Gnostieke betekenis van het kerstverhaal van Lucas volgens Jan van Rijckenborgh

Als wij onze blik verplaatsen van het begin van het Oude Testament naar het begin van het Nieuwe Testament, dan horen en lezen wij van een nieuwe Eva, en van een nieuwe Adam. De nieuwe Eva heet Maria, en de nieuwe Adam is Jozef de timmerman. We kunnen in deze beide zien, precies het spiegelbeeld van die twee anderen. Zij verlaten hun woonplaats om naar hun geboorteplaats terug te keren. In Lucas 2 kunnen wij daarvan lezen.

En waar Jozef uit het huis en het geslacht van David was, zo spoedt hij zich met zijn ondertrouwde Maria naar de stad van David, die Bethlehem heet. En het geschiedde, toen zij daar waren dat de dagen vervuld werden en Maria haar eerstgeboren zoon baarde.

Wanneer we deze geschiedenis in ons eigen leven gaan stellen, dan kunnen ook wij vandaag de dag beluisteren de roep, dat wij onze momentele woonplaats moeten verlaten om ons op weg te begeven naar ons oorspronkelijk tehuis, met andere woorden  dat wij ons volledig moeten omwenden tot het nieuwe leven.

Zoals het resultaat van Jozef en Maria was, dat uit hen geboren werd Jezus de Heer, Jezus die de Christus was, zo daalt in het leven van de omgewende mens af, een geheel nieuwe, oorspronkelijke wijsheidsradiatie.

In de heilige symboliek worden de geheiligde ruimten waarin de Geest zich ten volle openbaart altijd aangeduid als de zee. De volheid van God, de Heilige Geest, werd altijd met de zee vergeleken, de zee van de Godsopenbaring.

Zo vinden we ook de betekenis van de naam van Maria. Maria is afgeleid van het woord mare of zee. Uit die Maria, uit die Zee van zuiver oorspronkelijke astrale substantie, moet het godskind, de nieuwe mens, geboren worden. Daarom is deze Mare of Maria dan ook de moeder van God, de moeder van het godskind. Maria is de zee van de Godsopenbaring waaruit en waardoor transfiguratie wordt verwerkelijkt.

Maria kunnen we ook zien als de tot het Licht gekeerde ziel. Als de Heilige Geest tot haar komt om haar, de omgekeerde, die tot het Licht gekeerde ziel, de heilbrengende synthese te reiken, dan staat er: ‘Doch Maria bewaarde al deze woorden, die overwegende in haar hart’ (Lucas 2:19). Iets in het hart bewaren duidt op een toestand van volstrekte liefde tot God; het is het flonkerende edelgesteente als een hartstraling bezitten, een straling die uitgaat tot alles en een ieder.

De vrouw, die zo’n stralingskracht van het hartheiligdom kan doen uitgaan in onpersoonlijkheid, zij is een Moeder Gods, zij is een Maria. Immers, zij is de bezitster van het heilbrengende Licht en zij brengt dat Licht op de gestelde tijd voort voor wereld en mensheid; zij draagt de gnosis uit tot een ieder die hunkerende is naar dat Licht.

En als de oude Simeon dat Licht van het hart waarneemt in de tempel van het diepste innerlijk, dan spreekt hij: ‘Voorwaar, deze is gekomen tot een val en een opstanding voor velen’. De man die zo’n stralingskracht van het hartheiligdom kan doen uitgaan in onpersoonlijkheid, hij is Jozef de timmerman, hij is de bouwer die stuwt en roept en wekt.

Hij is de hellebreker, niet een die met laaiende drift zichzelf en anderen forceert, doch die in volmaakt evenwicht al zijn werktuigen hanteert om de Gnosis, de eeuwigheid, ingang te doen vinden in de tijd.

Hij schaamt zich niet om Maria tot zich te nemen als zijn vrouw, als zijn gezellin voor tijd en eeuwigheid, want dat wat in haar verwekt is, is niet uit de wil van de man, doch uit de Heilige Geest. De eigen zucht en de eigen wil glijden hier weg en het is de Liefde van God die alle verstand te boven gaat, die Jozef vormt en Maria overschaduwt.

De goddelijke en zeer verlichte boodschap, gericht tot allen, die rond de kersttijd de wereld wordt ingestraald, zó, dat allen het zouden kunnen horen, is deze: ‘dat allen die Hem, het Licht aannemen, macht wordt gegeven kinderen van God te worden’ (Johannes 1:12). Een heerlijker en machtiger roep kan niet tot ons worden gericht, want het is een blijmare die niet voor tweeërlei uitleg vatbaar is.

Niemand behoeft zich uitgesloten te achten, niemand kan zeggen: ‘Deze uitnodiging is niet tot mij gericht’. De weg naar het Licht behoeft voor niemand onmogelijk te zijn. ‘Allen die Hem aannemen heeft hij macht gegeven om kinderen van God te worden’.

Bron: Dit blog-artikel is samengesteld uit teksten van J. van Rijckenborgh uit De Broederschap van Shamballa, De Alchemische Bruiloft van Christiaan Rozenkruis, deel 2, De Universele Gnosis en De Grote Omwenteling.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *