Perseus verslaat de verschrikkelijke Medusa – het onderbewustzijn doden met hulp van goden

BESTEL ‘HET GRAALMYSTERIE VAN PARZIVAL’

Voor de spirituele ontwikkeling van de mensheid is het noodzakelijk dat de duisternis aan het licht komt en door het licht wordt geneutraliseerd, in individuen, in de wereld en in de kosmos. Dat proces van reiniging, genezing en vernieuwing wordt treffend verbeeld in de klassieke Griekse mythe waarin de held Perseus de gruwelijke Medusa kan doden met hulp van goden. Het thema is ook te herkennen in de het graalverhaal over Parzival. De avonturen van Perseus zijn te vergelijken met de ontmoeting die Parzival heeft met zijn halfbroer. Hieronder volgt de integrale tekst van bijlage 1.3 over Perseus uit het boek Het graalmysterie van Parzival van Benita Kleiberg. 

DE MYTHE WAARIN PERSEUS DE GRUWELIJKE MEDUSA ONSCHADELIJK MAAKT 

Perseus was de zoon van Zeus en Danaë. Het orakel van Delphi had de vader van Danaë, koning Akrisios, voorspeld dat hij op een dag door zijn kleinzoon van de troon en van zijn leven beroofd zou worden. Om dit te voorkomen sloot hij zijn dochter samen met een min op in een afgesloten onderaardse bronzen kamer waar geen enkel licht kon doordringen. Zeus werd echter verliefd op Danaë en verandere zich in gouden regen die de maagd opving in haar kleed. Zeus nam zijn gewone gestalte aan en het onderaardse ‘graf’ veranderde in een bruidsvertrek. Uit deze verhouding werd een zoon geboren, Perseus genaamd. Toen koning Akrisios dit vernam, sloot hij hen beiden op in een afgesloten kist en wierp deze in zee. Zeus ontfermde zich over beiden en zodoende werden zij door de visser Diktys in zijn netten aan land gebracht. 

De visser had een broer, Polydektes, die heerste over het eiland waar zij aan land waren gebracht. Beide broeers geven een tegenstelling weer. Diktys, de nettenman moest alles wat hij ving aan zijn broer, Polydektes, de veel ontvangende, afstaan. Polydektes betekent hetzelfde als Polydegmon, en is één van de vele namen van de koning van de onderwereld. Polydektes had zijn zinnen op Danaë gezet maar zij werd door haar zoon Perseus tegen hem beschermd. 

Toen Polydektes een feestmaal aan wilde richten gaf hij de genodigden de opdracht een paard voor hem mee te brengen, dit om er zeker van te zijn dat dit geschenk een onmogelijke opdracht was voor de arme aangenomen ‘visserszoon’ Perseus. In zijn driestheid beloofde Perseus hem het Gorgonenhoofd van Medusa te schenken. Eigenlijk had Perseus al meteen spijt van zijn belofte, omdat hij wist dat dit een zeer moeilijke opdracht zou worden. Hij werd echter geholpen door de Najaden, nimfen, die hem de juiste hulpmiddelen verschaften om zijn opdracht uit te kunnen voeren. Ten eerste kreeg hij de vleugelschoenen van Hermes waarmee hij zich snel door de lucht zou kunnen verplaatsen, ten tweede kreeg hij de Hadeskap om onzichtbaar te zijn en ten derde de kibisis, de zak om het Medusahoofd in te verbergen.

Met deze middelen lukte het Perseus bij de grijze godinnen, de Graien, te komen. Zij waren de enigen die de weg naar de Gorgonen wisten en zij be waakten hun grot. Zij deelden één oog en één tand, die zij bij de aflossing van de wacht wisselden. Perseus wachtte het moment van wisseling af en rukte met een snelle beweging het oog uit handen. Op dat moment waren beiden blind en kon hij hen dwingen hem de weg naar de Gorgonen te wijzen.

In een streek van diepe duisternis waar alle licht van de hemel verdween, bereikte hij de grot van de drie Gorgonen. Dit waren bepaald geen lieflijke wezens met hun huid van drakenschubben, haren als kronkelende slangen , handen van ijzer en gouden sleutels. Hij trof de monsters daar slapend aan. Medusa – haar naam zou men kunnen vertalen als heerseres – was de enige van de drie gezusters die sterfelijk was. De aanblik van deze wezens deed iedereen op slag verstenen en dat wist Perseus. Daarom nam hij zijn schild met afgewend hoofd, zag in het spiegelbeeld Medusa en sloeg haar met behulp van Athena, die haar hand leidde, het hoofd af. Nauwelijks had hij dit gedaan of er sprongen twee wezens uit Medusa’s romp: Pegasus, het gevleugelde paard en de reus Chrysaos.

Op zijn vlucht over zee zag hij een meisje dat hoog aan een rots was vastgeketend. Het meisje, dat Andromeda heette, vertelde Perseus dat zij de dochter van koning Kepheus was en dat haar moeder gepocht had schoner te zijn dan de zeenimfen. Deze waren zeer voos geworden en hadden de hulp van de zeegod Poseidon ingeroepen die voor een enorme overstroming zorgde. Bovendien had hij een zeemonster gestuurd waarvan het volk van Kepheus slechts bevrijd kon worden als zij, Andromeda, aan het monster als voedsel gegeven zou worden. 

Het monster naderde het meisje al en in het bijzijn van haar wanhopige ouders doodde Perseus met het zwaard waarmee hij de Medusa had onthoofd, het aanvallende dier. Hij bevrijdde Andromeda uit haar ketenen en zij werd door haar verheugde ouders terstond als bruid gegeven. Haar verloofde, die niet zo blij was en zich als vijand tegen hem keerde, werd door het Gorgonenhoofd in steen veranderd.

Samen met Andromeda keerde Perseus terug naar het eiland Seriphos waar hij zijn moeder achter had gelaten. Hij trof haar daar samen met de visser Diktys aan: zij waren voor de gewelddadigheden van Plydektes gevlucht. Perseus was blijkbaar niet zo lang weg geweest en sneller terug dan verwacht werd, want het feestmaal, de eranos, was nog niet beëindigd.

Niemand geloofde dat hij het hoofd van Medusa in de afhangende zak rond zijn schouder had. Polydektes wilde hem sarren en liet het hele volk van Serophos, dat kennelijk ook geen vertrouwen in hem steld, bijeen roepen om hem in het openbaar belachelijk te maken. Toen zat er voor de held niets anders op dan het hoofd van Medusa uit de kibisis te halen en aan het volk te tonen. Terstond versteende iedereen en vanaf dat moment was Seriphos één van de meest rotsachtige eilanden van Griekenland. 

Daarna vertrok Perseus samen met zijn moeder naar hun land van afkomst waar Akrisios heerste. Perseus wilde zich met zijn grootvader verzoenen en er werd een groot vredesfeest met kampspelen georganiseerd. Helaas laat het lot zich meestal niet veranderen, zelfs niet als het een halfgod betreft. Akrisios werd ongelukkigerwijs door een discusschijf van Perseus dodelijk getroffen en daarbij was de voorspelling van het orakel in vervulling gegaan. 

LEES MEER OVER HET SYMPOSION OVER MYTHEN OP ZONDAG 4 OKTOBER 2020

INTERPRETATIES VAN DE MYTHE VAN PERSEUS

Perseus, als halfgod, werd in een afgesloten kist in zee geworpen. We kunnen in hem de gevallen mens in deze fysieke wereld zien. In de joodse theosofie is het beeld van water verbonden met dat van een leven in de stoffelijke natuur, dat, gebonden aan de tijd, evenals water altijd voortstroomt. De mens werd in de stoffelijke wereld gebonden aan ruimte en tijd, verzinnebeeld door de afgesloten kist. 

Zeus bood beiden hulp in de vorm van de visser Diktys, die Perseus en zijn moeder aan land trok. In de fysieke wereld wordt wordt de mens door de visser naar mensenzielen, de Christus, aan ruimte en tijd ontheven als hij zijn wezen voor Hem openstelt. Dit is een procesgang en brengt echter wel altijd een strijd met zich mee. De tegenstander van Perseus is Polydektes, heer van de onderwereld. Hij is ook de opponent van de visser Dyktis. Parzival krijgt het ook met de onderwereld van doen: hij moet strijden tegen zijn onderbewustzijn in de vorm van de figuur van zijn halbroer Feirefis.

Nu is in het voorgaande reeds tot uiting gekomen dat het onderbewustzijn niet op eigen kracht te weerstaan is. Daar is het te machtig voor, aangezien het oerverleden, dus alle ervaringen uit voorgaande incarnaties, hierin opgestapeld liggen en daarenboven bevat het ook nog alle aandoeningen, driften en dergelijke, die het bewustzijn overheersen. 

Medusa is in de vertelling de drager van dat onderbewustzijn en het oude slangenvuur. Zij wordt de heerseres van de drie gezusters genoemd. Dit komt overeen met het gegeven dat het onderbewustzijn de twee andere vormen van bewustzijn, die van hoofd en hart overheerst. Zij is sterfelijk: zij moet, evenals het oude slangenvuur in de mens uitdoven, opdat het nieuwe Geestvuur kan rijzen. 

Perseus treft Medusa met de drakenhuid, vleugels en slangen rond het hoofd slapen in een grot aan. Dit strookt met het oude slangenvuur dat opgerold als een slang, ook wel als draak verzinnebeeld, onderaan de wervelkolom in ruste ligt. Soms, als zij gewekt wordt, kan zij zich tot aan de schedel verheffen, want zij heeft immers vleugels. Perseus heeft niet het vermogen zelf Medusa het hoofd af te slaan; hij wordt door de goden bijgestaan.

Van zijn redsters kreeg hij de gevleugelde schoenen van Hermes. Dit duidt op het nieuwe denken dat bij een genomen besluit een gerichte daadkracht oplevert. De Hadeskap maakt hem onzichtbaar voor het oog van de fysieke wereld. Het nieuwe bewustzijn is nooit op te merken door de massamens en men kan deze gesteldheid slechts door de handelingen van de betreffende kandidaat ervaren. 

De kibisis, de zak voor het afgehakte Medusahoofd, geeft aan dat Perseus het onderbewustzijn heeft overwonnen: hij is meester geworden over de kracht uitgaande van de oude slang of draak. Voorzichtigheid is echter wel geboden: de kracht van de draak, de grote tegenstander van de mens, is vanuit de hemel op aarde geworpen en huist in iedere mensenziel. Ieder mens dient, niet door eigen kracht maar wel door eigen besluit, de oude slang in zijn wezen te ontkrachten. Wanneer dit besluit achterwege blijft dan zal hij onderworpen worden aan de kracht van deze slang en een weg moeten gaan die steeds verder in de stof voert; hij wordt daarbij als het ware steeds meer verhard, gekristalliseerd, of zoals de vertelling aangeeft, versteend. 

Perseus is in staat met behulp van Athena, godin van onder andere de wijsheid, die zijn land leidt, het hoofd van Medusa af te slaan doordat hij Medusa door middel van het spiegelende schild kan zien. In sommige overleveringen houdt Athena hem zelfs het schild als spiegel voor. Zeker is dat hij haar niet zomaar kan doden; haar aanblik zou hem doen verstenen. De strijd met het onbewuste kan men niet zonder hulp van buiten af aangaan. Met het licht van de Gnosis, de goddelijke wijsheid, dat op zijn schild valt, kan hij haar uiteindelijk doden. 

Het laatste gegeven loopt paralllel aan de gelijkenis van de grot van Plato. Zolang men naar de wand in de grot kijkt, wordt men belaagd door de eigen schaduwbeelden. Wendt men zich naar het licht, dan lossen alle beelden op en is de mysterieleerling hiervan vrij geworden. 

Nadat Perseus Medusa heeft gedood stijgen er meteen twee wezens uit haar romp: Pegasus, he gevleugelde paard en de reus Chrysaos. Pegasus is het vrije geestesleven dat oprijst en nu niet meer door de wil van het oude slangenvuur geblokkeerd wordt. Het trekt daarbij ook andere kracht naar zich toe. Vandaar dat de reus Chrysaos hem vergezelt. Volgens Rudolf Steiner (fakkeldrager van het Rozenkruis 16) betekent deze naam Goudzwaard, die een nieuwe daadkracht tot uitdrukkig brengt. 

Op zijn terugtocht ziet Perseus vervolgens een schone maagd in zee aan een rots geketend, die hij verlost nadat hij eerst een zeemonster heeft gedood. Hij is in staat om dit te doen omdat hij Medusa, de oude slang in zijn wezen heeft gedood. En wie het vermogen heeft ontwikkeld het eigen lot te ontrafelen kan de levensloop van anderen ontwarren. 

Andromeda was niet door eigen schuld aan de rots geketend; het was de hoogmoed van haar moeder waarvoor zij nu moest boeten. Hoogmoed staat in relatie tot de Luciferische kracht die altijd aardebindend in het wezen van de mens werkt. Daarom was Andromeda, als plaatsvervangende boeteling voor haar moeder, aan een rots in zee vastgeketend: geklonken aan de stoffelijke natuur en gebonden aan tijd en ruimte. Perseus verlost haar uit deze gebondenheid, waarna Andromeda, als een logisch gevolg op zijn daden, zijn bruid wordt. Samen kunnen zij zich door de vleugelschoenen van Hermes verheffen boven de stoffelijke wereld: met behulp van de godheid verlaten zij het bewustzijn dat aan de aarde gebonden is. 

Wanneer dan Perseus teruggekeerd is naar het eiland van Polydektes, wil men niet geloven dat hij het hoofd van Medusa bij zich heeft. Alle bewoners van het eiland verkeren kennelijk in de macht die van Polydektes uitgaat en die hem wel het allerminst vertrouwt. Zo wordt hij gedwongen het hoofd uit de kibisis te halen waarop het hele volk op slag versteent. Perseus als representant van het nieuwe type mens dat zijn slangenvuur met behulp van de goden heeft getransformeerd krijgt geen gehoor bij de bewoners van Seriphos. Zij blijven daarom achter in de wereld van kristallisatie en dood.

Het verhaal van Perseus heeft duidelijk overeenkomsten met dat van Parzival. Ook laatstgenoemde heeft een moeilijke opdracht uit te voeren: die van de graalqueeste. Parzival doet dit in feite ook niet louter en alleen voor zichzelf; hij heeft de taak koning Anfortas te genezen.

Perseus voelt zich verantwoordelijk zijn moeder uit het juk van Polydektes weg te halen. Hij kan slechts in zijn opdracht slagen door met behulp van de Lichtgeest het oude verleden, het aan de stof geketende, dat in het teken van Lucifer staat en in het eigen stelsel in het onderbewustzijn huist, te transformeren tot het Licht. Wanneer hij in staat is gesteld het nieuwe slangenvuur tot leven te wekken, krijgt hij de beschikking over vermogens die anderen ook kunnen genezen.    

Bron: ‘Het graalmysterie van Parzival’ door Benita Kleiberg

BESTEL ‘HET GRAALMYSTERIE VAN PARZIVAL’

 

1 thought on “Perseus verslaat de verschrikkelijke Medusa – het onderbewustzijn doden met hulp van goden

  1. lidwien peterse

    Benita Kleiberg laat voor mij de raadselen van Perseus en het afgehakte hoofd van Medusa in de Griekse mysteriën helder oplichten, maar omdat ik het woord kibisis niet ken en daarop verder zocht, kom ik tot het inzicht dat het ‘het rugzakje dat ieder mens met zich meedraagt’ betreft – tot de meegezeulde ballast van het collectief onderbewuste (het lot), via omkeer en oplichtend inzicht in het zelf, onder ogen is gezien en afgelegd kan worden.

    Omdat in dit artikel ook leentje buur is gespeeld bij Rudolf Steiner, hierbij een citaat van Albert Steffen, voorzitter van de Antroposofische Vereniging na het heengaan van Steiner:

    “De strijd in de hemel” tussen de goede goden en de tegenmachten is verplaatst van de kosmos naar de menselijke geschiedenis. Onze tijd schijnt nog altijd te zwakmoedig te zijn om het beeld van de val van de geesten der duisternis te kunnen verdragen, hoewel die reeds in de 19de eeuw plaatsvond en gevolgd werd door het (begin van het) lichtende tijdvak sinds het begin van de 20ste eeuw.

    De traditionele godsdiensten schrikken terug zowel voor het beeld van het boze als voor het kennis-oog dat dit Boze onthult. Het is nochtans noodzakelijk om het Boze wiens oorsprong verborgen is voor de zintuigen, door de kunst in beeld te brengen. Anders kan de mens zich niet bewust worden van zijn hogere zielekrachten en wordt hij nog gemakkelijker een slachtoffer van de misleiding.

    Eertijds werd het Boze door de priesters in de mysteriën openbaar gemaakt. Ze droegen een masker en toonden het Boze in zijn uiterlijke gestalte. Het aanschouwen van dergelijke vreesaanjagende gestalten was een proef voor de inwijdeling die hij moest doorstaan om sterk te worden in het leven. . . Een “boze neiging” (waarvan geen mens verschoond blijft, anders kwam hij niet tot de impuls om zich ertegen te verzetten en zich tot de geest te (be)keren) stijgt in een of andere tijdgenoot omhoog.

    Wanneer hij die neiging overwint door in zijn plaats een mensheidsideaal te stellen en na te volgen (wat zelden gebeurt), dan voelt hij zich overstelpt door dankbaarheid. Medelijden met de lijdende mensheid, hoop dat ook anderen deze weg zullen gaan, verrukt zijn over over de vele mogelijkheden van alle handelende mensen. Hij is een beminnende geworden.

    Geplaatst in: http://www.vrijgeestesleven.be/diabasis/b37steffen.htm

    Reageren

Laat een reactie achter aan lidwien peterse Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *