Er is geen ledige ruimte – naar het Albewustzijn doordringen alle werelden elkaar tot een volschone eenheid

Ieder mens heeft, zoals Paracelsus ons zo schoon uiteenzet, een Albewustzijn en een persoonlijkheidsbewustzijn, het ik. Het ik, het persoonlijkheidsbewustzijn, is de zichtbare manifestatie van het Albewustzijn, zoals de stoffelijke zon de zichtbare manifestatie is van de geestelijke Zon. 

Naar het persoonlijkheidsbewustzijn zijn wij afgescheiden entiteiten, de ego’s, de brandpunten, met behulp waarvan het Albewustzijn groeien moet. Naar het persoonlijkheidsbewustzijn ben ik de eenzame zwerveling, de pelgrim, de zwoeger, en de tobber in de wereld. Naar het Albewustzijn ben ik deelhebber aan het grote geheel in de Alopenbaring. Naar het persoonlijkheidsbewustzijn is onze planeet verloren in de onmetelijke ruimte, naar het Albewustzijn zien wij, hoe alle werelden elkaar doordringen tot een volschone eenheid. Er is geen ledige ruimte1

 Naar het persoonlijkheidsbewustzijn, in de nog onvolkomen staat, zijn wij jaloers, egoïstisch en haatdragend, en totaal ontredderd als een ander ons voorgaat op op het pad van ontwikkeling. En daarom daalt de Christus in onze ontreddering om ons de mogelijkheden te wijzen, met behulp waarvan we ons persoonlijkheidsbewustzijn kunnen afstemmen op de eis van het Albewustzijn , waartoe wij allen behoren.

Bron: De Roep der Rozenkruisers Broederschap van J. van Rijckenborgh

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *