Geschiedenis van het conferentieoord Noverosa op landgoed de Haere in Doornspijk

        

Na de tweede wereldoorlog werd op het landgoed ‘De Haere’ van de School van het Rozenkruis een conferentieoord met de naam Noverosa (betekenis: nieuwe roos) gebouwd. Sindsdien zijn er talloze conferenties gehouden. In 2013 hebben zijn er ingrijpende verbouwingen en moderniseringen gerealiseerd. Tot op de dag van vandaag worden er nog allerlei bijeenkomsten van de School van het Rozenkruis gehouden. Dit artikel geeft een indruk van de ontstaansgeschiedenis van 1935 tot 1940. De getoonde foto’s zijn recent genomen.   

In februari 1933 staat in het tijdschrift ‘Het Rozenkruis’ de eerste aankondiging van weekend-conferenties in de zomermaanden in Haarlem. De redactie deelt mee enkele weekend-conferenties in Haarlem te houden voor studenten en belangstellenden in de rozenkruisers-filosofie. Weekend-conferentie 1 (juni) zal worden gewijd aan de rozenkruisers-kosmologie, weekend nummer 2 (juli) zal worden gewijd aan bijbelstudie en weekend 3 (augustus) zal worden gewijd aan magische astrologie.

De weekendconferenties zullen telkens duren van zaterdagmiddag tot zondagavond. Nachtlogies met ontbijt zal gratis worden verstrekt; terwijl voor de gezamenlijke maaltijden (waaronder twee broodmaaltijden en één diner) in totaal 2,50 gulden wordt berekend. De conferenties en gezamenlijke maaltijden zullen worden gehouden in het gebouw van het centrum Haarlem.

Op basis van het grote succes van de 1933-weekeindes in Haarlem besluiten Wim en Jan Leene dat er in 1934 “meerdaagse conferenties en weekeindesamenkomsten zouden worden gehouden, in de vrije natuur, in volledige kampentourage”. De behoefte om langer met elkaar te zijn, om op die manier een grotere concentratie verdieping en aspiratie te kunnen realiseren, leidt ertoe dat de beide broers in de eerste maanden van 1934 stad en land afzoeken om in de omgeving van Haarlem een geschikte plaats te vinden voor een zomerkamp. Maar een onverwacht aanbod van een bevriend zakenman uit Haarlem deed hen in 1934 besluiten een stuk grond op de Veluwe aan te kopen. Z.W. Leene schrijft:

“Al onze aandacht was geconcentreerd op een kamp in het Kennemerland en zeer zeker zouden we daarin geslaagd zijn indien niet door een van die plotselinge gebeurtenissen, waaraan wij in onze arbeid zo gewoon zijn, een volledige planwijziging was opgetreden. Door een uiterst waardevolle en buitengewoon acceptabele aanbieding werd ons gehele Kennemerkampplan opgenomen en midden op de Veluwe neergezet.”

Voor een bedrag van 9.500 gulden kan men op de Veluwe een landgoed genaamd ‘De Haere’ aankopen. Hier kan in 1934 het eerste rozenkruiskamp plaatsvinden, en wanneer de jonge groep op nieuwjaarsdag van 1935 de gronden kan wijden aan het werk in dienst van de Christus, ondergaan zij de diep doorvoelde momenten.

“Onvergetelijk waren de wijdingsdienst en de wandeling rond ons gebied. De geestelijke basis van onze zomerschool is gebouwd met de hamer en de sikkel van daad en liefde”. Het verwijzen in dit verband naar beelden van de hamer en de sikkel, symbolen die toch met het communisme verweven zijn, is niet zo vreemd als het lijkt. In die jaren is het idealisme dat samenhangt met socialisme en communisme wijd verbreid. De beide broers onderschrijven de gedachte dat een oneerlijke verdeling van de noodzakelijke levensvoorzieningen in de wereldgeschiedenis steeds oorzaak voor conflicten en onrust was.

Het verschil van interpretatie uit zich daarin, dat zij zich met hart en ziel wijden, niet aan een horizontale op het materiële gerichte theorie, maar een voor ieder toegankelijke levensfilosofie die een hoger geestelijk leven naderbij brengt. In die zin moet hun werk dan ook voor iedereen toegankelijk zijn. We lezen verder:

“De Haere is een buitenplaats bij Nunspeet, te Doornspijk, groot 250 ha. en zo buitengewoon geschikt tot het doel, dat er geen moment van twijfel meer kon bestaan bij de aanblik van zulk een zalig stuk ongerepte natuur, waar men kan dwalen, uren en uren zonder iemand tegen te komen. Een vloedgolf van frisse heidelucht met uitgestrekte bossen, naald en loofhout. Waar de warme zon, trillend boven het zandvlak van de zandverstuiving met een waas van lila eroverheen, zulk een zeldzame bekoring biedt, dat we ons afvragen: hoe komen we de enkele maanden die ons nog scheiden van dit heerlijk natuurgenot door. Er ligt op ‘De Haere‘ zulk een zuivere sfeer van ongereptheid, dat men zelfs na het bezoek van enkele uren zich een ander mens voelt en het lijkt wel of men daar zuiverder denkt […] Wanneer men scherp naar de horizon tuurt, ontdekt men een blauwe damp, vol geheimen en geweldig aanlokkend en steeds meer bos en steeds meer heide en steeds meer zaligheid. Vrienden, we kamperen op ‘De Haere’!”

Wim Leene is deze jaren de onbetwiste leider, die de impuls gestalte geeft; Cor Damme is zijn boezemvriend met eenzelfde dynamiek, terwijl Jan ‘de stille‘ wordt genoemd. Samen organiseren zij van 1934 tot en met 1940 elk jaar een zomerschool, die eerst vier, en later vijf zomerweken beslaat,waar diverse groepen steeds één week verblijven.

Zomerkampen werden door verschillende groepen en bewegingen, zowel spiritueel als politiek, in die tijd veelvuldig gehouden. Eén van de bekendste voorbeelden was het ‘Sterkamp‘ te Ommen waar Annie Besant en Charles Leadbeater probeerden Jiddu Krishnamurti (1895-1986) als wereldleraar te introduceren. Zij hadden in 1911 de Orde van de Ster in het Oosten opgericht om het gedachtegoed van de vermeende wereldleraar Jiddu Krishnamurti te steunen. Later werd de naam verkort tot Orde van de Ster. In 1924 droeg Philippe baron van Pallandt zijn landgoed Eerde bij kasteel Eerde te Ommen over aan de Orde van de Ster. Jaarlijks werden hier de zogeheten Sterkampen gehouden.

Op 3 augustus 1929 gaf Krishnamurti het landgoed terug aan de baron en ontbond hij de organisatie, omdat hij organisaties schadelijk vond bij het zoeken naar waarheid en vrijheid. “Waarheid is een land waarheen geen wegen leiden”, zei hij in zijn toespraak waarin hij De orde van de ster ontbond. De Sterkampen, waarbij hij wel vaak aanwezig was, duurden voort tot 1938.

Enkele leden van het Haarlemse centrum bezoeken dit kamp in 1933 om onbevangen naar hem te luisteren. Dit bezoek leidt tot een onderhoud van drie kwartier met Krishnamurti zelf. In de rubriek ‘De tijdspiegel‘ in ‘Het Rozenkruis wordt de ontmoeting het met Jiddu Krishnamurti besproken.      

Bron: Geroepen door het wereldhart van Peter Huijs

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *