De stormen en de wateren worden gestild, gedeelten uit Psalm 107 en Lukas 8

Wanneer de Heer spreekt, doet Hij een stormwind opsteken, die haar golven hoog opheft. Ze rijzen op naar de hemel, ze dalen neer in de diepe wateren; hun ziel smelt weg van ellende. Zij wankelen en waggelen als een dronken man, al hun wijsheid wordt verslonden. Maar toen zij in hun benauwdheid tot de Heer riepen, leidde Hij hen uit hun angsten. Hij brengt de storm tot stilte, zodat hun golven zwijgen. Dan zijn zij verblijd, omdat de wateren gestild zijn en Hij hen naar de haven van hun wens leidde.

Bron: Bijbel, Herziene Statenvertaling, Psalm 107: 25-30

Het gebeurde op een van die dagen dat Hij met Zijn discipelen aan boord van een schip ging. En Hij zei tegen hen: Laten wij overvaren naar de overkant van het meer. En zij voeren weg. Toen zij voeren, viel Hij in slaap. En er viel een stormwind neer op het meer, en hun schip liep vol water en hun schip liep vol water – Letterlijk: en zij liepen vol en zij waren in nood.
Zij gingen naar hem toe, wekten Hem en zeiden: Meester, meester, wij vergaan! Toen stond hij op en bestrafte de wind en de golven. En ze gingen liggen en er kwam stilte.
Hij zei tegen hen: Waar is uw geloof? Maar zij waren bevreesd en verwonderden zich, en zij zeiden tegen elkaar: Wie is deze toch, dat hij ook de winden en het water bevel geeft en ze hem gehoorzaam zijn?

Bron: Bijbel, Herziene Statenvertaling, Lukas 8:22-25

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *