Antroposofische weekspreuken van Rudolf Steiner voor Advent, Kerst, jaarwisseling en Epifanie voor bezinning en beleving in de kersttijd

1 – 7 december

Kan ik het zijn zo kennen,
dat het zichzelve terugvindt
in zielescheppingsdrang ?
Ik voel, dat mij de macht geschonken is,
om het eigen zelf bij het wereld-zelf
als wezensdeel bescheiden in te lijven.

8 – 14 december

In diepten van mijn wezen spreekt,
dringend om aan het licht te komen,
vol van geheim, het wereldwoord :
Vervul het doel van al je arbeid
nu met mijn geesteslicht
en offer je door mij.

5 – 21 december

Het geesteslicht in wereldwinternacht te dragen,
is nu het gelukkig streven van mijn hart,
zodat de zielekiemen lichtend
in wereldgronden wortel schieten
en ‘t goddelijk woord in ‘t duistere rijk der zinnen
hel-stralend door al het zijnde klinkt.

22 – 28 december

Ik voel als uit betovering verlost
het geesteskind in mijn zieleschoot;
in lichte klaarheid van het hart
verwekte het heilig wereldwoord
de hemelse vrucht van de hoop,
die jubelend groeit naar wereldverten
uit de godsgrond van mijn wezen.

29 december – 4 januari

In overgave aan de openbaring van de geest
verwerf ik licht van het wereldwezen.
De kracht van het denken groeit in mij
om dan steeds klaarder wordend mij mijzelf te schenken,
en wekkend maakt zich in mij los,
uit macht van ‘t denken, het zelfgevoel.

5 – 11 januari

En daal ik af in geestesdiepten,
dan vult op de bodem van mijn ziel
uit liefdewereld van het hart
de lege waan van het eigen zijn
zich met de vuurkracht van het wereldwoord.

Bron: Antroposofische weekspreuken van Rudolf Steiner

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *