5 van 5 – Leven in gerechtigheid – hoofdstuk 5 van module 37 Innerlijke Bron

EENHEIDVRIJHEIDLIEFDEWAARHEID

Het vijfde en laatste hoofdstuk van de cyclus Innerlijke Bron van de School van het Rozenkruis (module 37, Leven in eenheid, vrijheid, liefde) gaat over gerechtigheid.

In de voorgaande vier hoofdstukken van deze Innerlijke Bron hebben wij ons bepaald bij de onderwerpen eenheid, vrijheid, liefde en waarheid. We benaderden deze begrippen allereerst vanuit de werkelijkheid van ons leven, vanuit de uiterlijke wereld. De begrippen hebben voor bijna alle mensen een uitgesproken positieve gevoelswaarde. En in allerlei levenssituaties merken wij de aanwezigheid of de juist pijnlijke afwezigheid van eenheid, vrijheid, liefde en waarheid dan ook moeiteloos op.

In dit hoofdstuk willen we deze vier begrippen van bovenaf, dat wil zeggen vanuit het abstracte, benaderen. We doen dat aan de hand van de universele leer, zoals die ook sinds de jaren veertig van de vorige eeuw opgetekend is in de literatuur van de moderne geestesschool: het Lectorium Rosicrucianum.

Uit diepte en stilte geboren

Eenheid is de bron waaruit alles is voortgekomen en waarnaar alles ook weer terug zal keren. Deze eenheid wordt, hoewel in feite onnoembaar, aangeduid met een veelheid van namen, zoals bijvoorbeeld de schepper, de vader-moeder, de onkenbare, de ongrond, het niets, de geest, Tao of God. De eenheid houdt alles in zich besloten, zowel het geopenbaarde als het ongeopenbaarde. Het houdt alles omvat en er is niets wat er zich eraan kan onttrekken. 

In de scheppingsmythe van Valentinus wordt een mythisch beeld geschetst van de aanvang van de schepping. De schepper wordt met het begrip diepte aangeduid, de ongeschapen oergrond. De mythe stelt dan dat diepte, na gedurende eindeloze eeuwigheden in volstrekte rust te zijn geweest, de gedachte opvat zich te openbaren. Daartoe vertrouwt hij deze gedachte, als ware het een zaad, toe aan zijn paargenoot stilte (sigè), waarop deze bewustzijn (nous) voortbrengt, de eerste van een hele reeks van scheppingen.

Zo komen in deze mythe uit de diepte en de stilte scheppingen voort, die ook wel uitvloeiingen worden genoemd, uitvloeiingen van de Ene.

Veelkleurigheid en veelstemmigheid

Omdat de eenheid alles in zich besloten houdt en alles omvat houdt – dus innerlijk oneindig gedifferentieerd is – zal ook de openbaring ervan een oneindige diversiteit te zien geven. Deze veelkleurigheid en veelstemmigheid van de schepping kan zich manifesteren omdat het de vrijheid is, die er als basisbeginsel aan ten grondslag ligt. Deze vrijheid is ook uitdrukkelijk toebedeeld aan diegene aan wie de schepper zijn scheppingsarbeid heeft overgedragen, namelijk de oorspronkelijke mens, ook wel de eerstgeborene genoemd.

Door de mens vrijheid van handelen, van scheppen te verlenen, wordt voorkomen dat alles gedetermineerd is, dat de uitkomst van de schepping al bij voorbaat vaststaat. Vrijheid houdt in dat er in allerlei situaties en omstandigheden keuzemogelijkheden zijn, zoals – als we kijken naar de mogelijkheden in de ruimte – tussen links en rechts of tussen boven en beneden of tussen voor en achter. Populair uitgedrukt zou je dus kunnen zeggen dat de schepper zijn schepsel op pad stuurde met de woorden: Doe maar, zie maar – Ik heb er vertrouwen in. Het zijn de woorden van een ouder die zijn kind wil opvoeden tot zelfstandigheid, in staat autonoom te beslissen, in staat tot het dragen van de verantwoordelijkheid die onlosmakelijk verbonden is met de vrijheid.

Om de oorspronkelijke mens de gelegenheid te bieden zich al doende te bekwamen als medeschepper, werd hem het dusgenaamde zevende kosmische gebied als alchemisch laboratorium geschonken. Dit zevende kosmische gebied heeft als eigenschap dat alles wat erin tot aanzijn komt, vanzelf ook weer verdwijnt. Het bevat elementaire bouwstoffen die op oneindig veel wijzen gecombineerd kunnen worden tot concrete bouwsels, tot scheppingen. Maar zonder dat de schepper van die bouwsels er omkijken naar heeft, vallen zijn bouwsels na verloop van tijd vanzelf weer uiteen in hun oorspronkelijke elementen. Dan kan er weer wat anders van worden gemaakt. In termen van vandaag: een volkomen duurzame productie op basis van honderd procent gerecycled en recyclebaar materiaal.

Verdwaald in de stof

Nu verhaalt de universele leer dat deze kosmische werkplaats op een gedeelte van de oorspronkelijke mensheid een zo betoverende indruk maakte, dat zij er zich in verloor, als het ware verdwaalde in de stof. Daarmee verbond het geestelijke zich met de stof, het eeuwige met het tijdelijke, het onvergankelijke met het vergankelijke: een onmogelijk huwelijk! En het is de mens die wij nu zijn waarin dat huwelijk uiteindelijk gestalte heeft gekregen: een tijdelijke  verschijning, sterveling, verbonden met de eeuwigheid.

Juist dit onmogelijk lijkende huwelijk tussen deze eeuwige essentie in ons en de tijdelijke aard van ons leven, is in wezen een bewijs van goddelijke liefde. Want liefde is de kracht die één wil maken, een kracht die de veelheid wil doen terugkeren tot de eenheid. Daarom is zij ook de derde in het drietal eenheid, vrijheid en liefde. Wat voor acrobatische toeren er in vrijheid ook worden uitgehaald, liefde fungeert als het vangnet dat voorkomt dat vrijheid verongelukt. Tot in de meest verwijderde uithoeken van de schepping speurt liefde naar de ‘kinderen van God’ om hen terug te voeren naar hun ware thuis, het domein van de geest. Zij het dan, dat ook de terugweg alleen in vrijheid kan worden bewandeld. De liefde dringt wel maar dwingt niet.

Waar wij mensen in diepste wezen naar verlangen, is de eenheid met de bron van het leven, is de vrijheid van de kinderen van God, is de liefde van de vader-moeder tot zijn-haar kinderen. 

Goedheid, waarheid en gerechtigheid

Die machtige driehoek van eenheid, vrijheid, liefde waarnaar wij verlangen, waarin wij willen staan, is een eeuwige vanzelfsprekendheid in de oorspronkelijke wereld, maar kan in onze gebroken werkelijkheid niet worden gerealiseerd. Alleen in het rijk van de geest zullen onze innigste verlangens vervuld kunnen worden. Dat is volgens de universele leer de waarheid met betrekking tot de mens.

De driehoek van eenheid, vrijheid, liefde kan in onze werkelijkheid op zijn best weerspiegeld worden in een gelijkzijdige driehoek van goedheid, waarheid en gerechtigheid, opgericht vanuit hart, hoofd en handen.

Als de radiatie van de geest toegang krijgt tot het hart, kan vanuit het hart het hoofd worden geopend voor het aanschouwen van de waarheid, waarop de wil in overeenstemming gebracht met de wil van de schepper, zal aanzetten tot bevrijdende handeling, tot gerechtigheid, tot daadwerkelijke terugkeer tot de eenheid.

Wat hier in slechts enkele woorden wordt geschetst, behelst in werkelijkheid een proces dat zich, uitgemeten in de tijd, over vele incarnaties uitstrekt. Maar van ons wordt verwacht dat wij ons opstellen als deelhebbend aan de laatste incarnatie, aan de incarnatie van bevrijding en vervulling. Wij staan voor de vervulling van het hartstochtelijkste verlangen dat ons hart kan aandoen.

Twee stemmen

Ons hart is vervuld van verlangen naar vervulling – al zijn wij ons daar nog niet altijd van bewust. Dat is de waarheid met betrekking tot onze momentele staat van zijn. Terug. Terug naar huis. Terug naar de eenheid. 

O liefde, sta mij bij, deze weg tot het goede einde te bewandelen!

Stel dat wij ons enigszins herkennen in de zojuist geschilderde beelden in de zojuist verwoorde hartekreet, wat kunnen wij dan doen? Wat is dan de meest intelligente reactie op die innerlijke drang? Als antwoord klinkt vanuit de universele leer:

Wees stil en leer te zien met de ogen van uw hart (Corpus Hermeticum 1).

Het hart is het centrale orgaan van onze wezenheid, daar begint onze persoonlijke queeste naar de graal, naar die staat van zijn waarin de geest zich weer kan verbinden met de in ons besloten liggende beginsel van de oorspronkelijke mens.

Ons hart kan weer worden de in-eigen tempel voor het licht, voor de geest. Dat is mogelijk als het bevrijd wordt van de aardgerichte aandoeningen, al die gerichtheden waardoor het tot nu toe bij de meesten van ons in bezit is genomen. Al die gewone, alledaagse gevoelens die woelen in het hart kunnen worden begrepen onder een gemeenschappelijke noemer, en wel die van de zelfhandhaving, de ingeschapen drang om te kunnen overleven.

Op afstand beschouwd kunnen we dus spreken over slechts twee stemmen die opklinken vanuit het hart: enerzijds de meestal erg luide stem van de zelfhandhaving en anderzijds de zachte, en daardoor doorgaans overstemde fluistering van het licht-in-ons. Louter theoretisch benaderd ligt het voor de hand om te concluderen dat de zelfhandhaving het zwijgen moet worden opgelegd en dat het oor nog louter geleend mag worden aan de stem van de eeuwigheid.

Hoewel deze conclusie erg vanzelfsprekend lijkt, ligt een verkeerde interpretatie ervan helaas ook voor de hand: de idee namelijk dat ik de zelfhandhaving in mij moet beteugelen, dat ik zelf een opdracht te vervullen heb.

Een zuiver hart

Wij kunnen slechts dan weer harmonisch mee gaan stemmen in het al als wij het licht de gelegenheid schenken bij ons binnen te stralen. Dan kan het licht ons hart reinigen. Dan kan het in het hart opvlammende vuur van de geest zijn werk doen. Het pad terug vangt aan met de bereidheid tot een overgave van onszelf aan het licht, onze bereidheid plaats te maken voor het licht. Door de eindeloze ervaring opgedaan in vele levens, gaan wij op een gegeven moment de redelijkheid en onontkoombaarheid van deze eis van zelfovergave onderkennen.

We hebben veelvuldig geproefd van de zogenaamde geneugten van het leven, maar op een psychologisch moment verliezen zij voor ons hun glans. Beloftes bleken loos. Keer op keer schonken zij niet de vervulling die zij suggereerden. Ze schonken geen vervulling ten aanzien van dat stille, maar diepe verlangen naar licht.

Dan komen wij als mensen vanzelf en spontaan aan een punt waar we niet meer als voornaamste doel hebben iets van het leven te maken of  zelfs eruit te halen wat erin zit. En dit niet vanuit een negatieve verbitterdheid, omdat het leven ons niet datgene schenkt waarop wij menen aanspraak te mogen maken, maar vanuit het positieve inzicht in de beperkingen die inherent zijn aan de vergankelijkheid, aan de tijdelijkheid.

Bode uit de bovennatuur

In de overgave van het ik aan het licht krijgt eindelijk de eeuwige stem in het hart weer ademruimte en kan zich kenbaar maken aan het bewustzijn, gaat het verlichten gaan. Dan wordt het steeds gemakkelijker om onderscheid te maken tussen de stem van de zelfhandhaving, van de gewone natuur dus, en de stem van het licht, die een bode is uit de bovennatuur, de wereld van de geest.

We betreden op die manier, niet door het ik te willen maar vanuit een verlicht bewustzijn, het pad van de mysterieuze deugd. We gaan spontaan een levenshouding voeren die Lao Zi aanduidt met wu wei. Het niet-doen met betrekking tot de zelfhandhaving en het wel-doen van hetgeen het verlichte bewustzijn suggereert.

Daar het gaat om het volgen van een innerlijk kompas, is er per definitie sprake van autonomie. Alleen wij zelf kunnen het ware noorden op dit kompas aflezen. Er wordt dan bewust gebruikgemaakt van de vrijheid om te kiezen tussen de twee stemmen die klinken. Bij het volgen van de stem uit het hart zal blijken dat de weg die dan gegaan wordt vele malen vreugdevoller is dan het zo vaak moeizame pad van het zich handhavende ik. De strijd om het bestaan houdt op en toch kost het weinig moeite om te overleven. Dan blijkt het leven als het ware zichzelf te leven, juist als wij het niet steeds met ons controlerende ik voor de voeten lopen.

Onze medemensen zien wij niet langer als concurrenten in de strijd om het bestaan, maar als reisgenoten die net als wij op weg zijn naar het vaderhuis. Allen vrij en autonoom en dus op unieke wijze de juiste weg zoekend en bewandelend, allen voortgaand in het spoor van de gerechtigheid.

Ware-mens-wording

Keren wij tenslotte nog even terug naar Valentinus. De mythe van Valentinus is een kosmogonie, een scheppingsmythe. Maar niets weerhoudt ons ervan deze mythe eveneens op te vatten als de mythe van herschepping, en wel van een herschepping die in onszelf plaats kan vinden. De in ons diepste innerlijk aanwezige stilte wordt op een psychologisch moment bevrucht door de in de diepte aanwezige Ene, die de wezenskern uitmaakt zowel van ons als van al het geschapene. 

Dan klinkt er vanuit de stilte een stem: de stem een nieuw bewustzijn. Niet ontheven aan de zintuiglijke waarneming en het verstand, waardoor wij tot bewustzijn komen van de wereld buiten ons, maar ontheven aan een innerlijke bron, die opnieuw is gaan stromen. 

In de mythe van Valentinus is de paargenoot van bewustzijn waarheid, eveneens als een innerlijke kwaliteit, die eenvoudigweg is en niet afgemeten hoeft te worden aan enige uiterlijke norm of referentie. Uit bewustzijn en waarheid komen vervolgens woord en leven voort. En uit woord en leven wordt de ecclesia-mens geboren. Deze nieuwe mens is de lichtmens is de opnieuw opgestane oorspronkelijke mens, niet geboren uit een natuurlijk ouderpaar, maar een eeuwige mens die voortkomt uit de Ene en die daarom een godenzoon, een godendochter, mag heten. 

We stelden zo even dat niets ons weerhoudt deze mythe te interpreteren als een innerlijk proces, maar nog beter is het om te stellen: laten wij deze mythe vooral op onszelf betrekken. En puren wij er de belofte uit die erin besloten ligt, de belofte van ware-mens-wording.

Alle voorwaarden en benodigdheden voor een voorspoedige reis naar het licht zijn voorhanden. Wij hoeven ze slechts te herkennen en te benutten om stralend gelukkig te worden.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *