Spirituele tekst 1

Spirituele Pasen 1: Door de poort gaan
Spirituele tekst voor zondagavond voor Pasen

 

Op de eerste dag van de week naderden zij Jeruzalem en kwamen aan te Bethfagé en Bethanië, bij de Olijfberg. Hij stuurde twee van zijn leerlingen eropuit met de opdracht: ‘Ga naar het dorp dat voor u ligt, daar zult u een ezel aantreffen die vastgebonden is en waarop nog niemand gezeten heeft; maak hem los en breng hem hier. Als iemand aan u vraagt: Waarom doet u dat, zeg dan dat de heer hem nodig heeft en zij zullen hem direct aan u geven.’

Zij gingen op weg en vonden de ezel vastgebonden op het kruispunt van twee wegen. Zij maakten hem los. Er stonden echter enkele mensen die vroegen: ‘Wat doet u daar met de jonge ezel; u maakt hem los?’ Toen zij antwoordden zoals Jezus hen opgedragen had lieten zij hen gaan.  Zij brachten de ezel bij Jezus en legden hun kleren op het dier, waarna hij erop ging zitten.

Veel mensen legden hun kleren op de weg en anderen sneden takken van de bomen en strooiden die voor hem uit.  De mensen die hem voorgingen en die hem volgden, riepen: ‘Hosanna, gezegend hij die komt in de naam van Jova. Gezegend is het koninkrijk van onze voorvader David en gezegend hij die komt in de naam van de allerhoogste; hosanna in de hoge.’

Op die wijze kwam Jezus in Jeruzalem aan, ging de tempel binnen, keek om zich heen en toen hij alles in zich had opgenomen vertelde hij hun deze gelijkenis. ‘Wanneer de mensenzoon in zijn heerlijkheid komen zal en alle engelen met hem, zal hij plaatsnemen op zijn luisterrijke troon. Alle volken zullen zich voor hem verzamelen, waarna hij ze van elkaar zal scheiden zoals een schaapherder zijn schapen van de bokken scheidt. De schapen zal hij aan zijn rechterhand plaatsen en de bokken aan zijn linkerhand.

Dan zal de koning zeggen tot hen aan zijn rechterhand: Komt, door mijn vader gezegenden, beërft het koninkrijk dat vanaf het begin van de wereld voor u is bereid. Want ik had honger en u hebt mij te eten gegeven. Ik had dorst en u hebt mij te drinken gegeven. Ik was een vreemdeling en u hebt mij geherbergd. Ik was naakt en u hebt mij gekleed. Ik was ziek en u bezocht mij. Ik was in de gevangenis en u bent naar mij toe gekomen.

Citaten Spirituele Pasen met boek.028

Dan zullen de rechtvaardigen hem antwoorden: Heer, wanneer hebben wij u toen u honger had te eten gegeven? Of toen u dorst had te drinken gegeven? Wanneer hebben wij u als vreemdeling gezien en gehuisvest? Of u naakt gezien en u gekleed? Wanneer hebben wij u tijdens uw ziekte of in de gevangenis bezocht?

De koning zal antwoorden: Zie, ik openbaar mij aan u in alle geschapen vormen en voorwaar, ik zeg u, wat u voor de minste van mijn broeders gedaan hebt, dat hebt u voor mij gedaan. Dan zal hij tegen hen die aan zijn linkerhand staan zeggen: Verdwijnt, boze zielen, in het eeuwige vuur dat u voor u zelf gemaakt hebt, tot u zeven maal gezuiverd bent en zonder zonden zult zijn.

Want ik had honger en u hebt mij niet te eten gegeven. Ik had dorst en u hebt mij niet te drinken gegeven. Ik was een vreemdeling en u hebt mij niet geherbergd, naakt en u hebt mij niet gekleed, ik was ziek en in de gevangenis en u hebt niet naar mij omgezien.

Dan zullen zij hem antwoorden: Heer, wanneer hebben wij u hongerig, of dorstig, of als een vreemdeling of naakt, of in de gevangenis gezien en hebben u niet verzorgd?

Daarop zal hij zeggen: Ziet, ik openbaar mij aan u in alle geschapen vormen en voorwaar, ik zeg u, wat u niet gedaan hebt voor de minste van mijn broeders, dat hebt u niet voor mij gedaan.

En de wreedaards en de liefdelozen zullen gedurende lange tijdsperioden worden gestraft. Als zij geen berouw hebben zullen zij geheel vernietigd worden. De rechtvaardigen en de barmhartigen echter zullen het leven en de eeuwige vrede binnengaan.’

Bron: Hoofdstuk 67 van Het evangelie van de heilige twaalven

CLICK FOR THE ENGLISH TRANSLATION

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *