Radio Spirituality 2018-12-22

Monique: Bij ons is José van der Loop van Theosophical Society en we praten met haar over jnana yoga en mystiek. 

Anthony: En we gaan ook in gesprek met Peter Teunis (vanaf 25.30 minuten). We praten met hem over het Gouden Rozenkruis en het boek Het Christelijke Inwijdingsmysterie van Jan van Rijckenborgh, de bijzondere oprichter van deze stroming in Nederland. Het wordt weer een interessant uur deze middag. En die starten we zometeen met José.

JOSÉ VAN DER LOOP

Monique: Goedemiddag José, leuk dat je er weer bent. We gaan het vandaag hebben over jnana yoga. Kun je ons vertellen wat voor soort yoga dit is?

José: Ja, jnana yoga is eigenlijk gericht op wijsheid. Dat kan het beste vertaald worden als inzicht, als het directe inzicht door middel van zelfkennis, kennis van het Zelf met een hoofdletter eigenlijk. En mensen die jnana yoga beoefenen benaderen dat dan meestal eerst intellectueel. 

Monique: In eerste instantie alleen intellectueel?

José: Ja, je gebruikt je brein om tot kennis te komen – om te berijpen wat het Zelf, of het hoger zelf of het atman od het brahman  is – en anderzijds is jnana ook een woord dat heel erg verwant is aan gnosis, aan innerlijk schouwen. Dat zijn de twee manieren om jnana toe te passen. 

Monique: Als ik dat zo hoor, denk ik okay, je gebruikt ook intellectueel. Is het dan dat je je brein in harmonie moet brengen met de geest en de ziel, of hoe moet ik dat zien? 

José: Eigenlijk zet je je brein of je denkgeest in als een instrument om te begrijpen wat nu het hoger zelf is, of het atman of het brahman dat centraal staat en waarmee je eigenlijk één gaat worden, want dat is waar de jnani of jnana-beoefenaar naartoe werkt. 

Monique: Wat is me ook afvraag: er zijn verwantschappen – je gaf het net al aan, met betrekking tot die gnosis – wat moeten we ons daarbij voorstellen? 

José: De verwantschap is dus dat juist door de inzet van je denkgeest en door bijvoorbeeld oude occulte teksten te lezen, maak je eigenlijk kennis in jezelf los die er dus eigenlijk al is – met name in de advaita stromingen en ook in de oude wijsheid wordt gezegd: je bent dat atman al, je bent al brahman. Die teksten maken de kennis in jezelf los. Dus je gaat eigenlijk door middel van dat contemplatief lezen innerlijk schouwen. Dat wordt in je wakker gemaakt. 

Monique: Oké, en waarom past het ook binnen de esoterie? 

José: Juist daardoor, omdat esoterie van binnenuit komt en exoterie is iets wat je kunt beredeneren, waardoor het vergelijkbaar is.

Monique: Beoefen je dit zelf ook?

José: Ja, heel graag. 

Monique: Heel graag zelfs! Hoe dat zo?

José: Omdat al die originele teksten gewoon de waarheid vindt. Ik vind het altijd zo’ verrukking dat las je zo’n tekst leest en – zeg maar zonder dat je het kunt beredeneren – dringt het besef van de waarheid van wat er wordt bedoeld tot je door. 

Monique: Hoe beoefen jij dat dan? Is het de yoga die we kennen, dat je gaat zitten, ook tot rust komt in de lotushouding en dergelijke, of is het een andere vorm? 

José: Er zijn een aantal methodieken, zoals in iedere yoga-tak. Ik gebruik contemplatief lezen. Dat komt van templum, Dat beoefen is zelf graag keer op keer omdat ze zoveel in je wakker maken van het besef van de Werkelijkheid met een hoofdletter W. Dat is misschien wel mijn favoriete methode.

Monique: Ja, en dan lees je dus materie, een leer?

José: Ja, je hebt natuurlijk jnana yoga zoals die is opgetekend in de upanishaden, in de bhagavad Gita, de Rama Sutra’s, maar je vindt ver ook delen van terug in wat modernere boeken. Als je dat tot je neemt, wordt die kennis in je wakker gemaakt. 

Monique: En hoe lan beoefen je dit al?

José: Dit eigenlijk al een tijdje, nog voordat ik wist dat het de methodiek van deze tak van yoga is.

Monique: Hoe heb je dat ontdekt dan?

José: Nou, er is een hool mooi boek van Elisabeth Haich, en dat heer ‘Inwijding’, als je al die sutra’s ingewikkeld vindt, is dat een heel mooi boek om te leden. en ik weet bijna uit mijn hoof p bladzijde 260 staat een heel mooi stuk tekst waarin de Schepper zichzelf in het schepsel herkent. Als ik dat stukje tekst lees, dan gaat dat voor mij ook voorbij mijn denkgeest, dat ik denk ‘ ik kan het niet uitleggen, maar mijn wezen begrijpt wat daar staat. 

Monique: Ja, zo komt het dus ook tot je? Dan zou je bijna denken: het is geschreven tekst, maar het is ook voeding voor de ziel? Dat is wat er met je gebeurt dan. Dat is best wonderbaarlijk op zich dat het zo werkt, maar ook dat je daarachter kwam nog voordat je überhaupt wist wat het was. 

José: Ja, we hebben misschien allemaal wel eens van die ‘raakteksten’ waardoor er ineens een heel stuk bewust wordt.

Monique: Maar deze leer, die is ook op die manier gebaseerd dat het de mensen dus opent voor informatie, want ik kan me zo indenken als je niet geopend bent, of niet open kunt staan, dan komt die informatie ook niet goed tot je binnen.

José: Ja, klopt. Je moet wel ergens een beetje een verlangen hebben om hiermee bezig te willen zijn. Je ziel moet je roepen zeg maar. 

Monique: En die van jou, die riep?

José: Zeker.

Monique: Heel mooi. Je hebt ook een aantal rolmodellen binnen deze stroming heb ik begrepen. Kun je daar iets over vertellen?

José: Ja, allereerst natuurlijk Ramana Maharashi. Wat ik gewoon aan hem zo mooi vind is met name de leer die hij doorgaf door wie hij was. Heel vaak zat hij gewoon en zei hij helemaal niks. Doordat hij zichzelf had gerealiseerd geeft dat een soort van innerlijke kracht of ervaring, en dat is wat hij uitstraalde. Dat is ook waarom mensen heel graag bij zo’n goeroe in de buurt zitten, want je voet dat het niet onecht is, maar dat het the real thing is. Je zou dat osmose kunnen noemen. Dat vind ik heel erg mooi aan hem. 

Monique: Dat is dus één van de redenen waarom je zegt: dat is wel echt één van mijn rolmodellen?

José: Absoluut ja, en ook zijn manier van zelfonderzoek. Racicaal zelfonderzoek is ook echt wel iets wat binnen jnana yoga en advaita hoort. Hij gaf dan ook aan: he het een hoger zelf, dat is de enige werkelijkheid, het atman waaruit jij bestaat, he hebt je denkgeest – wat eigenlijk een instrument is waar je van alles in zou kunnen stoppen – en he hebt het fenomeen ik, je ikb-ik-ben heid. Hij gaf aan: gain je zelfonderzoek op zoek naar ‘wat is nou die ik-ben-heid? 

Monique: ‘ Ik wil nog heel even terug naar dat stukje waarin je aangaf: dat radicaal zelfonderzoek. Wat moeten we ons daarbij voorstellen? Hoe radicaal is dat bijvoorbeeld?

José: ‘Ja, dat vind ik wel een mooie term: radicaal. Het is vrij radicaal want eigenlijk breng je door dat zelfonderzoek ook je vaste conventies in verwarring. 

Monique: Dus het doet je eigenlijk op je grondvesten schudden?

José: Ja, precies.

Monique: Heb je dat zelf ook meegemaakt?

José: Ja, soms heb je dat wel eens, dat je dan op een gegeven moment denkt  – in termen van ‘wat is waar?’, wat is an die ikben-heid?, ’ik ben toch een ik?’ – ja.

Monique: Dat is best moeilijk dan. 

José: Ja.

Monique: Is dat wel iets waar je dagelijks mee bezig bent, om daarbij stil te staan?

José: Ja, want daar komt natuurlijk wel heel veel vandaan: je overtuigingen over wie je bent, over hoe je denkt, over hoe je in de wereld staat. Dus je bent eigenlijk, als je zo’n yoga-pad kiest, altijd wel hiermee bezig want het beïnvloedt je hele denken en handelen. 

Monique: We hebben zojuist heel interessante informatie te horen gekregen van jou José over jnana yoga. We hebben het voorgaande keren ook gehad over andere vormen van yoga, de bhakti-stroming. Kun je aangeven wat het verschil is tussen deze twee varianten?

José: Ja, het groeten verschil is eigenlijk dat je hier je denkgeest als instrument gebruikt, en dat bhakti eigenlijk de weg is ook van overgave, van devotie en van liefde. Maar met name in het overgave -aspect – voor ons in het westen is dat misschien best wel een ingewikkeld begrip, dat doen je niet zo graag, gaat het hier om het moment dat je zover bent dat je erkent in jezelf dat het atman in jezelf, het brahman, het enige werkelijke is, dan wil je dat ook helemaal door je heen laten werken. Dat stukje is dan ook: ik geen mijzelf op of over zodat het door mij heen kan werken.   

Monique: Is dat ook de reden waarom het dan goed bij elkaar past, deze twee vormen?

José: Ja, wat ook zo mooi is dat in meerdere geschriften, ook in de Bhagavad Gita, dat op het einde, uiteindelijk Parabhakti, dus de allergrootste liefde voor het atman, de sleutel is – ook voor de jnana – om echt tot zelfrealisatie te komen. 

Monique: Dat is natuurlijk ontzettend mooi. Het is een lange weg kan ik me zo indenken, maar het lijkt me wel een mooie weg. Ervaar je dat ook?

José: Ja, jazeker. 

Anthony: Ik vroeg me af wat Krishnamurti dacht over jnana yoga?

José: Het is niet zozeer dat hij erover heeft gedacht, maar het zelf belichaamde of het was natuurlijk. Wat is zo mooi vind aan mensen als Nisargadatta of Ramana Maharashi of Krishnamurti is dat ze allemaal niet echt op elkaar lijken, maar je zou ze wel kunnen samenvatten onder jnana-yogi omdat ze vooral het denkinstrument gebruikten. Voor Krishnamurti was natuurlijk de vrijheid het grote punt: het keuzeloos gewaarzijn, het niet gehecht zijn aan. 

Anthony: En madame Blavatsky, had die er ook een mening over, de oprichter van de theosofie?

José: ‘Ja, madam Blavatky vond dat de westerse mens vooral manas aan het ontwikkelen was, en manas is eigenlijk synoniem voor je lager ‘hoger denken’, je lage geestelijk denken, je gewone intelligentie waarmee je nog steeds hartstikke slim kan zijn. Zij zei: daarom is de westerse mens heel geschikt de wegen van jana yoga of raja yoga te bewandelen, want dat pak je gewoon goed op. 

Anthony: ‘Maar je wil van lager naar hoger denken uiteindelijk toch?

José: Ja. 

Monique: En wat jij al verteld hebt: je gaat ook via de weg van bhakti steeds hoger, of begint het juist bij bhakti?

José: Dit begint wel echt bij de jnana-technieken, maar uiteindelijk het je wel bhakti – onvoorwaardelijke liefde, toewijding, devotie – nodig om echt tot realisatie te komen volgens de geschriften. 

Monique: Ik vraag me af: zijn er nog andere rolmodellen: van hem of van haar heb ik geleerd wat ik nu toepas?

José: Om echt bij de Indiase goeroes te blijven is dat natuurlijk Nisargadatta. Hij was gewoon een kruiden in India. Hij verkocht op dat moment sigaretten, verliet zijn gezin, ging drie jaar in de Himalaya wonen, kwam weer terug en ging toen onderricht geven. Hij heeft een heel belangrijk boek geschreven: ‘Ik ben zijn’. Dat kreeg hij ook mee van zijn leermeester: ik ben dat. Ook om als mantra op te contempleren. Dat is weer z’n mantra die je mee in jezelf neemt. Ik had dat dan ook op een gegeven moment op mijn mobiele telefoon staan, op mijn welkomstscherm heb, om me daar steeds aan te herinneren, in welke vergadering of omstandigheid ik ook zat. 

Monique: Maar zeggen we daarmee dan ook dat mensen vaak door de dag heen niet meer bewust zijn van wie ze zijn? 

José: Ja, als tijdens je dagelijkse beslommeringen allerlei dingen aan het doen bent, op de automatische piloot, en in de weer bent met collega’s, boodschappen doen en allerlei andere dingen, dan vind ik het altijd fijn om wat roemindertjes in mijn tas te stoppen en zo. 

Monique: Ja, heel goed. Dus in dit geval ging dat ook op je telefoon. 

Anthony: Kun je uitleggen waarom dit zo goed bij je past, deze vorm van yoga, jnana yoga?

José: Ja, ik denk dat dat misschien een beetje bij me hoort. Ik houd heel veel van hoogwaardige kennis omdat ik er gewoon in geloof dat je dat nodig hebt om tot waarheid te komen. 

Anthony: Kun je ook aangeven welke elementen daarvan waardevol zijn voor jou in je dagelijks leven? En misschien ook: welke elementen juist niet?

José: Met name het lezen. Ik lees en studeer bijna doorlopend. 

Monique: Is dat niet heel intens?

José: Ja, maar je voelt je er als een vuurvliegje toe aangetrokken. Dan kost het minder moeite dan wanneer je je ertoe moet zetten. Dat heb ik helemaal niet. Je kunt het eigenlijk niet niet doen. 

Monique: Maar dat is het dus. Je bent gewoon gemotiveerd, je voelt dat gewoon zo, letterlijk. Dus het is niet zo: o, ik moet me ertoe zetten of iemand moet je vragen ‘goh, ga je dat nou nog eens een keer doen? Je hebt het gewoon van nature. Dus eigenlijk zou je het liever veel meer doen dan dat je misschien kan in een dag?

José: Ja, en ook dat je kan bevatten in een dag. Soms heb je gewoon een stukje tekst en dan moet je er gewoon even bij blijven zitten. Je zou het liefste alles tegelijk willen, maar dat gaat niet – één boek, één brein. 

Monique: Dat is ook het uitgangspunt van de theosofie he – veel mensen die starten om theosoof te worden, die moeten ook bepaalde boeken lezen toch? En daaruit hun lessen gaan leren. 

José: Ja, dat klopt, die lezen natuurlijk de theosofische boeken, als eerste vaak. Het mentaal verwerken van de materie is daar wel een belangrijk onderdeel van. 

Monique: Yoga kan ook tot mysterie ervaringen leiden. Kun je enkele voorbeelden daarvan geven? 

José: Als je in contemplatie zit of met zo’n begrip ‘Ik ben dat’, dan kan je aan het gevoel van die werkelijkheid ook geraken. Dat vind ik ook zo mooi aan yoga en aan de tradities. Het zijn natuurlijk allemaal natuurwetten die werken, dus op het moment dat jij daarmee bezig bent, dan komt dat atman, brahman ook gewoon bij jou. Dat staat ook meerdere keren in de Bhagavad Gita geschreven, dus het is eigenlijk een soort van frequentie zoeken wat je doet. Op het moment dat jij je ook echt op zo’n manta als ‘ik ben dat’ concentreert op atman, brahman of God, dan voel je die beweging in jezelf en dat is de mystieke ervaring waarvan ik vind dat die eigenlijk in de gewone yoga, zoals we die nu praktiseren, eigenlijk bijna niet meer terug komt. 

Anthony: Waarom zijn mystieke ervaringen zo belangrijk in ons leven?

José: Misschien in ons leven, maar met name in deze tradities omdat dit in iedere yoga-traditie het einddoel is. In samadhi gaan, zoals bij raja-yoga, of het atman verwezenlijken, is niet allen maar een toestand van niet denken of alleen maar mindful zijn, het is de vereniging met de enige werkelijkheid of atman, brahmaan of God. 

Monique: Ik denk ook dat hier, zeker in het westen, yoga helemaal is verbasterd tot eigenlijk gewoon lichaamsbewegingen als het ware, en niet meer zozeer als ook een spirituele vorm. Dus dat verschil is natuurlijk best heel belangrijk, maar dat kom je niet heel veel tegen, zeker niet op een sportschool of iets dergelijks, waar natuurlijk ook wel yoga wordt gegeven, maar dat staat totaal haaks op wat het is vanuit theosofisch standpunt. 

José: Ja, precies en ook vanuit de oorsprong bedoeld. En dat vind ik dan dus mooi aan Ramana Maharashi dat hij die mystieke ervaring zo uitzond en daar dus ook gewoon zat. Daar was hij continu in verankerd

Anthony: Is dat wat …ook deed als het gaat om de weg tot de zelfontdekking? 

José: Hij maakt daar de bhaktie yoga en de raja yoga daar vooral heel praktisch.

Anthony: Uiteindelijk leidt deze vorm van yoga tot de mystieke ervaring. Wat moeten we ons daar dan bij voorstellen? Wat is het einddoel? Wat gebeurt er?

José: In termen van een bhakta, want daar kan ik zelf het gemakkelijkst over spreken, want dat is een ervaring die ik zelf heb, is dat je op een gegeven moment begint te voelen dat het godselement in je hart zit, en je voelt naargelang – het heeft er ook mee te maken heb je goed geslapen, zit je goed in je vel –  kan je op de momenten waarop je erop contempleert, sterker voelen worden. Je weet ook dat dat niet een gewone warmte is of een gewoon gevoel dat even sterker is, je voelt gewoon dat dat het bewustzijn zelf is wat je voelt. s

Anthony: En iedereen is in staat om in die fase, in die staat te komen?

José: Ja, absoluut. 

Monique: ‘Ervaar je dit ook dagelijks of zijn er ook momenten waarop je denkt: ik moet weer wat gaan doen, aan contemplatie bijvoorbeeld, om dat gevoel weer te ervaren.

José: Dat hangt er een beetje van af. Soms gaat het dagen achtereen en soms ben je verwikkeld in andere dingen en verdwijnt het naar de achtergrond. 

Monique: Dat is ook heel normaal natuurlijk dat dat gebeurt. 

José: Ja. 

Monique: Wat wil je uiteindelijk zelf bereiken met de beoefening van jnana yoga?

José: Hoe meer je keest en hoe meer je bestudeert, hoe meerde beseft wat je allemaal nog niet weet. Ik zou wel nog dieper willen doordringen tot kennis van de werkelijkheid en de natuurwetten. Een rechtschapen advaitist zou an ook zeggen: wie wil wat weten? Dat zou je er ook nog aan kunnen koppelen. 

Monique: Omdat ik me ook afvraag: je bent theosoof, je doet dat al best een aardige tijd heb ik begrepen. Die weg daarnaartoe, elke dag ben je daarmee bezig? Die weg daarnaartoe is niet zona ‘over een jaar heb ik het tot stand gebracht’. Het is gewoon echt een proces en daar moet je ook wel echt je leven aan willen wijden. Het gaat natuurlijk vooral ook om het willen. 

José: en het willen toewijden, dat is toewijding. Als je carrière wilt maken, dan doe je dat ook. 

Anthony: Zo is het maar net. Inderdaad. Geef je ook lezingen over jnana yoga? 

José: Voor de Theosofische Vereniging in Amsterdam, voor de age in Amsterdam. Ik heb eerder voor hen lezingen gegeven, over de verschillende belangrijke goeroes, over hun leer, over hoe dat in de theosofie verankerd is. En verder wil ik met name de contemplatietechniek heel graag overbrengen. 

Monique: Die is natuurlijk ontzettend belangrijk. Ik vraag me nou af: die boeken, dat zijn niet de dunste boekjes, niet iedereen is heel gemakkelijk om een boek te pakken en te gaan lezen. Hoe over aan de mensen hoe je daarmee op een goede manier mee van start kan gaan?

José: Meestal vooral door te zeggen : je moet een boek kiezen, of een stroming of een richting die met je resoneert, dus je vooral niet laten leiden door iemand die zegt ‘nu moet je dat boek lezen’. Daar moet je gewoon niet aan beginnen. Neem dan iets anders dat resoneert met je, dat is goed, dan neem je het ook makkelijker op. 

Monique: Want dat is ook één van de hoofdzaken binnen de theosofie he, dat je eerst zelf kiest wat bij je past, en daarna ga je verder en kun je daarin uiteraard ook advies krijgen. 

José: Ja.

Monique: ik wil je hartelijk danken weer José. 

José: Jullie ook bedankt. 

PETER TEUNIS

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *