Oeroud symbolisch beeld van de pelgrim op zijn pad door de woestijn: capuchon, staf en lantaarn

 

Er bestaat een oud symbolisch beeld van de pelgrim. Vier uiterlijke kenmerken verwijzen naar innerlijke aspecten.

  1. De pelgrimstocht van deze mens voert door de woestijn.
  2. Op het hoofd draagt deze pelgrim een capuchon
  3. In ene hand houdt deze mens een staf
  4. In de andere hand houdt de pelgrim een brandende lantaarn

Waarom voert de pelgrimstocht door de woestijn? De pelgrim heeft de betrekkelijkheid van de dingen van het leven ingezien en voelt nu de behoefte zich eigenschappen en bekwaamheden eigen te maken die tijdloos zijn. Deze mens voelt zich ontheemd, omdat hij innerlijk weet van het rijk van licht en leven. De pelgrim kan zich niet thuis voelen omdat hij onderweg is. Hij is op doortocht.

pelgrim of heremiet in woestijn met capuchon staf en lamp negende symbool 9

Zijn geest is thuis in het rijk van licht en leven, waar hij vandaan komt, en waarnaar hij zal  terugkeren na belichamingen in het geslacht van de mensen. De pelgrim ondergaat de ervaring dat hij hier als in een woestijn rondloopt en verlangt ernaar daar te zijn waar geen gebondenheid aan het lichaam, geen verzoekingen door begeerte, geen beperking door ruimte en tijd bestaan.

Waarom draagt de pelgrim een capuchon? Ook dit heeft een diepere betekenis. De capuchon maakt het deze mens onmogelijk naar links of naar rechts te kijken. Hij kan alleen vooruit zien. Over zijn vroegere leven of over familietradities piekert hij niet, en evenmin verlangt hij terug naar genoegens waarvan hij zou kunnen genieten maar die hem in zijn ontwikkeling zouden belemmeren.

Nee, hij kijkt vooruit, opwaarts. De lichtende hoogten in de verte trekken hem onweerstaanbaar aan. Hij wil worden waartoe hij verkozen is. En hij streeft naar de overwinning om deze aan anderen door te kunnen geven.

Waarom houdt de pelgrim een staf in zijn hand? Die staf symboliseert de spirituele traditie en de inhoud van de Heilige Boeken. Op hetgeen de pelgrim daaruit geleerd heeft, steunt hij. De wonderbaarlijke wijsheid die hij daarin gevonden heeft, de onloochenbare logica van hun opbouw geven hem steeds weer grond onder de voeten.

En hij heeft deze steun ook nodig, want hoewel hij een pelgrim is, blijkt hij een uit tegenstellingen bestaand wezen te zijn. Niet alleen de stem van de geest laat zich horen, er bestaan ook de driftmatige behoeften van het lichaam, en de subtielere verlangens van de ziel klinken nog steeds overluid door. Om maar niet te spreken over alles wat van buitenaf op hem kan afkomen en wat zijn besluitvorming aan het wankelen zou kunnen brengen.

Om stevig op de been te blijven heeft hij de wandelstaf hard nodig. De herinnering aan de grote evolutie van alle dingen helpt hem bepaalde gedachten, verzoekingen en zorgen in het licht van de eeuwigheid te zien en daardoor tegengestelde stromingen te overwinnen.

Brandende lantaarn die het pad van de pelgrim verlicht

Waarom heeft de pelgrim een brandende lantaarn? Een afgeschermd, hem vertrouwd licht, een hem door wezens uit hogere sferen gegeven inzicht, verlichten het pad van de pelgrim en tonen de stenen, de gaten en ook de slangen op zijn pad, zodat hij deze kan vermijden.

De lantaarn verlicht niet het gehele pad doch slechts een stuk ervan. Zou de pelgrim de weg geheel kunnen overzien, dan zou hem misschien de moed in de schoenen zinken; daarom wordt hem de weg stap voor stap getoond.

Bron: Egyptische mysteriën, naar een Duits manuscript uit de 18e eeuw

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *