Het temmen van de os, zen-verhaal over de tien stadia van de Zen-weg van Chinese meester Kakuan uit de twaalfde eeuw

 

1. Het zoeken naar de os

Eenzaam en alleen in een eindeloze wildernis, schrijdt de herder door het woekerende gras en zoekt zijn os. Breed stroomt de rivier, tot in wijde verte strekken zich de bergen uit, en het pad loopt steeds dieper in het vergroeide. Het lichaam dodelijk vermoeid en het hart vertwijfeld. Toch vindt de zoekende herder geen geleidende richting. In de avondschemering hoort hij enkel krekels op de ahorn zingen.

het temmen van de os zenverhaal over de 10 stadia van de zen weg van meester Kakuan 570
2. Het spoor van de os vinden

Onder de bomen aan de waterkant zijn her en der de sporen van de os dicht afgedrukt. Heeft de herder de weg gevonden tussen het dicht woekerende, geurende gras? Hoe ver de os ook weglopen mag, tot in de achterste plaats van het diepe gebergte: zijn neus reikt tot in de uitgestrekte hemel, zodat hij zich niet verbergen kan.

3. Het vinden van de os

Plotseling klinkt boven in de kruin van de boom het heldere gezang van een nachtegaal. De zon straalt warm, zachtjes waait de wind, aan de oever lopen de wilgen uit. Er is geen plaats meer waar de os zich zou kunnen verstoppen. Zo mooi is die prachtige kop met de hoog oprijzende horens, dat geen schilder hem zou kunnen schilderen.

4. Het vangen van de os

Na grootste inspanning heeft de herder de os gevangen. Te heftig nog diens luimen, zijn kracht nog te razend, om gemakkelijk zijn wildheid te temmen. Nu eens gaat hij ervandoor en klimt naar hoge vlakten, dan weer dringt hij ver door in diepe, nevelige, bewolkte plaatsen en wil zich verbergen.

5. Het temmen van de os

De herder mag zijn hand geen ogenblik van zweep en teugel aflaten. Anders zou de os er met grote schreden vandoor gaan het stof in. Is de os echter geduldig getemd en tot zachtmoedigheid gebracht, dan volgt hij vanzelf de herder, zonder halster of ketting.

6. Naar huis op de rug van de os

De herder keert terug naar huis op de rug van de os, gelaten en vrij. In de uitgestrekte avondnevel klinkt wijd en zijd het geluid van zijn fluit. Maat na maat en couplet na couplet klinkt de grenzeloze stemming van de herder. Luistert iemand naar dit geluid, dan hoeft hij niet meer te raden hoe het de herder te moede is.

7. De os vergeten, de herder alleen

Reeds is de herder thuisgekomen op de rug van de os. Er bestaat geen os meer. De herder zit alleen, op zijn gemak en stil. Rustig sluimert hij nog wat, want de rood brandende zon staat immers reeds hoog aan de hemel. De nutteloze zweep en teugel heeft hij weggeworpen onder het dak van stro.

8. Os én herder volkomen vergeten

Zweep en teugel, os en herder zijn volkomen verdwenen. Woorden schieten tekort om de uitgestrekte blauwe hemel te omspannen. Sneeuw kan toch ook niet blijven bestaan op een rood brandend haardvuur? Pas wanneer een mens in dit oord aangekomen is, evenaart hij de oude meesters.

9. Terug naar de Oorsprong

In de Grond en Oorsprong teruggekeerd heeft de herder reeds alles volbracht. Niets is beter dan direct ter plekke als blind en doof te worden. In zijn hut zit hij en ziet geen dingen daarbuiten. Grenzeloos stroomt de rivier, zoals hij stroomt. Rood bloeit de bloem, zoals zij bloeit.

10. Naar de markt met weldoende handen

Met ontblote borst en op blote voeten komt hij naar de markt. Het gezicht met aarde besmeurd, het hoofd helemaal met as bestrooid. Zijn wangen onder de tranen van het machtige lachen. Zonder zich in te spannen voor geheimen en wonderen, brengt hij plotsklaps de dorre bomen tot bloei.

Een toelichting op dit klassieke verhaal is te lezen in Het temmen van de os van Nico Tydeman

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *