trede voor trede, een ladder van inzicht te bouwen en op te klimmen tot daar waarheen het niet vliegen kan. Het denkvermogen kan evenmin transcendentale dingen en transcendentale filosofie omvatten als het oog muziek kan zien.

De Boom des Levens – wij kunnen hierop niet genoeg de nadruk leggen – is niet zozeer een systeem alswel een methode; zij die de glyphe formuleerden beseften de belangrijke waarheid dat men, om klaarheid van visie te verkrijgen, zijn gezichtsveld moet beperken.

De meeste filosofen baseerden hun systemen op het Absolute; maar dit is een weinig stabiele basis, want het menselijke denkvermogen vermag het Absolute evenmin te omschrijven als te begrijpen; anderen trachtten als basis een ontkenning te gebruiken, verklarende dat het Absolute onkenbaar is en voor immer zo moet blijven.

De kabbalisten doen geen van deze dingen. Zij stellen zich tevreden met te zeggen dat het Absolute ongekend is aan de bewustzijnstoestand die voor menselijke wezens de normale is.

Daarom denken zij zich bij hun systeem op zeker punt in de manifestatie een sluier; niet omdat daar niets is, maar omdat het denkvermogen als zodanig daar niet verder kan gaan. Als een menselijk denkvermogen eenmaal tot de hoogste graad van ontwikkeling gebracht is en het bewustzijn zich ervan kan losmaken, en als het ware op de eigen schouder kan gaan staan, kan dat misschien door de Negatieve Sluiers van Bestaan – zoals de sluier wordt genoemd – heendringen.

Maar als men de sluiers filosofisch opvat en inziet dat ze menselijke begrippen en niet kosmische toestanden weergeven, kan men zich van de aard van de kosmos enigszins een begrip vormen dat praktisch bruikbaar is gebleken.

De oorsprong der dingen is in filosofische termen onverklaarbaar; hoever men zijn onderzoekingen naar de oorsprong ook voortzet in het Rijk van Manifestaties, steeds vindt men een voorafgaand bestaan.

Slechts als men zich ermee tevreden stelt zich de Sluiers van Negatief Bestaan te denken over het pad dat naar het Begin leidt, krijgt men een achtergrond waartegen een eerste oorzaak zichtbaar wordt. En deze eerste oorzaak is niet een oorsprong zonder wortel, zonder basis, uit het niets, maar een eerste verschijning in het manifestatiegebied.

Tot zover kan het denkvermogen teruggaan, en niet verder; maar men moet nooit vergeten dat verschillende denkvermogens ook tot op verschillende afstanden kunnen doordringen, en dat voor de één de sluier hier hangt, en voor de ander daar.

De onwetende mens gaat niet verder dan tot het begrip van God als een oude man met een lange witte baard, die op een gouden troon zit en zijn bevelen aan de schepping geeft.

De wetenschapsmens gaat iets verder terug voordat hij verplicht is de sluier neer te laten die hij ‘de ether‘ noemt; en de filosoof kan nog verder teruggaan voordat hij de sluier voor het Absolute moet dichttrekken; maar de ingewijde kan het verst teruggaan omdat hij geleerd heeft te denken in symbolen en symbolen zijn voor het denkvermogen wat werktuigen voor de hand zijn: toepassingen in het verlengde van de macht ervan.

Bron: De mystieke Kabbala -Sleutel tot de kennis der weten van geest, lichaam en ziel van Dion Fortune

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *