beschouwing 4

Mysteriën van het Rozenkruis
Beschouwing 4: Het oude bewustzijn laten sterven
hoofdstuk 4 van Mysteriën en fakkeldragers van het Rozenkruis

 

De meeste dromen die mensen hebben in de nachtelijke uren zijn het gevolg van verwerking van ervaringen die tijdens het dagleven zijn opgedaan, en van ervaringen in de spiegelsfeer, de astrale vergaarbak van de aarde. Wanneer het denkleven van een mens meer ordening verkrijgt, wordt het droomleven minder verward en kunnen er betekenisvolle dromen optreden waarin antwoorden besloten liggen op vragen die voor de betrokkene actueel zijn, en die hun oorsprong vinden in de zuivere astrale sfeer, de wereld van de ziel die in het boekje De stem van de stilte van Helena Blavatsky wordt aangeduid als de hal van lering.

De Britse arts en gnosticus Anna Bonus Kingsford (1846-1888, fakkeldrager 13) had in haar slaap diepzinnige ervaringen die zij illuminaties noemde en die zij heeft verwerkt in met name haar boeken ‘De Ware Weg tot het vinden van den Christus’ en ‘Clothed with the sun’. De Duitse chemicus Friedrich Kekulé (1829-1896) kwam op het juiste idee dat de vloeistof benzeen waarmee hij werkte een ringvormige molecuulstructuur zou kunnen hebben nadat hij had gedroomd over een slang of draak die zichzelf in de staart bijt. Het is het archetype van de zogeheten ourobouros, een symbool dat ook in de alchemie een belangrijke rol speelt en dat staat voor onder andere cyclische tijd, eeuwigheid, het ondeelbare en de zichzelf onderhoudende natuur.

De Russische chemicus Dmitri Mendelejev (1834-1907) hield zich jarenlang bezig met de rangorde van de chemische elementen. Hij schrijft: ‘Ik zag in een droom een tabel waarin alle elementen op de gewenste plaats vielen. Toen ik wakker werd, heb ik het op een stuk papier geschreven.’  Hij realiseert zich dan dat wanneer de elementen in de volgorde van hun atoomgewicht worden geplaatst, hun eigenschappen zich periodiek herhalen. Daarom noemt hij zijn tabel het ‘Periodiek systeem der elementen’. Latere onderzoeken bevestigen de juistheid van deze belangrijke ontdekking, waarna de scheikunde een enorme vlucht neemt en het aanzien van de wereld voorgoed verandert.

Wie een spirituele weg gaat, zal ook dromen hebben waarin aanwijzingen kunnen worden herkend, maar het is belangrijk te beseffen dat er tijdens het slapen in een juiste gerichtheid ook aanwijzingen kunnen worden ontvangen die zich niet manifesteren in de vorm van een droom en die ook niet gemakkelijk onder woorden zijn te brengen. In de eerste drie nachten van De Alchemische Bruiloft heeft Christiaan Rozenkruis betekenisvolle dromen.

De eerste nacht droomt hij dat hij uit een donkere gevangenistoren wordt bevrijd, doordat hij erin slaagt een koord te grijpen dat vervolgens wordt opgehesen. Daaruit concludeert hij dat hij met een gerust hart naar de bruiloft kan gaan.

De tweede nacht droomt Christaan Rozenkruis dat hij op een grote berg staat en voor hem een groot uitgestrekt dal ziet waarin een ontzaglijke menigte mensen opeengepakt staat. Ieder van hen heeft aan het hoofd een draad waarmee hij aan de hemel is opgehangen. De een hangt hoog, de ander laag en sommigen staan zelfs nog op de aarde. Door de lucht vliegt een oude man die nu hier, dan daar een draad doorknipt. Wie dichtbij of op de aarde is, ondervindt daarvan geen schade, maar degenen die hoog in de lucht zich lange tijd onttrekken aan de bruiloft, maken een grote val. Dit is een beeldende weergave van de uitspraak uit een gelijkenis: ‘Ieder die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden en wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden (Lukas 14:11)’. Deze tweede droom is te zien als een voorschouw van de weegscène op de derde dag, waarbij de geestelijke druktemakers door de mand vallen.

De ziel als deur

Tijdens de derde nacht droomt Christiaan Rozenkruis dat hij bezig is met een deur die hij niet open kan krijgen. Dit doet denken aan logion 75 van het Evangelie van Thomas: ‘Velen staan bij de deur, maar het zijn de eenlingen die het bruidsvertrek zullen binnengaan’. Christiaan Rozenkruis wil graag het nieuwe levensdomein binnengaan, maar ondanks zijn nederigheid, zijn zuivere verlangen en zijn goede bedoelingen lukt hem dat nog niet. Waarom niet? Omdat hij op dat moment nog niet voldoende is gelaafd en gereinigd, nog te weinig weet over de gnostieke mysteriën en nog geen innerlijk stervensproces heeft ondergaan. Zijn ziel kan nog geen deur zijn naar het nieuwe levensveld.

BESTEL MYSTERIËN EN FAKKELDRAGERS VAN HET ROZENKRUIS

Na de vierde dag is Christiaan Rozenkruis wel voldoende voorbereid om in symbolische zin door de deur te gaan. Zijn ziel, zijn innerlijke Jezus spreekt dan tot hem: ‘Ik ben de deur; als iemand door mij naar binnen gaat, zal hij behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden’ (Johannes 10:9).

De vierde dag van De Alchemische Bruiloft, het midden van de reis van zeven dagen, begint heel sereen bij de bron, maar eindigt in een drama, een crisisstonde. Die crisis is onaangenaam en hangt samen met een innerlijk sterven. De klassieke rozenkruisers zijn van mening dat het sterven van het ego-bewustzijn een essentiële fase is op het spirituele pad, en dat deze beslist niet kan worden overgeslagen. Dat idee formuleren zij in hun Fama Fraternitatis in hun drievoudige motto:

Uit God geboren.
In Jezus sterven.
Door de Heilige Geest herleven.

Wanneer zogenaamde spirituele leraren onderwijzen dat je alleen maar gelukkiger zult worden als je hun raadgevingen ten aanzien van bijvoorbeeld de wet van aantrekking volgt, kun je er rustig vanuit gaan dat zij dwaalleringen verkondigen omdat zij het noodzakelijke louteringsproces, dat zijzelf waarschijnlijk nog niet hebben ondergaan, verzwijgen. Het gaat er niet om dat je een betere versie van jezelf wordt, maar dat je jezelf transformeert tot een mede-uitvoerder van het godsplan. Uiteindelijk leidt het gaan van die spirituele weg inderdaad tot een overvloedige zegen en genade voor de ziel, maar daarvoor moeten eerst vele weerstanden en illusies in de persoonlijkheid worden opgeruimd. En dat gaat niet zonder moeite en verdriet.

Alle authentieke spirituele tradities onderwijzen de noodzaak van innerlijk sterven om de binding met de geest te kunnen maken en onderhouden. Dat komt tot uitdrukking in mythische verhalen over de dood en de opstanding van bijvoorbeeld Krishna, Osiris, Horus, Odin en Jezus, en ook in de verhalen over de vuurvogel Fenix die verbrandt en levend uit zijn as herrijst. De katharen uit de middeleeuwen noemden het proces van innerlijk sterven het endura – een woord dat verwijst naar volhouden en volharden – en in de Fama Fraternitatis lezen we dat de broeders van het Rozenkruis de graftombe van Christiaan Rozenkruis ontdekken en binnengaan.

Het stralingsveld of levend lichaam van een mysterieschool is in essentie een graftempel voor de oude persoonlijkheid. Identificaties en gehechtheden die het proces van ware menswording verhinderen dienen te verdwijnen. Het boekje De stem van de stilte wijst herhaaldelijk op het belang van dit innerlijke sterven. Hieronder volgen vier verzen daarover uit het eerste fragment.

Geef uw leven op, als u wilt leven. (I:21)
Het zelf van de stof en het ZELF van de geest kunnen nooit samenkomen. Eén van de twee moet verdwijnen; er is geen plaats voor beide. (I:56)
Dood de gehechtheid aan het leven, maar als u tanha (de wil om te leven) overwint, laat dat niet zijn uit dorst naar het eeuwige leven, maar om het voorbijgaande door het eeuwigdurende te vervangen. (I:64)
Dood in uzelf alle herinnering aan vroegere ervaringen. Zie niet om, of u bent verloren. (I:75)

BESTEL MYSTERIËN EN FAKKELDRAGERS VAN HET ROZENKRUIS

Met lege handen staan

Als de leerling zich steeds blijft verbinden met de bron, hoeft hij of zij niets te doen om het innerlijke sterven te bevorderen. Forceren leidt tot beschadigingen. Zodra de lichtkrachten van de geest in het menselijke stelsel gaan circuleren, verdwijnen de oude en belemmerende conditioneringen geleidelijk min of meer vanzelf. Dat proces gaat zeker niet onopgemerkt voorbij, want het is psychisch en soms ook fysiek een pijnlijke aangelegenheid waarbij de leerling als het ware de grond onder de voeten verliest, ervaart met lege handen te staan, en merkt dat de levensvreugde van voorheen is verdwenen. Artsen die dan geconsulteerd worden en geen weet hebben van dit proces – en dat geldt voor een overgrote meerderheid van hen – zijn dan wellicht geneigd antidepressiva voor te schrijven, maar dat is niet de oplossing.

De leerling moet door het dal en dient vol te houden in zijn leerlingschap zodat na de donkere nacht van de ziel op een gegeven moment het licht van de geest kan doorbreken en de leerling vervuld wordt met een grote vreugde omdat hij of zij ervaart in contact te staan met de bron van alle leven. De krachten van de geest beginnen te circuleren in de mysterieleerling op de vierde dag van De Alchemische Bruiloft. Christiaan Rozenkruis en zijn makkers komen dan aan het begin van een zonnige ochtend bij de bron in de kasteeltuin waaruit zij drinken en waarin zij zich baden. Op een plaat bij de bron staat de volgende inscriptie:

‘Hermes is de oerbron.
Nadat zovele beschadigingen aan het menselijk
geslacht zijn toegebracht, vloei ik,
naar goddelijk raadsbesluit
als genezing-brengende artsenij hier uit.
Wie kan, drinke uit mij.
Wie wil, reinige zich in mij.
Wie durft, storte zich in mijn diepten.
Drink, broeders en zusters en leef.’
1378

Hier wordt de oerbron in verband gebracht met Hermes, met de legendarische Egyptische ingewijde Hermes Trismegistus wiens leer is opgetekend in onder andere de meditatietekst Tabula Smaragdina en in de zeventien verhandelingen van het Corpus Hermeticum. De klassieke rozenkruisers kenden die geschriften en hechtten er grote waarde aan, evenals aan de joods-christelijke Bijbel. Een belangrijk hermetisch uitgangspunt wordt in het elfde traktaat van het Corpus Hermeticum als volgt geformuleerd:

De waarneming en het denkvermogen van de Wereld, als werktuig van de wil van God daartoe geschapen, geven alle dingen vorm en doen ze weer in zichzelf teniet gaan, opdat zij, terwijl zij alle zaden die zij van God ontvangen hebben in zichzelf bewaren, alle dingen overeenkomstig hun eigen taak en roeping zullen voortbrengen, en door ze weer te ontbinden alle vernieuwing zullen schenken (Corpus Hermeticum 11:15).

J. van Rijckenborgh concludeert in zijn commentaar op dit citaat: ‘Aan de levenshouding waarin wij dienen op te gaan ligt ten grondslag: alles ontvangen, alles prijsgeven, en alleen daardoor alles vernieuwen.’

De klassieke rozenkruisers dachten dat de hermetische geschriften ouder waren dan de boeken van Mozes, en beschouwden Hermes Trismegistus daarom als de oerbron van wijsheid waaruit alle wijsheidstradities nadien geput hebben. Die opvatting is onjuist, want uit historisch onderzoek komt naar voren dat de genoemde hermetische geschriften dateren uit de eerste eeuwen van de jaartelling, en ook dat Hermes Trismegistus een mysteriefiguur is die waarschijnlijk niet werkelijk heeft bestaan. Die conclusies doen echter niets af aan de grote waarde van het beeld van de oerbron die reiniging en genezing in de meest uitgebreide zin van het woord kan bewerkstelligen.

Eén bron van wijsheid, liefde en leven

In alle grote wijsheidstradities is het beeld aanwezig dat er één bron is van wijsheid, liefde en leven. Deze bron heeft vele namen: de Ene, Tao, Brahma, de Onkenbare, de Eeuwige, Schepper, Vader-Moeder en God. Wijsheidstradities nodigen mensen uit om die eeuwige bron in zichzelf te ontdekken, zich erdoor te laten laven en reinigen, en dat geluk met anderen te delen. Door de eeuwen heen is daar maar weinig belangstelling voor geweest. Daarom zegt Jezus in logion 28 van het Evangelie van Thomas: ‘Ik vond hen allen dronken. Geen van hen vond ik dorstig’. En in logion 74 constateert hij: ‘Er zijn velen rond de bron maar niemand is in de bron.’

Relatief weinig mensen getroosten zich dus de moeite om, zoals Christaan Rozenkruis, de berg op te gaan en het zuivere levende water uit de bron te drinken. Zij drinken liever het water bij de laaggelegen monding van de rivier dat zwaar veronteinigd is omdat de rivier bij het naar beneden stromen steeds meer ongerechtigheden meeneemt. Dan kan er geen sprake zijn van genezing-brengende artsenij. De Stem van de Stilte licht dit toe met de woorden: ‘De zuivere wateren van het eeuwige leven, helder als kristal, kunnen zich niet verenigen met de modderige stortregens van de moessonstorm’ (I:52).

Wanneer de bruiloftsgasten gelaafd en gereinigd zijn in de bron, ontvangen ze een nieuw gulden vlies met daarop een zon en een maan en een spreuk die aangeeft dat hun lichtkracht zevenvoudig zal worden versterkt: ‘Het licht van de maan zal zijn als het licht van de zon en het licht van de zon zal zeven maal stralender zijn dan thans’ (ontleend aan Jesaja 30:26). Dat houdt in dat de kandidaten een stralend etherlichaam ontvangen waarin zij de alchemische bruiloft kunnen gaan beleven. Vervolgens beklimmen de bruiloftsgasten in het slot met de jonkvrouw en de muzikanten een wenteltrap met 365 treden.

Het aantal treden verwijst natuurlijk naar een zonnejaar: het aantal dagen dat de aarde nodig heeft om één omwenteling om de zon te maken. Een nieuwe cyclus vangt aan. Het getal 365 is ook het resultaat als de ‘hemelladder van levensbomen’ volgens de structuur van het kaartspel is beklommen (zie figuur 19 in hoofdstuk 16 van het boek Mysteriën en symbolen van de ziel). Een kaartspel bestaat uit 13 x 4 = 52 kaarten die allemaal een bepaalde waarde hebben, waarbij aas=1, boer =11,vrouw=12 en heer=13. Opgeteld levert dat in totaal 364, zodat 365 de volgende stap is.

De trap symboliseert een vortex, dat is een wentelende kegelvormige beweging zoals die in de zintuiglijk waarneembare wereld kan worden herkend in tornado’s en draaikolken. De meeste vortexen zijn echter energetisch van aard en kunnen dus niet worden waargenomen met de gewone zintuigen, maar sommige mensen kunnen deze wel voelen of waarnemen via bijvoorbeeld een wichelroede of een pendel. Op aarde bevinden zich vele krachtplaatsen met vortexen en ook in de mens kunnen soortgelijke vortexen optreden. De chakra’s van een mens zijn ook vortexen. Als ze van voren helderziend worden waargenomen lijken ze op draaiende wielen – het woord chakra betekent wiel – maar gezien vanaf de zijkant hebben ze de vorm van trechters of van lotusbloemen.

Wenteltrap

De wenteltrap verwijst naar een spiraalvormige energiestroom die opstijgt vanuit het hart naar het hoofd in voorbereide mensen die zich binnen een groep innerlijk verheffen. Dan ontvangen ze een imaginatie van de ziel en de geest in zichzelf die met elkaar verbonden dienen te worden: de koningin en de koning, die corresponderen met respectievelijk de hypofyse of slijmklier en de epifyse, pijnappelklier of pinealis in het hoofd. De bruiloftsgasten ontvangen een voorschouw van wat er in hen moet gaan plaatsvinden, maar hun feitelijke actuele toestand is nog anders. Die aanschouwen ze in de vorm van drie koningsparen die er niet zo mooi uitzien als ze zich hadden voorgesteld.

Voor de tronen van de zes koninklijke personen staat een klein altaar met daarop zes attributen: een zwart boek, een piepklein eeuwig brandend lichtje op een kandelaar, een vanzelf draaiende globe, een klokje, een fonteintje waaruit bloedrood water stroomt en een menselijke schedel waarin een slang steeds zodanig door beide ogen kruipt, dat hij steeds zichtbaar blijft. Deze voorwerpen verwijzen naar aspecten waarmee de mens op aarde te maken heeft.

Het zwarte boek staat symbool voor de ervaringen die gedurende vele aardse leven zijn opgedaan en waarvan de essentie is opgetekend in de microkosmos, die gesymboliseerd wordt door de draaiende globe. De ouroborosslang in de doodskop symboliseert het wiel van geboorte en dood waaraan de onsterfelijke microkosmos geketend is en waarin in tijd en ruimte – gesymboliseerd door het uurwerk – steeds nieuwe incarnaties plaatsvinden. Het fonteintje met het rode water kunnen we zien als het levensbloed dat steeds weer moet worden gestort voor de instandhouding van het biologische leven.

Als de bruiloftsgasten het tafereel hebben aanschouwd en in zich opgenomen, gaan ze via de wenteltrap weer naar beneden, gebruiken de middagmaaltijd en gaan dan naar het Zonnehuis in de slottuin om daar samen met de koningsparen de uitvoering  van een toneelstuk in zeven bedrijven bij te wonen. Dat blijspel weerspiegelt de ontwikkeling van de mensheid en van menselijke individuen.

Via de uitvoering van een toneelstuk worden de toeschouwers op een onbewust niveau vertrouwd gemaakt met de spirituele weg. Dat gebeurde in die tijd wel vaker, bijvoorbeeld via de toneelstukken Elckerlyc, Mariken van Nieumeghen (waarvan de thematiek vergelijkbaar is met die van Faust) en diverse tragedies en komedies die zijn toegeschreven aan William Shakespeare.

BESTEL MYSTERIËN EN FAKKELDRAGERS VAN HET ROZENKRUIS

In de Griekse oudheid bestonden mysteriecultussen grotendeels uit theater, zoals bij de Eleusinische mysteriën en de Orphische mysteriën. Tegenwoordig gebeurt iets soortgelijks nog steeds bij rituelen in de vrijmetselarij, waarbij de toeschouwers tegelijkertijd medespelers zijn. Van zulke vormen van theater gaat een grotere transformerende kracht uit dan alleen maar het lezen of voordragen van verhalen.

Johann Valentin Andreae, de schrijver van De Alchemische Bruiloft, laat zich in zijn boek ‘Christelijke mythologie’ uit 1618 goedkeurend uit over toneeluitvoeringen. Daarin verklaart hij dat het een christelijke daad is om publiekstheaters te bouwen waar men toneelstukken (ludo’s) vol aansprekende scènes kan tonen. Die zijn volgens hem van groot nut bij het opvoeden van de jeugd, het onderrichten van de mensen, het scherpen van het verstand, het in verrukking brengen van oude mannen en het amuseren van de armen. Andreae ziet theaters als waardevolle educatieve en maatschappelijke instituten die christenen dienen goed te keuren. Hij schrijft: ‘De strenge kerkvaders keurden het theater af, maar de recentere staan welwillend tegenover de beschaafde komedie’.

Cirkel en vierkant

In de middeleeuwen hadden toneelstukken veelal een bedenkelijk niveau. Ze werden opgevoerd op straat, in het open veld of op een wagen. In de renaissance werden er toneelstukken geschreven van een veel hoger niveau, waarvan die van William Shakespeare natuurlijk ongeëvenaard zijn. In Londen worden vlak na elkaar, in 1599 en 1600, twee verschillende theaters gebouwd om toneelstukken van Shakespeare te kunnen opvoeren. Het Globe-theater op de zuidelijke Theems-oever was een rond gebouw en het noordelijker gelegen Fortune theater was vierkant. Veelzeggend is dat de omtrek van beide theaters in Londen hetzelfde is, vanuit de gedachte van de kwadratuur van de cirkel, die ook is weergegeven in de tekening van de vitruviusmens van Leonardo da Vinci (zie afbeelding 3 in hoofdstuk 2).

Dat principe van squaring the circle, waarbij een cirkel zodanig wordt getransformeerd in een vierkant dat de omtrek of de oppervlakte hetzelfde blijft, werd in de renaissance belangrijk gevonden omdat de microkosmos een weerspiegeling diende te zijn van de macrokosmos en de vorm, gesymboliseerd door het vierkant, diende voort te komen uit de geest, gesymboliseerd door de cirkel. Een soortgelijke symboliek is ook te herkennen in het Zonnehuis
van het slot van de Alchemische Bruiloft waar op de vierde dag een blijspel wordt opgevoerd.

De naam geeft aan dat daar de geestelijke zon straalt, in het hart van de microkosmos straalt de opgevlamde geestvonk. En het is de bedoeling dat de toeschouwers daardoor symbolisch gevormd worden tot een vierkant, tot een kubieke steen die kan worden ingevoegd in de grote tempel van de nieuwe mensheid. We beschrijven nu kort de inhoud van het blijspel en laten de tussenspelen en mogelijke interpretaties achterwege.

In het eerste bedrijf wordt bij een oude koning een wiegje gebracht waarin zijn achternichtje ligt. Zij is de enige overlevende van het rijk van zijn tante dat door de Moren was veroverd. In het tweede bedrijf schaakt de Morenkoning het opgroeiende meisje. In het derde bedrijf bevrijdt de oude koning haar en verlooft haar met zijn zoon, de jonge koning. Hij draagt haar op de geboden van het rijk trouw na te leven. In het vierde bedrijf krijgt het meisje haar eigen koninkrijk, maar zij zondigt tegen de geboden van haar aanstaande schoonvader door zich vrijwillig te verbinden met de Morenvorst, die haar zeer vernedert, haar gevangen zet en probeert haar te vergiftigen. In het vijfde bedrijf wijst het meisje, dat door de Moor is betoverd, haar verloofde af. In het zesde bedrijf daagt de jonge koning de Moor uit en doodt hem. Als hij hersteld is van zijn levensgevaarlijke wonden, bevrijdt hij zijn verloofde van de zwarte betovering. In het zevende bedrijf huwt het verloofde paar.

Na afloop van het toneelstuk gaat het gezelschap weer naar de hoge slotzaal en nuttigt daar het avondmaal. De stemming is gedrukt. Voor de drie konklijke paren blijkt het later het laatste avondmaal te zijn. Zodra er een klokje klinkt, worden alle paren en ook de bruiloftsgasten in zwarte gewaden gestoken. De paren worden bovendien nog geblinddoekt. En dan voltrekt zich tijdens deze symbolische zonsverduistering de gruwelijkste en tegelijkertijd meest essentiële scène van De Alchemische Bruiloft: een zwarte beul komt binnen met een grote bijl, onthoofdt de drie paren en doet ze in afzonderlijke kisten.

Direct daarna wordt de beul, een symbool voor de eigen wil, zelf onthoofd door een soort dubbelganger. Zijn hoofd wordt, los van zijn lichaam, in een apart zevende kistje gedaan. Tenslotte gaan de bruiloftsgasten naar hun slaapvertrek, allemaal uiteraard hevig ontsteld. Deze schokkende beelden worden vandaag de dag gelukkig niet meer zoveel gebruikt om iets te zeggen over de spirituele weg, maar in de middeleeuwen en de renaissanse waren ze heel gebruikelijk.

De idee van onthoofding van een koning komt herhaaldelijk voor in oude alchemistische geschriften. Ook wordt er wel beschreven of afgebeeld dat een koning door een leeuw wordt opgegeten of vergaat in het graf. Al die manieren van voorstellen verwijzen naar de opheffIng van koning-ik, dat al lang geen ‘dikke-ik’ meer is, maar een fijnzinnige, gecultiveerde en ontwikkelde persoonlijkheid die ondanks mooie eigenschappen plaats moet maken voor een nieuwe vorm die in overeenstemming is met de geest.

De alchemie van de rozenkruisers is geen primitieve voorloper van de moderne scheikunde, maar de hoogste uiting van chemie. De anorganische chemie en de organische chemie of koolstofchemie onderzoeken hoe atomen zich met elkaar verbinden om moleculen te vormen, en hoe die moleculen reageren met elkaar en met andere moleculen, en zo nieuwe verbindingen vormen. Aangezien alles hier gebaseerd is op het aantrekken en afstoten van materiële substanties, kunnen we deze takken van scheikunde kenschetsen als de chemie van het diepste onbewuste.

De volgende trede van de chemie, dat is de biochemie, onderzoekt de omzettingen van moleculen in levende organismen en onderkent de samenhangen tussen leven en chemie. Hier kunnen we spreken over de alchemie van het onbewuste omdat de levensfuncties in hun geheel het onbewuste vormen van organismen, ongeacht of het gaat om planten, dieren of mensen. De biochemie hangt echter ook samen met het menselijke bewustzijn. Denk maar aan de invloed van drugs of van de hormoonhuishouding op de gemoedstoestand. De alchemie is te zien als de hoogste trede van de chemie want zij gaat over de omzetting van substanties en van het bewustzijn, en kan de chemie van het bewustzijn worden genoemd.

Zeven treden van transformatie

In de alchemie worden bewustzijnsprocessen vaak voorgesteld als bewerkingen die in een laboratorium worden uitgevoerd. Paracelsus beschrijft in ‘The Nature of Things’, uitgegeven in
het Engels in 1650, zeven treden tot totale transformatie, tot de tinctuur. Al die zeven treden zijn te herkennen in de structuur van De Alchemische Bruiloft. De eerste fase heeft betrekking op calcineren. Daarbij wordt de vorm als gevolg van een verbrandingsproces teruggebracht tot zijn essentie. Delen van planten worden dan geplaatst in de athanor, dat is de oven van een alchemist. Door de hitte die wordt toegevoerd, treedt er een verbrandingsproces op waarbij er zwarte as overblijft, die vooral bestaat uit koolstof en zouten.

In De Alchemische Bruiloft verlaat Christaan Rozenkruis oude vormen zoals zijn huis, bezittingen en leefomgeving, en gaat naar de alchemische bruiloft omdat hij daartoe gedreven wordt door het hoog opgelaaide zielevuur in zijn hart. Hij volgt niet het geest-principe van zijn lichaamgestalte – dat alleen maar uit is op gewin, gemak en genot, en gesymboliseerd wordt door de zwarte raaf – maar het geest-principe van zijn zielegestalte dat hunkert naar verbinding met de essentie, en dat gesymboliseerd wordt door de witte duif. Door de eerste trede van het calcineren verdwijnt de vorm, maar de essentie blijft over.

Tijdens de tweede trede van het sublimeren vindt er een zuivering plaats. De as wordt gestampt tot een fijn poeder, wordt geplaatst in een retort en wordt vervolgens verhit. Het zout in de as gaat dan over van de vaste fase naar de gasfase en kristalliseert daarna op een hoger gelegen en koeler deel van de retort als een witte vaste stof. Hier is dus niet alleen sprake van een zuivering, maar ook van een verheffing. Tijdens de tweede dag van De Alchemische Bruiloft verheft Christiaan Rozenkruis zich door via de koninklijke weg de berg op te gaan. Daarbij gebruikt hij weer het vuur van de ziel en niet het vuur van het lichaam, zoals de gasten die met onzuivere bedoelingen het slot binnendringen door over de rotsen te klauteren. De nieuw verkregen vaste kristallijne stof kan pas werkzaam worden als deze wordt opgelost in een vloeistof. Dat gebeurt op de derde trede van oplossen.

Christaan Rozenkruis levert zijn zout in bij de poortwachter, zodat het beschikbaar komt voor een groter geheel. Zoals een zoutoplossing een voorwerp kan reinigen van ongerechtigheden, zo worden onwaardige kandidaten na de weegprocedure uit het slot weggezonden. De vierde trede van het alchemisch proces is die van de verrotting, de fermentatie of de putrefactie en werd door Paracelsus beschouwd als de belangrijkste van alle stadia. De plant sterft, stort in elkaar en gaat rotten en stinken. Daarbij ontstaat alcohol dat in het volgende stadium, het vijfde, via destillatie wordt gewonnen. In De Alchemische Bruiloft wordt de vierde fase verbeeld door de onthoofding van de koninklijke figuren.

De alchemie is natuurlijk niet het enige symboolstelsel waarmee de spirituele weg kan worden uitgedrukt en begrepen. Andere symboolstelsels zijn bijvoorbeeld astrologie, de Maya-kalender of Tzolkin, de Germaanse runen, het Hebreeuwse alfabet, de I Tjing en de tarot. De vierde fase van het laten sterven van het oude bewustzijn wordt in de tarot niet alleen verbeeld door arcanum 13: de dood, maar ook door arcanum 16: de toren (zie afbeelding 6 in hoofdstuk 3). In het boek ‘Egyptische Mysteriën – inwijding in de esoterische tarot’ spreekt de hogepriester daarover tot de priester in opleiding:

‘Het symbool waarvoor je vandaag geplaatst staat heet verwoesting. Je ziet een door de bliksem getroffen toren in tweeën breken en in vlammen opgaan. Vanuit het raam van de bovenste verdieping stort zijn gekroonde bouwer, van wie de kroon van het hoofd valt, met uitgespreide armen omlaag. De verwoesting van de toren door de bliksem zegt ons dat de tijd alles wat mensenhanden voor hun eigen verheerlijking oprichten, vernietigen zal. Dat is de grote wet, geldig tot in oneindigheid.
Wat mensen voor hun verheerlijking opbouwen, of het in naam van de godsdienst of in naam van de staat geschiedt, zal niet beklijven. De eeuwigheid zal het vernietigen en de wereldlijke of geestelijke bouwer of bezitter van de toren zal van het in elkaar zakkende gebouw ter aarde storten en zijn kroon verliezen. Een kroon geeft in feite uitdrukking aan het ontbreken van wezenlijke grootheid en bekwaamheid tot leiden. Daar waar de verlichte geest zou moeten heersen, regeert glanzend
metaal.
Werk, mijn zoon, niet voor je eigen baat, roem of eer, maar tot nut van het algemeen in de zin van de grote wet, de ontwikkeling van de werelden, en je zult iets blijvends neerzetten en oogsten wat je gezaaid hebt.’

4 thoughts on “beschouwing 4

  1. Chris van Hoorn

    In het voorwoord wordt gesproken over dwaalleraren. Dezen zijn te herkennnen aan hun gebrekkinge afgeknotte ‘oplossingen’ zoals in de toepaste psychologie van Freud, waar tegelijkertijd de Gnosis van het Hart ontkend wordt met een schijnbare verbetering van de persoon, die wel subtiel onderdrukkend is, omdat deze het oude ego in nog matelozer zelfzucht handhaaft en waar de gebroeders Leene al voor waarschuwden..Spiritueel leraar Jung ging er al van uit dat je pas kon veranderen als je dat van Binnenuit doet in een totaal vernieuwd denken, dus zonder emotie, waar ook de Zwartvoet indianen het volkomen eens mee zijn en wat Ron Hubbard samenvoegde tot Dianetics, volkomen gelijk aan de intentie der Twee geboden van de Christus: Heb God in jezelf Lief en daaraan gelijk, je naaste Lief als jezelf.

    Reageren
  2. Jes Jespers

    Het oude bewustzijn laten sterven

    Voor het scheppende bewuste ZIJN is de hele de schepping met zijn bewustzijnsvormen in ruimte en tijd, het lichaam en de geest van het vormeloze goddelijke bewuste ZIJN. Wij mensen zijn tweeledig, ons lichaam en onze geest leven als bewustzijnsvorm in de wereld van ruimte en tijd en zijn daarmee vergankelijk en gedoemd te sterven. Het bewuste ZIJN echter is ook onze ziel en is het eeuwig onvergankelijk vormeloos goddelijke bewust ZIJN in ons. Die vormeloosheid maakt dat de ziel onvergankelijk is doch ook dat we de ziel slechts kunnen kennen door in te zien wat de ziel allemaal niet is.
    Wij mensen met ons beperkte dierlijke mentale bewustzijn zijn opgegroeid met de idee dat wij ons lichaam zijn en dat wij over een bewustzijn beschikken. Met dit beeld dat we over ons zelf hebben plaatsen we ons echter als zelfstandige identiteit los van de ziel van de schepping,´ het lichaam en de geest van het goddelijke bewuste ZIJN´. De weg die we te gaan hebben is ons te herenigen, opnieuw te verbinden (=religie) met de Ziel, het ongemanifesteerde bewuste ZIJN.
    Om ons te kunnen herenigen moeten we afscheid nemen van wat ons scheid van het goddelijke bewuste ZIJN. Het belangrijkste obstakel bestaat uit de identificatie met ons lichaam, de idee dat wij ons lichaam zijn. Alle identificaties, als heilige overtuigingen, meningen, angsten en verwachtingen, hebben zich als bewustzijnsvormen genesteld in de geest en vormen samen het ego. Bewustzijn is niet iets dat je kunt bezitten je kunt er alleen door bezeten worden. De bewustzijnsvormen uit je ego kunnen daarom zich als identiteit waar jij bezeten door kunt worden manifesteren. Het hoeft geen betoog dat deze ongewenste identiteiten moeten sterven om ´als verloren zoon weer te kunnen thuiskomen in het huis van de Vader´
    Als we al onze geestelijke bagagevormen, onze meningen, heilige overtuigingen, angsten en verwachtingen, alles aan tijdelijke bewustzijnsvormen achter ons hebben gelaten zijn we ´arm van geest´ geworden, zijn we een niemand met een lege open maagdelijke mind. In ons dagbewustzijn, ook wel wakende slaap genoemd, zijn we geneigd te dagdromen. Als we dit echter bij ons zelf waarnemen kunnen we er voor kiezen aan deze ongevraagde gedachtenspinsels geen aandacht te schenken en stil te worden en de beweging van de geest stoppen. Door dit te doen komen we in het snijpunt waar de zijns-as en de tijds-as elkaar snijden. In dit NU zijn we als via een navelstreng verbonden met de ziel van de schepping, het vormeloze bewuste ZIJN, de leegte vol bewust ZIJN, Kennis en Geluk. Zonder het te beseffen zijn we dus altijd al verlicht geweest door het licht van het vormeloze bewuste ZIJN van onze ziel. Het vormeloze bewustzijn komt via de Aandacht in onze 4-dimensionale wereld, het is niet voor niets dat onze Aandacht het meest begeerde is dat we als individu te bieden hebben. Als de geest stil is in het hier en NU, we in een staat van Aandacht zijn, zijn we in staat bewust onze aandacht te schenken. AANDACHT is voedsel voor waar we het aan schenken, het maakt van horen luisteren en van kijken zien en het vergroot ons besef van waar we onze aandacht aan schenken. In een staat van heldere tegenwoordigheid zijn we ontvankelijk voor inzichten die we nodig hebben, zonder woorden ontvangen we als direct weten vanuit de leegte praktische inzichten of inzichten hoe wijs te handelen.
    Het bewuste ZIJN is heldere tegenwoordigheid ofwel AANDACHT en dat is ook wie wij ZIJN, om dit te kunnen zijn moeten wij ons verlossen van de illusie een ervaringsvorm te zijn.
    De weg die we te gaan hebben is niet langer te zeggen ík ben´, maar het ZIJN is. Dit maakt ons een open en ontvankelijk instrument voor het stille onveranderlijke bewuste ZIJN, het ZIJN van het goddelijke wezen ´Kennis, Bewustzijn en Geluk´. Als we deze staat van zijn bereikt hebben is de eenheid met de ziel van het ZIJN hersteld zijn we niet langer twee, doch EEN, is er nondualiteit.

    Geboorteviering

    Leven is vervoegen van het werkwoord ZIJN
    JeZelf zijn de bloeiwijze van het menselijke zijn
    Niet langer levend in het donker
    Maar van binnenuit verlicht en blij
    Niet langer gekerkerd in je denken
    In wie jij denkt en gelooft te zijn
    Niet langer aan wat dan ook je identiteit ontlenend
    Maar spontaan, frank en vrij een niemand zijn
    Bevrijd uit die cocon door anderen en jou geweven
    In tegenwoordigheid ontwaakt bij zinnen
    Eenieder en alles op je weg beminnend
    Het paradijs belevend waar het altijd is
    Hier en NU
    Jes Jespers 15-12-2014

    Reageren
  3. Maria Band

    Ik begrijp eigenlijk nog steeds niet waar de term ‘ego’ vandaan komt. Komt dit van Freud?
    Ik begrijp denk ik wel wat ermee bedoeld wordt, namelijk het ik-gevoel. Op zich is dat niet goed of fout, maar het is zaak dat het tijdelijke zich onderwerpt aan en opgaat in het eeuwige (tijdloze) om zo van twee een te maken, opdat de deur opent. Het ego tot dienaar maken, het hoofd het hart laten dienen.

    Mijn persoonlijkheid en gaven zijn het ‘gereedschap’ en mijn lichaam de ‘bedrijfskleding’. Beiden zijn nodig voor een leven op aarde, maar het is niet wie ik in essentie ben. Mijn essentie is namelijk bewustzijn, eeuwig, licht, liefde, gelukzaligheid. Zodra ik dat besefte voelde ik een grote vreugde in mij. Ik ervoer de verbinding met mijn essentie, mijn Bron. Het was kosmisch! Ik verdween en loste er in op.

    Pas toen ik er niet meer was, werd ik mij gewaar dat ik eindeloos ben. Ik wil dit van de daken schreeuwen, maar dat is niet wijs. Daarom deel ik het hier, met jullie.

    Wat een prachtige cursus dit! Ik herken veel van mijn eigen proces erin en begrijp nu ook waarom het donkere dal nodig was. Halleluja!

    Reageren
    1. Chris van Hoorn

      Het ego kan niet dienen, Maria, daarvoor is het te grofbesnaard. Jung begreep wat daar mis mee is en Freud koesterde dat door veel te verdienen aan mensen, door ze in verdovende misleiding in ontreddering te storten en de innerlijke Goddelijke Vonk in te kapselen in verregaande ontkenning.
      Jung werd later voor zijn sublieme ontdekkingen en zijn successen, door Freud vervolgd. Alleen de persoonlijkheid die begrijpt wat het zelfzuchtige ego is, met diens angst , zorgen en vrees, waaruit ook boosheid en arrogantie, weet terug te dringen op basis van juist analytisch verstandelijk inzicht, en gevoed door de ontwakende innerlijke Ziel, het Innerlijke Christusbeginsel, gesteund door de Kosmische Orde, kan de Ene Innerlijke gaan dienen. Dat kan en mag uitgedrukt worden op oneindig veel wijzen, maar wel in eenvoud des Harten in o.a. de Invocation van Hazrat en Broeder Inayat Khan: “Tot de Ene, de Volmaaktheid van Liefde, Harmonie en Schoonheid, het Enige Wezen, verenigd met alle Verlichte Zielen die de Belichaming vormen van de (innerlijke) Meester, de Geest van Leiding.”

      Reageren

Laat een reactie achter op Jes Jespers Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *