De kern van alle dingen
is stil en eindeloos.
Alleen de dingen zingen.
Ons lied is kort en broos.
En donker zingt mijn bloed,
van heimwee zwaar doorwogen.
Ik zeil langs Lees verder
De kern van alle dingen
is stil en eindeloos.
Alleen de dingen zingen.
Ons lied is kort en broos.
En donker zingt mijn bloed,
van heimwee zwaar doorwogen.
Ik zeil langs Lees verder
Kerstnacht – het woord is als een lafenis,
een koele sneeuw, glanzend onder het zachte
stralen der sterren – op de landen is
het weerloos stil, een ongerept verwachten.
Kerstnacht – het eenzaam zwerven der gedachten
rondom het oud verhaal, het nimmer uit te spreken
verlangen naar het helder zingen in de nacht en het
opgaan van de ster, een lichtend teken.
Kerstnacht – het sneeuwt op uw geschonden aarde,
dun en versnuivend dekt een huivering
van ijle val, een lichte zuivering
het vragen, dat wij ongestild bewaarden.
Tekst: gedicht Kerstnacht van Ida Gerhardt (1905 – 1997) in haar bundel Kosmos (1940)
We trekken Het Verhaal
als ooit de Vlaamse primitieven
niet langer vol verlangen naar ons toe
We kunnen het redelijkerwijze niet meer geloven
Laten de oren hangen naar het consumptieve
Zijn de strekking moe
Daar komt het machteloos besef bij
na elk appèl op het geweten
je doet het toch nooit goed
Wij laten wij ons door niemand maken
Woorden die ons moeten raken zijn versleten
en zo zakt de moed
We hebben geen behoefte meer aan vragen
waar we Lees verder
Ik hoorde in mijn eerste jaren,
van God de Heer,
die tot ons zond zijn zoon,
ik hoorde van dit godenoffer,
van Jezus, van het smarteloon
… dat hij ontving.
Ik hoorde van Lees verder
Hieronder volgen drie spreuken van Rudolf Steiner, fakkeldrager van het Rozenkruis 16. De eerste spreuk wordt dagelijks gezamenlijk opgezegd door leerlingen op vrije scholen.
Ik zie rond in de wereld,
waarin de zon haar licht zendt,
waarin de sterren fonkelen,
waarin de stenen rusten,
de planten levend groeien,
de dieren voelend leven,
waarin de mens, bezield, Lees verder