Gedicht van Florence May Holbrook: Een gebed

Max Heindel schrijft in Rozenkruisers Christendom (verschenen in Nederlandse vertaling in 1929 in Haarlem), voordracht nr. 17, op bladzijde 8: ‘De volgende versregels verschenen een aantal jaren geleden in London Light, en werden door mij als een schat bewaard.’ Met behulp van de Britisch Library, in Londen, de universiteitsbibliotheek van Washington in Seattle en de universiteitsbibliotheek van Chicago, Illinois, was het mogelijk de auteur van onderstaand gedicht en haar biografische gegevens te achterhalen.

Ik vraag niet om meer licht, o God,
maar ogen om wat is te zien:
Geen zoeter zangen, maar oren om te horen
de aanwezige melodieën.

Geen groter kracht, maar ’t juist gebruik
van mijn aanwezige vermogen.
Niet meer liefde, maar de kunst
een frons te veranderen in mededogen.

Niet meer vreugd, maar hoe te voelen
haar aanstekelijke aanwezigheid.
Anderen te geven al wat ik heb
aan moed en opgewektheid.

Ik vraag u God, geen ander gift,
maar wijst Gij mij de wegen
voor ’t juist gebruik van de kostb’re schatten
die ik van u heb gekregen.

Leer mij beheersen ied’re vrees
de heil’ge vreugde smaken.
De vriend die wij willen zijn
en Uw waarheid spreken.

Het zuiv’re minnen, het goede zoeken,
te verheffen met al mijn kracht.
Alle zielen in harmonie doen leven
in vrijheids volmaakte pracht.

Florence May Holbrook (1860-1932)

Florence Hobrook werd in 1860 in Peru, in de staat Illinois als dochter van rechter Edmund S. Holbrook en Anna Case Holbrook geboren. Hij was een van de pioniers in de gemeenschap van Peru en had aandeel in de uitbreiding van de oorspronkelijke stad. Hij vergaarde aanzienlijk veel geld als vastgoedmakelaar, gelijk zijn beide broers, die eveneens in Peru pioniers waren. Tussen 1862 en 1865 verhuisde het gezin uit Peru.

Florence genoot haar opleiding in Peru, Joliet en Chicago, met inbegrip van een cursus aan de universiteit van Chicago waar zij in 1879 afstudeerde in de letteren. Aanvankelijk gaf zij les van 1879 tot 1889 op de Oakland middelbare school in Chicago, waar zij de laatste drie jaar hoofd was. Eveneens was zij hoofd van de Forestville basisschool in Chicago van 1889 tot 1924, waar zij een staf had van 27 leerkrachten en er waren meer dan dertienhonderd leerlingen; en enige tijd aan de Philips Junior middelbare school in Chicago.

Als overtuigd pacifiste was zij in 1917 een van degenen die naar Europa voeren op het vredesschip van Henry ford. Eens drong zij er bij de Amerikanen op aan het woord ‘vrede’ te gebruiken als zij iemand ontmoetten in plaats van het vertrouwde ‘hallo’ of ‘hoi’. Na de eerste wereloorlog reisde zij door Europa en ging in 1929 naar Rusland op studiereis met de John Dewey commissie.

Zij was een bekend medewerkster aan de educatieve literatuur in haar dagen. Haar bekendste werken zijn: Book of Nature’s Myth; Round the year in Myth and Song, Northland Heroes; Elementary Geography; the Hiawatha Alphabeth en een dramatisering van Hiawatha. Na een ziekte van vele maanden stierf zij thuis, in Chicago, op 30 september 1932.

Bron: Max Heindel en The Rosicrucian Fellowship door Ger Westenberg, addendum 3

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *