Uitdaging 400 jaar Synode van Dordrecht: van dorre dogmatische dwaalleringen naar levende, universele spiritualiteit

ODE AAN DE SYNODE, BODE VAN EEN NIEUWE PERIODE?

LEES DE 180 DAGTEKSTEN

De herdenkingen van 400 jaar Synode van Dordrecht en de daaruit voortgekomen Dordtse Leerregels vormen een uitgelezen kans om afstand te doen van de dorre dwaalleringen zodat het vuur van de geest de gelegenheid krijgt alles nieuw te maken. Vernieuwing van de samenleving in overeenstemming met het godsplan is alleen mogelijk wanneer er voldoende mensen zijn die als gevolg van een proces van bewustwording en innerlijk streven vernieuwd worden naar geest, ziel en lichaam. 

Worden de 180 dagen ode aan de synode een bode van een nieuwe periode?Hebben de betrokkenen de moed om versleten paradigma’s te dumpen, bekrompenheid los te laten en universaliteit te omarmen. Zijn zij bereid om zich te laten louteren door het vuur van de geest, zodat zij als de vuurvogel Phoenix uit hun as kunnen herrijzen? Het logo van ‘180 dagen ode aan de synode’ biedt meerdere aanknopingspunten om iets van het nieuwe over te dragen.

Er is hoop! Alles wat nodig is voor een werkelijk geestelijk reveil is beschikbaar: gratis en voor niets. Wie waarlijk wil, kan drinken uit de bron van het levende water, om niet, teneinde het licht van de wereld te worden en te zijn. Veel van wat verborgen was, is nu geopenbaard.

Het heeft weinig zin om tijd en energie te verspillen aan het bestuderen van de Dordtse leerregels en de historische omstandigheden waarin die tot stand zijn gekomen. Voor hen die zijn ingewijd in de christelijke mysteriën is het kristalhelder dat het zo bejubelde document misschien wel is ontstaan vanuit integere, religieuze toewijding, maar desalniettemin getuigt van een bekrompen en beneveld bewustzijn. De schrijvers gaan in op bepaalde dwalingen die zij afleiden uit bijbelteksten, maar hebben blijkbaar niet door dat hun publicatie als geheel één grote dwaling is, die voortborduurt op de dwalingen in de Rooms Katholieke Kerk over behouden worden en verloren gaan (dat een dieptepunt bereikte in de aflaten-business en waartegen Maarten Luther terecht fulmineerde), en op de persoon van Pelagius, wiens leringen verdraaid zijn om de macht van de toenmalige kerk te kunnen verzekeren. Voor het innerlijke weten komen de Dordtse leerregels over als een draak van dogmatiek, een luciferische Leviathan, een als een dramatische uiting van de dharma in verval. 

Wat is nu nodig binnen het protestantisme ? Dat ingesleten overtuigingen vanuit een open mind eens grondig onder de loep worden genomen vanuit alle relevantie informatie, kennis en wijsheid die nu bekend is, zowel individueel als collectief. De Twaalf verdiepingsvragen bij ode aan de synode en de 180 Dagteksten bij ode aan de synode bieden daarvoor een waardevolle handreiking. Dan kan er een vernieuwingsproces plaatsvinden in vijf fasen die samen te vatten zijn in vijf werkwoorden in gebiedende wijs die beginnen met de letters van DORDT: 

  1. Doorzie
  2. Ontwaak
  3. Reinig
  4. Draag
  5. Transfigureer

Dit rijtje zullen we hier niet uitleggen. Op deze website, en met name in de gratis online-programma’s is daar voldoende over te vinden. Laat de Christus in je geboren worden en span je in om het licht van de wereld te worden en te zijn.    

Voor hen die toch iets meer willen weten over de Synode van Dordrecht volgt hieronder een historische beschrijving (uit het boek ‘Vaderlandse Geschiedenis’ van dr. H. Klompmaker) en een beroemd gedicht van Joost van den Vondel.  

BETEKENIS VAN NEDERLAND OMSTREEKS 1600

Economisch van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden omstreeks 1600 van grote betekenis. Dit blijkt vooral uit de opbrengsten van de Sont-tollen. Want de uit Nederlandse havens afkomstige schepen betaalden toen 70 procent van het totale tolgeld. Deze economische bloei viel ook op het terrein van de industrie en de landbouw te constateren: hoe welvarender een land, hoe eerder de inwoners hun kleren weggooien; de lopen zijn dan nog van redelijke kwaliteit en het daaruit vervaardigde papier ook. Voor de industrie was het van belang dat allerlei soorten molens in gebruik kwamen en dat grote bedrijven voor papierfabricage weerden ingericht. In de landbouw werd veel zorg besteed aan betere ontwateringen de grond; bovendien werden tal van meren drooggelegd. 

ONRUST TIJDENS HET BESTAND

Gedurende deze periode van economische bloeien deden zich godsdienstige conflicten voor, die welhaast op een burgeroorlog dreigden uit te lopen. Reeds van 1603 af waren er tussen een aantal predikanten ernstige dogmatische verschillen gerezen. Deze geschillen traden ook aan het licht in de theologische faculteit te Leiden bij de benoeming van een hoogleraar wiens dogmatische inzichten afweken van die van zijn rechtzinnige collega Gomarus.

De nieuw benoemde, Arminius, kreeg het aan de stok met Gomarus. De twistpunten handelden vooral over de leer van de voorbeschikking en de betekenis die aan de geloofsbelijdenis moest worden gehecht. Gomarus was voor een strengen uitleg van de leer van de voorbeschikking of predestinatie, terwijl Arminius deze leer wel onverkort wilde handhaven, maar aan de menselijke wil en de goede werken toch enige invloed toekende; bovendien vond hij het – evenals Coornhert (enkele decennia eerder – voldoende wanneer predikanten en gelovigen in hoofdlijnen de belijdenisgeschriften aanhingen en volgden. 

Arminius kon niet tegen Gomarus op, maar kreeg krachtige medestanders in Episcopius en Uitenbogaert. Vele predikanten, in Leiden opgeleid, kozen partij in het conflict en daardoor raakte ook het gewone volk betrokken bij de geschillen. Toch zou het conflict hoofdzakelijk universitair gebleven zijn, als er geen politieke factoren in het spel waren geweest.

BINNENLANDSE POLITIEKE FACTOREN 

 De aanhangers van Arminius waren voorstanders van een vrij grote invloed van de overheid op de kerk. Hun opvatting werd door de meeste regenten in Holland en Utrecht van harte onderschreven. De rekkelijke regenten waren nu tegen al te grote geloofsdwang gekant. De aanhangers van Gomarus van hun kant, wilden de kerk grotere invloed op de overheid zien toegekend. Na lang aarzelen koos prins Maurits partij voor de aanhangers van Gomarus, die aan hun verweerschrift tegen een remonstratie van Arminius’ aanhangers aan de Staten van Holland, de naam van de contra-remonstranten ontleenden. Johann van Oldenbarneveldt en de meeste Hollandse en Utrechtse regenten schaarden zich aan de zijde van de aanhangers van Arminius, die remonstranten werden genoemd.    

De landgewesten en Zeeland waren in de staten-Generaal contraremonstranten, evenals Friesland onder Willem Lodewijk. In holland was na 1613 Van Oldenbarneveldt niet geheel zeker van zij macht. Amsterdam was fel contra-remonstrants geworden, terwijl François Aerssens, afgezet als gezant in Frankrijk wegens zijn relaties met de hugenoten, een fel vijand van Van Oldenbarneveldt bleek te zijn. In Utrecht hadden de remonstranten de meerderheid. Daar er in de Staten-Generaal een meerderheid vóór de contra-remonstranten bestond, gaven de remonstranten er de voorkeur aan hun belangen bij de gewestelijke Staten van Holland en Utrecht te bepleiten. Om dezelfde reden waren de remonstranten voor het merendeel ook geen voorstanders van een Nationale synode; ook daar zouden zij in de minderheid zijn tegenover de contra-remonstranten. 

Teneinde woelingen en opstootjes te voorkomen, had Van Oldenbarneveld de contraremonstranten predikanten in Holland een preekverbod opgelegd. Hoewel daartoe uitgenodigd, aarzelde prins Maurits gevolg te geven aan de uitnodiging de orde in de verschillende Hollandse steden te handhaven. Tenslotte besloot Van Oldenbarneveldt bij Scherpe Resolutie van 1617 ter bewaring van de orde waardgelders (wachtgelders) in dienst te nemen. De aantijging dat Van Oldenbarneveldt daarmee een burgeroorlog zou hebben willen ontketenen tegen de prins, houdt geen steek. Wat zou hij met 1800 waardgelders kunnen uitrichten tegen dertigduizend man geregelde troepen van Maurits? Maar de prins nam Van Oldenbarneveldts besluit hoog op; er zou in Holland een gewapende groep zijn, die niet onder zijn persoonlijk bevel stond. 

Op uitnodiging van de Staten-Generaal verzette Maurits in vele plaatsen de wet. , dat wil zeggen dat hij contra-remonstrantse regeerders aanstelde. Slechts Utrecht en Gouda aarzelden even met het ontslaan van hun waardgelders op bevel van de prins. Nadat de wet verzet was en dus ook de meerderheid in de nieuwbenoemde Staten van Holland om was, werden Van Oldenbarneldt geldt, Hugo de Groot, Ledenberg en enkele anderen gearresteerd. Allen de eerste werd na een zeer partijdig gevoerd proces ter dood veroordeeld. Zijn schuld aan zogenaamd hoogverraad stond van het begin af niet vast. Gratie was er voor de grijze landsadvocaat wel te krijgen geweest zijn als zin familie er maar om had willen vragen. Doch dat deed zij niet; zij zag daarin een bekentenis van schuld. Prins Maurits van zijn kant wilde echter geen gratie verlenen uit eigen beweging. 

NATIONALE SYNODE (10 november 1618 t/m 29 mei 1619)

Nadat Van Oldenbarneveldt in staat van beschuldiging was gesteld, konden de remonstranten zich niet langer met succes tegen de bijeenkomst van de Nationale Synode verzetten. Deze synode van 1619, ook door buitenlandse theologen bezocht, werd, zoals te verwachten was, een overwinning voor de contra-remonstranten. Door gebruik te maken van dogmatische meningsverschillen bij hun tegenstanders over de vraag, of de zondeval in gods bedoeling had gelegen (supra- en infra-lapsadisme) wisten de remonstranten hun zaak een tijd slepende te houden. Hoe krachtig Episcopius ook pleitte voor tolerantie, hij kon zijn toehoorders niet overtuigen; de voorzitter van de synode, Bogerman, slaagde erin de remonstranten uit de vergadering te doen verwijderen en verdere conflicten over de zondeval te vermijden. 

Het belangrijkste besluit van de Nationale Synode bestond uit het plan voor een nieuwe bijbelvertaling, de statenvertaling. Deze kwam in 1636 gereed; in filologisch opzicht is zij een bijzonder knap stuk werk. 

‘DE WEAGHSCHAEL VAN HOLLAND’ VAN JOOST VAN DEN VONDEL

De dichter Joost van den Vondel (1587 – 1679) verwoordde de hierboven beschreven conflicten in het onderstaande gedicht ‘Weaghschael van Hollandt, of de Hollandtsche transformatie’ met bijbehorende spotprent.

Gommer en Armyn te Hoof 
Dongen om het recht Geloof; 
Yeders ingebraght bescheit 
In de Weeghschael wert geleit: 
Dokter Gommer, arme knecht. 
Had ”et met den eersten slecht. 
Mits de schranderen Armyn 
Tegens Beza en Calvijn 
Ley den rok van d’Advokaet 
En de kussens van den Raedt, 
En het brein dat geenzins scheen 
Ydei van gesonde Reen, 
Brieven die vermelden plat 
‘t Heiligh Recht van elke Stadt. ‘
’t Gommer zach vast hier en gins. 
Tot zoo lang mijn Heer de Prins 
Gommers zijd”, die boven hing, 
Trooste met zijn staele kling, 
Die zoo zwaer was van gewigt. 
Dat al ’t ander viel te licht. 
Toen aenbad elk Gommers pop 
En Armyn die kreegh de schop.

In dit gedicht maakt Vondel duidelijk dat Gomarus en Arminius van de wereldlijke macht een uitspraak willen over het juiste geloof ten aanzien van het leerstuk van de voorbeschikking of predestinatie. De weegschaal is het symbool van rechtspraak op basis van onpartijdigheid. Op de ene kant van de schaal legt Gomarus legt de geschriften van Beza en Calvijn, terwijl Arminius op de andere  kant van de schaal de mening van Oldenbamevelt („d”Advokaet”), het gezond verstand en de stadsrechten, waaronder de vrijheid van godsdienst, deponeert. 

Zodra blijkt dat Gomarus dreigt te verliezen, legt prins Maurits zijn zwaard aan diens kant, waardoor de schaal van Arminius stijgt (en Armyn de deur uit); de Dordtse Synode had zijn leer immers veroordeeld. Vondel gebruikt het beeld „Gommers pop” om Calvijn aan te duiden, in wiens leer hij zich – heel begrijpelijk – niet kon vinden. 

De protestantse traditie in Nederland heeft zeker een waardevolle bijdrage geleverd in de ontwikkeling van Nederland. De tijden zijn echter veranderd. Daarom is het hoog tijd om de dwalingen uit het verleden te erkennen en te gaan leven en te werken vanuit de universele spirituele inzichten die in de afgelopen decennia zijn geopenbaard, die gelukkig steeds meer bekend worden en die door een steeds groter wordende groep mensen als waar worden herkend. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *