De filosofie van Hippocrates – tekst van Thomas Dijkman

Hippocrates wordt gezien als de grondlegger van de moderne geneeskunde. Samen met Galenus en Dioscorides legde hij de basis voor de kunst van het genezen. Deze medici uit de antieke tijd zijn eveneens de grondleggers van de natuurgeneeskunde. In het oude Griekenland en in het Romeinse Rijk gebruikte men voornamelijk planten om te genezen. Soms werden planten als supplement gebruikt, zowel in- als uitwendig.

Uitwendig gebruik vindt men bijvoorbeeld terug in het gebruik om weegbree in schoeisel te doen. Romeinse soldaten maakten lange dagmarsen, vaak tientallen kilometers per dag. De stoffen in weegbree zorgen dat de voeten minder snel vermoeid raken. Dit gebruik is in heel Europa gewoonte geworden. Toen de Europeanen naar Noord-Amerika reisden in de 17e en 18e eeuw, zagen de indianen dat overal waar een Europeaan zijn voet had neergezet, enige tijd later weegbree opkwam, omdat een plant daar groeit waar de mens haar nodig heeft.

In vroegere tijden leefden mensen samen met planten. In plaats van apotheken had men de natuur en dat werkte net zo goed. Deze leefwijze zie je nog steeds in de junglegebieden van Afrika, Zuid-Amerika, Nieuw-Guinea en Azië. Als je met lokale mensen op stap gaat zie je dat ze voortdurend wat schors, bladeren of takken verzamelen voor henzelf, een vriend of familielid. Deze verzamelde natuurproducten worden gebruikt als voedsel, medicijn of supplement.

Hippocrates wordt als de vader van de moderne geneeskunde gezien, maar er is niemand die zo vaak is aangevallen door collega’s op zijn visie als Hippocrates. Overigens is Paracelsus (fakkeldrager van het Rozenkruis 1), een baanbrekende arts uit de middeleeuwen, op dezelfde wijze enorm aangevallen door collega-medici. Zelfs vandaag de dag zullen artsen fulmineren tegen collega’s die er een andere visie op na houden. Het schijnt erbij te horen dat geneesheren elkaar aanvallen en in de haren vliegen.

Tot in de 19e eeuw voerde de visie van Hippocrates de boventoon in Europa. Vanaf de 19e eeuw begonnen Europese artsen hem van allerlei kanten aan te vallen. Deze aanvallen kunnen we interpreteren als het zichzelf afzetten tegen Hippocrates, met als doel duidelijk te maken wat je eigen visie inhoudt.

Zijn wij geïnteresseerd in de visie van 19e-eeuwse artsen? Welnee! De 19e-eeuwse artsen zijn wellicht belangrijk geweest voor de ontwikkeling van de juiste medische diagnose, maar qua filosofie en medisch inzicht halen ze het niet bij Hippocrates. 19e-eeuwse artsen waren vooral geïnteresseerd in het voor het eerst synthetisch maken van medicijnen. Ze worden gekenmerkt door een onvoorwaardelijk geloof in de superioriteit van synthetische producten.

Deze zienswijze wordt in onze tijd steeds vaker verworpen aangezien wetenschappers keer op keer zien dat synthetische producten gevaarlijke, ziekmakende bijwerkingen vertonen waar geneesplanten en medicinale voeding een directe genezende werking hebben zonder boekwerk vol bijwerkingen.

Hippocrates is veel geciteerd. Tenminste, zijn citaten zijn veel geciteerd. Vrijwel niemand die een citaat van Hippocrates citeert heeft zijn boeken gelezen. Hij heeft 60 boeken geschreven en een van zijn boeken heet Voedsel. In dit boek legt hij uit dat voedsel is als het principe van Heraclitos ‘Panta rhei’ of ‘alles stroomt’. Heraclitos schreef: “Alles verandert en niets blijft hetzelfde … en je kunt niet twee keer in dezelfde rivier staan.”

Omdat een rivier stroomt is zij continu een ‘andere rivier’. Ons lichaam verandert evengoed voortdurend. Als iemand een uur later op ‘dezelfde’ locatie in de rivier zou stappen, is niet alleen de rivier, maar ook hijzelf veranderd. 

In de filosofie van Heraclitos zijn alle waarneembare dingen continu in dynamische verandering, terwijl het voor onze ogen lijkt dat alles statisch is. Hippocrates borduurt verder op de filosofie van Heraclitos. Hippocrates beschrijft in zijn werk ‘Voedsel’ dat voeding iets is wat al zijn voedingsstoffen afgeeft aan het bloed en daarna aan het lichaam. In het bloed zitten volgens Hippocrates voedingsstoffen die op dat moment niet voor het lichaam nodig zijn. Deze worden bewaard voor later. Wetenschappers zeggen vandaag de dag exact hetzelfde.

Laten we dat beeld gebruiken om onze bloedsomloop als een rivier te zien, om de werking van ons lichaam te verhelderen. De darmen geven voedingsstoffen af aan het bloed. In ons bloed huizen vitaminen en mineralen die zodra ze nodig zijn in het lichaam, worden getransporteerd naar de juiste plek.

Met deze constatering, onderbouwd door een prachtige veranderingsfilosofie, gebruikte Hippocrates een beeld dat geschikt en werkbaar is als medisch instrument. Bovendien is dit een fundamenteel medicinaal en voedseltechnisch gegeven dat alles zich voortdurend in een proces van omzetting bevindt.

Hippocrates ziet dat de mens niet statisch is: hij zag de dynamische mens voortdurend veranderen door hetgeen hij eet. Goed voedsel verandert je ten goede, ten bate van je gezondheid en slecht voedsel zorgt voor ziekteprocessen en degeneratie van lichaam en geest. Zo bezien is het 100% logisch dat als je de verkeerde zaken eet, je ziek wordt.

Hippocrates zei het zo: “Voedsel verandert de oude vormen in het lichaam en zorgt ervoor dat er weer nieuwe vormen ontstaan.” Dat lijkt een hele filosofische, onbegrijpelijke uitspraak, maar als je het op voedselgebied toepast dan wordt het duidelijk. Heel ons lichaam is opgebouwd uit elementen die vroeger voedsel waren. Een mooi, gezond lichaam kan nooit zijn opgebouwd door slechte, ziekmakende voeding.

Ons hele lichaam is als een rivier. Er stromen voedsel en voedingsstoffen doorheen. Dit voedsel bepaalt de vorm, het uiterlijk van ons lichaam. Hippocrates dacht verder. Zoals een bedding van een rivier voortdurend verandert, verandert op gelijke manier ons lichaam door voedselstromen en stromen van allerlei fluïden zoals bloed, zweet, lymfvocht, gal, speeksel en allerlei andere soorten lichaamsvocht.

Daarbij is volgens Hippocrates voedsel niet het enige aspect wat onze gezondheid bepaalt. Er bestaat zoiets als ‘ons gestel’ of ‘onze constitutie’. Laten we een lichaamsgestel-aspect nemen van ziekten: zweten. Wat zegt Hippocrates daarover? “Mensen die snel zweten, herstellen sneller en zijn sneller weer gezond na een ziekte, maar hun algehele gestel is zwakker dan dat van sterke mensen. Daartegenover: Mensen die niet snel zweten herstellen langzamer van een ziekte en het duurt langer voordat ze totaal herstellen. Maar deze mensen zijn wel sterker van gestel.”

Zweten is het uitscheiden van stoffen; de afvalstoffen die het lichaam niet meer nodig heeft worden versneld afgevoerd. Het is een voorbeeld van hoe alles door je lichaam stroomt en op de goede plek terecht komt. Stoffen die niet meehelpen aan je gezondheid, worden uitgezweet of verlaten het lichaam via de urine of stoelgang. Het lichaam is nooit statisch; het is een continu dynamisch proces dat altijd streeft naar harmonie.

Ademhalen is eveneens een vorm van voedsel tot je nemen! Deze Hippocratische visie is nieuw voor ons en werd waarschijnlijk eeuwenlang over het hoofd gezien als zijnde onbegrijpelijk. Daarom is deze visie weinig overgenomen. Maar bedenk dit eens: als je allergenen van pollen in je longen en bloed kunt krijgen, kan dat ook met vluchtige voedingsstoffen! Met andere woorden, planten stoten allerlei stoffen af aan de lucht die voor de mens een voedingswaarde hebben. Is dat misschien de reden dat mensen die in de stad wonen er vaker wat grauw en kleurloos uitzien? Is dat misschien de reden dat stadsmensen het zo fijn vinden om frisse boslucht of zeelucht op te snuiven?

Bron: De geneeskracht van waterkers door Thomas Dijkman

BESTEL DE GENEESKRACHT VAN WATERKERS

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *