Zelfovergave en het actief worden van de Teh, de liefdekracht die van Tao uitgaat

 

Zelfovergave en het actief worden van de Teh, de liefdekracht die van Tao uitgaat. Hart voor Tao.

De leerling van Tao laat geleidelijk aan alles achter zich wat Tao in de weg staat. En dat is heel erg veel. Dat is hij uiteindelijk zelf, met al zijn mooie en minder mooie eigenschappen, met heel de pracht van zijn denken, voelen en handelen. Niet omdat hij ‘slecht’ zou zijn, maar omdat wanneer hij zijn handelen uit eigenbelang opgeeft, zijn innerlijke spiegel zich op Tao kan richten.

Dit is een proces waarbij de Teh de volgeling van Tao zeer behulpzaam is. Naarmate deze meer en meer in de zelfovergave staat, wordt de kracht van de Teh in hem of haar actief in een van haar andere uitwerkingen: innerlijke kracht genaamd.

Geleidelijk wordt de zoeker naar Tao zich bewust van de Teh, van de liefdekracht die van Tao uitgaat, zoals de straling die van de zon uitgaat. Stap voor stap verandert hij van een mens die deze kracht onbewust ontving tot een mens die bewust met de kracht van de Teh mee gaat werken.

Wanneer de leerling van Tao zichzelf onderzoekt, stelt hij zichzelf steeds vaker de vraag: ‘Komt mijn handelen voort uit eigenbelang? Wil ik er op een of andere manier beter van worden? Hoe minder hij zichzelf centraal plaatst, een stapje terug zet, hoe meer ruimte er in hem ontstaat voor de liefdewerkingen van de Teh.

De onbaatzuchtige deugd die de mens die zich op Tao richt nu – heel spontaan – laat zien, is geen persoonlijke eigenschap, maar het is de uitkomst van de innerlijke kracht van de Teh.

Voor de volgeling van Tao is ‘deugd’ niet het doel, ingezet om er een ‘beter’ of mooier’ mens door te worden, want dat zou een handeling uit eigenbelang zijn. De deugd die Lao Zi bedoelt is het gevolg van de werkzaamheid van de innerlijke kracht van de Teh. Deze kracht transformeert hem tot een mens die niet gedreven door eigenbelang – als vanzelf – deugdzaam handelt, niet omdat hij dit besloten heeft, maar omdat hij niet anders meer kan, het gaat vanzelf.

Vergelijk het met een steen, wanneer deze de hele dag door de zon verwarmd is, wordt deze opgenomen warmte wanneer het koeler wordt spontaan uitgestraald. Zo is ook het kenmerk van de innerlijke kracht van Tao om zich mee te delen in de mens, om uit te stralen – onopzettelijk.

Uiterlijk verschilt de leerling van Tao niet van de mens die hij eerst was. Hij leidt niet ineens een opzichtig ‘braaf’ leven. Het is zijn basisgerichtheid die aan het veranderen is: van zichzelf in het centrum plaatsen, tot Tao en de Teh in het centrum weten. Innerlijk wordt hij hierdoor ingrijpend veranderd.

Er wordt wel gezegd: ‘de deugd staat in het midden’. Dit is een opmerkelijk gezegde, dat duidelijk maakt dat er iets opvallends aan de hand is met alle menselijke deugden: wanneer er teveel dan wel te weinig van is, ontstaat ondeugd. Moed is een deugd, maar teveel maakt roekeloos en met te weinig is men laf.

Geduld is een schone zaak, waar wie te geduldig is stelt geen grenzen en wie te weinig geduld heeft staat niet open voor de behoeften van een ander.  Vriendelijkheid is een deugd, wie er te weinig van heeft is een chagrijn en wie er teveel van heeft is behaagziek. Ondeugd komt voort uit een onbalans tussen yin en yang, uit een te veel of te weinig.

Zou de leerling zich voornemen een voorbeeldige leerling van Tao te zijn die nooit faalt, dan is dat een opzettelijke begeerte die van het ego uitgaat. Omdat de mens tot de wereld van de tegenstellingen behoort, zal hij tot de ontdekking komen dat hij het tegendeel bereikt van wat hij wenst.

De weg van Tao gaan betekent alles opgeven, zelfs het willen gaan van deze weg! Niet omdat het hem niets kan schelen, wel omdat hij beseft dat het willen een opzettelijke actie is die het in overgave gaan van deze weg ‘in de weg‘ staat. Tijdens het gaan van die weg is en blijft de volgeling van Tao een gewoon mens. Hij is niet volmaakt en zal het ook nooit worden, maar hij wordt wel in liefde aangenomen, omhuld en doordrongen van de kracht om te volharden.

Leerling van Tao citaat Hart voor Tao Elly Nooyen spirituele tekstenDe leerling balanceert op het scherpst van de snede: hij begint het belang te beseffen van zelfovergave aan Tao en hij begint in te zien wat er van hem gevraagd wordt: woe wei, doen het ’niet doen’, maar tegelijkertijd blijft hij een gewoon mens met eigen belangen, wensen en driften.

Hij is als een koorddanser die vast van plan is om zonder ongelukken het eind van zijn koord te bereiken. Wanneer hij echter wil bewijzen hoe goed hij is, wordt hij overmoedig, raakt uit zijn evenwicht en valt. Wanneer hij daarentegen vreest dat hij nooit zonder ongelukken de overkant zal bereiken, raakt hij ook uit balans en valt hij ook.

Hij moet zowel de moed hebben om over zijn koord te lopen, als bang genoeg zijn om goed op te letten wat hij doet. Alleen wanneer moed en angst in hem in balans zijn, kan hij het uiterlijk evenwicht met het koord bewaren. Dan bereikt hij de overkant – als moeiteloos.  Dat is nogal wat. De weg tot Tao is een leerweg, compleet met vallen en opstaan.

Wanneer de leerling van Tao echter volhardt, wordt hij geleidelijk aan een medewerker van Tao. Hij zet daarbij zijn menselijk zijn en kunnen in als instrument, niet als doel. Op deze manier stelt hij zich open voor de liefdewerkingen van de Teh en assimileert hij deze. En onopzettelijk hebben deze via hem een heilzame uitwerking op zijn omgeving.

Bron: Hart voor Tao van Elly Nooyen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *