Essay 9

   Symbolen van de ziel, week 9

De ziel als wereldwerker, hoofdstuk 18 van Mysteriën en symbolen van de ziel

 

In steeds meer woestijnen op aarde worden er elektriciteitscentrales gebouwd die veel elektriciteit opwekken met behulp van thermische zonne-energie. Bij een bepaald ontwerp zijn er honderden vlakke beweegbare spiegels op de grond gemonteerd. Zij reflecteren het zonlicht naar een zogeheten zonnetoren in het midden van de centrale. Bovenin de zonnetoren bevindt zich een grote ketel waarin stoom wordt geproduceerd. Met die stoom wordt via een stoomturbine en een generator elektriciteit opgewekt die op grote afstanden van de centrale nuttig kan worden gebruikt (zie afbeelding 22).

Bij deze vorm van duurzame energie wordt kracht ontwikkeld doordat vele spiegels op elkaar afgestemd zijn en allemaal gericht zijn op hetzelfde doel: het brandpunt in het midden. Op een analoge wijze kan een groep spiritueel strevende mensen die op een harmonieuze manier samenwerkt een enorme kracht ontwikkelen die bijdraagt aan geestelijke bewustwording en vernieuwing op mondiale schaal.

Ieder mens in wie de geestvonk in het midden van de microkosmos is ontwaakt weerspiegelt het licht van de geestelijke zon. In hen die zich vanuit een authentieke levende spirituele traditie
afstemmen op de geestelijke zon groeit de levensboom, en op een bepaald moment gaat deze vruchten dragen waarmee anderen zich kunnen voeden. Dan zal in steeds meer mensen de ziel werkzaam worden als een helder vlammend vuur dat de kracht verschaft om de innerlijke reis te ondernemen.

Als de pelgrims op het pad van vernieuwing naar geest, ziel en lichaam zich regelmatig terugtrekken in hun innerlijke burcht worden zij op een unieke wijze zodanig scheppend werkzaam dat hun leven bijdraagt aan de uitvoering van het goddelijke scheppingsplan. Dan reinigt het zevenvoud van nieuwe krachten hun dof beslagen innerlijke spiegel zodat zij in groepseenheid met het licht van de geestelijke zon hun heilige werk voor wereld en mensheid kunnen verrichten.

Kan ik de spirituele weg niet beter alleen gaan? Alles wat ik nodig heb voor mijn innerlijke reis is toch algemeen beschikbaar? Is het niet beter om in symbolische zin een zonnepaneel op het
dak van mijn woning te plaatsen zodat ik zelfvoorzienend ben en niet afhankelijk van anderen?

Als je zulke vragen stelt getuigt dat van initiatief en van autonomie. Ze tonen aan dat je ontwikkeld bent tot een zelfbewust individu, en dat de involutie van de microkosmos die je bewoont met succes is afgerond. Dankzij hulp van scheppende hiërarchieën is er na een lange ontwikkelingsweg van vele eeuwen een geïntegreerde persoonlijkheid tot stand gekomen die relatief snel een autonome door de geest bezielde persoon kan worden om dienstbaar te kunnen zijn aan alles en allen.

Collectiviteit en individualiteit  

In de zintuiglijk waarneembare wereld is het niet mogelijk dat een spiegel van een grote zonne-energiecentrale in de woestijn tegelijkertijd een zonnepaneel op je woning is. In de wereld van de ziel kan dat in symbolische zin wel. Sterker nog: dat is dringend noodzakelijk. Alles wijst erop dat collectiviteit en individualiteit allebei heel hard nodig zijn en dat het een niet kan zonder het andere. Je kunt allebei zijn: zowel de spiegel in de grote zonne-energiecentrale als het zonnepaneel op je woning.

Het wonder van de kosmos is gecreëerd en wordt van moment tot moment in stand gehouden door de werkzaamheid van talloze autonome engelen op vele niveaus die intelligent en harmonieus samenwerken. En dat kan ook worden gezegd over het wonder van de microkosmos: ook de mens kon zich ontwikkelen dankzij belangeloze samenwerking tussen engelenscharen. De menselijke samenleving is gecreëerd door en wordt van moment tot moment in stand gehouden door de werkzaamheid van vele autonome mensen die op allerlei niveaus samenwerken en daarbij ook leiding van hogerhand ontvangen. Dat samenwerken tussen de mensen gebeurt, nog lang niet altijd intelligent en harmonieus, maar het is zeker dat het ideaal in de verre toekomst realiteit wordt als gevolg van een heilige bezieling in mensen.

Nu gaan de dagen komen die de zieners in de ether zagen staan. De vlammende driehoek van idealiteit, vitaliteit en realiteit staat opgericht en profetie gaat nu bewijzen hetgeen reeds zo lang gesluierd werd gezegd. De klassieke rozenkruisers wisten het, en daarom beginnen zij hun eerste manifest uit het jaar 1614 met de volgende woorden die ook in de 21e eeuw nog uiterst actueel zijn.

‘Nadat de alleen-wijze en genadige God in deze laatste dagen zijn genade en goedheid zo rijkelijk over het menselijk geslacht heeft uitgegoten dat het inzicht zowel aangaande zijn zoon, als met betrekking tot de natuur, zich meer en meer verdiept heeft, mogen wij zeer terecht spreken van een gelukkige tijd, waarin hij ons niet alleen de helft van de onbekende en verborgen wereld heeft doen vinden en ons deze geopenbaard heeft, en ons vele wonderbaarlijke en tevoren nimmer geziene werken en schepselen van de natuur heeft getoond, doch bovendien zeer verlichte, geniale mensen heeft doen opstaan, die de ontaarde en onvolkomen kunst gedeeltelijk opnieuw hersteld hebben, opdat toch eindelijk de mens zijn adeldom en heerlijkheid zal verstaan, en inzien om welke reden hij microkosmos wordt genoemd en hoever zijn kunst in de natuur reikt.
 
De onbezonnen wereld is hiermee echter weinig gediend, en daarom zal de laster, het gelach en gespot veeleer toenemen. Ook is bij de geleerden de trots en de eerzucht zo groot, dat zij het niet vermogen in eenheid, uit alles wat God in onze eeuw zo rijkelijk heeft meegedeeld, een boek van de natuur, of richtsnoer voor alle kunsten, samen te stellen, doch integendeel elkaar verdriet en tegenwerking aandoen.’

Internet  

Vandaag de dag hebben wetenschappen, religies en kunsten zich tot ongekende hoogten ontwikkeld, maar ze lopen wel tegen grenzen aan. De innerlijke kennis over de Christuskracht, die via Jezus aan de gehele mensheid ter beschikking is gesteld, wordt aan een sterk groeiend aantal spirituele zoekers geopenbaard.

Steeds meer mensen gaan inzien dat zij veel meer zijn dan een sterfelijke persoonlijkheid, dat zij een tijdelijke manifestatie zijn binnen een onsterfelijke microkosmos waarin geleidelijk verlichting en geestelijke rijkdom tot stand komt. Kennis over de mysteriën die voorheen nauwgezet verborgen werd gehouden binnen mysteriescholen is nu binnen het bereik gekomen van ieder ontwikkeld mens met toegang tot internet.

Los van alle negatieve aspecten die aan het internet zijn verbonden, en die aangestipt zijn in hoofdstuk 14 mogen we het tegelijk zien als een fantastisch instrument om mensen te leren hoe ze tot het ware geluk kunnen komen, hoe ze verlicht kunnen worden door de geestelijke zon die alles en allen omvat en tegelijkertijd in alles en allen aanwezig is. Jan Amos Komensky uit Moravië in het huidige Tsjechië, beter bekend onder zijn Latijnse naam J.A. Comenius (1592-1670) voorzag al in 1641 de komst van zo’n universeel medium waar iedereen overal alles kan vinden wat nodig is voor het ervaren van ‘gelukzaligheid’, zoals hij dat noemt.

Comenius kunnen we met recht een universele mens of uomo universale noemen. De vlammende driehoek van kennis, liefde en daad verlichtte zijn hele leven, dat bepaald niet gemakkelijk en comfortabel was. Comenius was theoloog en heeft een theologisch-filosofisch systeem uitgedacht met het doel de wereld te verbeteren door de mens op te voeden tot een vrij wezen dat zelf beslissingen neemt en in staat is vrijwillig te kiezen voor het goede. Hij vernieuwde de pedagogiek, introduceerde aanschouwelijk onderwijs en schreef verschillende leerboeken. Verder hield hij zich bezig met onder andere cartografie, muziek en geneeskunde.

In zijn boek Via lucis (De weg van het licht) – dat Comenius voltooide in 1642 in Londen, maar pas werd gepubliceerd in 1668 toen hij in Amsterdam woonde – beschrijft hij onder meer zeven wegen om tot kennis te komen. Die zeven wegen van het verstandelijke licht zijn in de loop van de geschiedenis allemaal na elkaar in de aangegeven volgorde tot ontwikkeling gekomen.

  1. persoonlijke waarneming
  2. het gesprek
  3. publieksbijeenkomsten
  4. het schrift
  5. de boekdrukkunst
  6. de zeevaart
  7. allen-alles-alom

Allen-alles-alom  

De zevende weg van het verstandelijke licht, die Comenius allen-alles-alom noemt, was er nog niet in zijn tijd en doet heel sterk denken aan het internet zoals wij dat nu kennen. In Via lucis schrijft hij daarover het volgende.

‘En zo wachten wij, langs de weg van de eeuwen tot hier gekomen, en na deze zes wegen van het licht afgelegd te hebben, de zevende af. En omdat wij hier langs een opklimmende weg gekomen zijn, moet ook wat overblijft een hoger stadium zijn. Dit echter, wat kan het anders zijn, dan dat, nu het verkeer tussen de eeuwen door de boekdrukkunst en tussen de volkeren door de zeevaart ontsloten is, uit alle tot op heden onontdekte lichtbronnen één groot licht ontstaat tot algemeen gebruik van de mensheid?

Dat namelijk al wat ooit en ergens individueel en als het ware tot eigen gebruik aan waars en goeds overwogen, gezocht, gevonden en van Godswege geopenbaard is, en in bezit genomen in onze, deze of gene eeuw en in ons, dit of dat volk, cultuur, familie huisgezin, – dat dit nu in zijn geheel de gehele wereld gegeven wordt.

En wat enkelingen, begaafd met een scherper verstand, alleen konden volgen, naderhand allen zullen kunnen bevatten, nadat de mysteriën van die dingen ontsluierd en aan het daglicht gebracht zijn, en dat het begrijpen ervan niet meer zo moeizaam zal zijn als het was, maar gemakkelijk, moeiteloos en plezierig, vanwege de gemeenschappelijke harmonie die allen in alles getoond zal worden.

In één woord: wij betreden een grootse weg van het licht, langs welke de stervelingen allen-alles-alom zullen zien dat hen tot gelukzaligheid noodzakelijk is.

Tussen de zeven stadia van het verstandelijke licht loopt een prachtige stijgende lijn, doordat elk van de latere stadia de voorafgaande niet opheft, maar in zich begrijpt en bekrachtigt. Zoals immers waar het gebruik van taal begonnen is, dit de eigen waarneming niet heeft afgeschaft, maar gelegenheid heeft geboden daartoe meer mensen uit te nodigen; en ook de vergaderingen van de gemeente het in afzonderlijk verband bespreken en overdenken van de dingen niet ondergraven maar eerder verrijkt hebben.

De uitvinding van het schrift heeft de drie eraan voorafgaande zaken niet geremd, maar juist bevorderd, en de boekdrukkunst heeft het gebruik van de pen niet belemmerd, maar tot een groter werkingsbereik geleid, evenals ook de ontdekkingsreizen dit alles meer mensen bekend hebben gemaakt.’

Is het internet dan misschien het boek van de natuur waarover in de inleiding van de Fama fraternitatis staat geschreven? Het world wide web is een vergaarbak van bijna alles wat de mensheid heeft voortgebracht: van het meest verdorvene tot het aller-edelste. Deze digitale afspiegeling van de mensheid gaat dus zeker over de natuur in de meest brede zin van het woord, maar omdat het een vergaarbak is van talloze visies die veelal onderling met elkaar in strijd zijn, kan het geen richtsnoer zijn voor alle kunsten. Wel is het mogelijk dat zulke richtsnoeren via internet kunnen worden bestudeerd.

Tegenwoordig is het prima mogelijk om via internet bijeenkomsten te houden. Dat is heel zinvol omdat daarmee allerlei kosten en rompslomp ten aanzien van reizen en stoffelijke faciliteiten kunnen worden voorkomen. Toch is het belangrijk om te beseffen dat er een grotere kracht uitgaat van fysiek samenkomen, zeker als het gaat om spiritueel-religieuze bijeenkomsten in een tempel omdat het groepslichaam dan een grotere krachtsuitstorting mogelijk kan maken.

Mens- en wereldbeeld  

Wat zou er in de Fama worden bedoeld met een boek van de natuur? De klassieke rozenkruisers zwijgen daarover. Blijkbaar mag de goede verstaander dat zelf bedenken. Het is zeker niet onredelijk om de Fama zelf een boek van de natuur te noemen omdat dit geschrift kan worden gezien als een compendium, een samenvatting van het heelal.

Zo beschouwd is een boek van de natuur een creatie die een mens- en wereldbeeld tot uitdrukking brengt en het mogelijk maakt een verbinding te ervaren met de wereld van de ziel. Dat kan gaan om bijvoorbeeld de goddelijke komedie van Dante Alighieri, de wereldbeschouwing der rozenkruisers van Max Heindel en het christelijke inwijdingsmysterie van Jan van Rijckenborgh. En natuurlijk mogen we klassieke heilige geschriften zoals de avesta, de bhagavad gita, de bijbel, de dhammapada, de koran, de daodejing en de upanishads niet vergeten. De klassieke rozenkruisers schrijven in hun manifest Confessio fraternitatis uit 1615:

‘Het meest aan ons gelijk zijn zij die de bijbel maken tot richtsnoer van hun leven, tot het hoogste van hun streven naar kennis en tot een beknopte samenvatting van de gehele wereld. Van de oorsprong van de wereld af, is de mens geen groter, bewonderenswaardiger en heilzamer werk geschonken dan de heilige boeken. Gezegend is hij die ze bezit; gezegender is hij die ze leest; het meest gezegend is hij die ze grondig leert kennen; terwijl hij het meest aan God gelijk is, die ze begrijpt en dient.’

Een boek van de natuur kan ook een bouwwerk zijn dat duidelijk geïnspireerd is vanuit de wereld van de ziel. Denk aan de indrukwekkende piramiden in Egypte en de middeleeuwse kathedralen die rijk zijn aan universele symboliek, en in hun afmetingen, proporties en structuren kosmische wetmatigheden weerspiegelen. Sommige bouwmeesters van de kathedralen waren ingewijden en beschikten over uitgebreide esoterische kennis.

Bepaalde schilderijen waaronder de tuin der lusten van Jeroen Bosch en de kabbalistische leertafel van Johann Friedrich Gruber kunnen we ook zien als een boek van de natuur. En wat te denken van muzikale meesterwerken zoals Die Zauberflöte van Wolfgang Amadeus Mozart, The Messiah van Georg Friedrich Händel en diepzinnige werken van Johann Sebastian Bach? Bach heeft eens gezegd dat het uiteindelijke doel van alle muziek niets anders zou moeten zijn dan God te prijzen en de ziel te laven.

Uit onderzoek van de musicus Kees van Houten blijkt dat in bepaalde composities de naam Bach wordt getransformeerd in de naam Christian Rosencreutz en ook dat er een rozenkruis-spreuk uit de Fama fraternitatis is te herkennen: ‘Deze samenvatting van het heelal heb ik bij mijn leven mij tot een graf gemaakt.’

Comenius was zeer goed bekend met de manifesten van de rozenkruisers in Zuid-Duitsland, waarin de figuur van Christiaan Rozenkruis centraal staat. Hij heeft zelfs een briefwisseling gehad met de schrijver, Johann Valentin Andreae (1586-1654), over eventuele samenwerking om het gedachtegoed gezamenlijk verder uit te dragen. De eens zo bevlogen vriendenkring van Tübingen waar Andreae deel van uitmaakte was echter uit elkaar gevallen, onder andere als gevolg van de dertigjarige oorlog. Andreae had vanwege allerlei tegenslagen niet meer de vitaliteit en veerkracht om mee te werken aan de plannen van Comenius.

Geleerden hebben het boek Via lucis wel eens de Fama van Comenius genoemd omdat het een reformatiepoging is die in diepste wezen gelijk is aan die van de rozenkruisers. Comenius droeg zijn boek Via lucis, dat evenals de Fama met recht een boek van de natuur kan worden genoemd, op aan de Royal Society, een genootschap van grote geleerden in Engeland. We zouden kunnen zeggen dat Comenius de fakkel van inspiratie had overgenomen van de rozenkruisers en deze door West-Europa droeg.

Comenius was voorganger en later ook bisschop bij de Moravische broeder-uniteit. In deze hechte en krachtige geloofsgemeenschap werd vanuit christelijke idealen harmonieus samengewerkt volgens de traditie van de Boheemse hervormer Jan Hus (1370-1415). Hus (Tsjechisch voor gans) is in 1415 in Praag wegens ketterij verbrand en schreeuwde op de brandstapel waar hij werd terechtgesteld: ‘Jullie braden nu een gans, maar er zal een zwaan uit zijn as herrijzen’. Later herinnerde men zich deze woorden van Hus en meenden dat zij betrekking hadden op Maarten Luther. En zo werd de zwaan het symbool van Luther en de Lutherse kerk.

Ganzen in v-formatie  

Een vlucht ganzen is overigens een prachtig symbool voor samenwerking. Robert McNeish schreef daarover in 1972 een beroemde tekst die nog steeds veel wordt gebruikt in cursussen over leiderschap en samenwerken. In hoofdstuk 13 (essay 4) is al uitgebreid toegelicht waarom de gans wordt gezien als een symbool voor de ziel. Wilde ganzen trekken in de herfst gezamenlijk naar warmere gebieden om daar te overwinteren. Zo beweegt een spirituele groep zich in de richting van de wereld van de ziel. Zij werken aan zichzelf terwijl zij bezield blijven door uitwisselingen in de groep.

Ganzen vliegen in een v-formatie omdat elke gans die zijn vleugels uitslaat daarmee een opwaartse kracht creëert voor de vogels die volgen. Door te vliegen in een v-formatie gebruikt de groep slechts 72 procent van de energie die nodig zou zijn wanneer de ganzen alleen zouden vliegen. Op analoge wijze bereiken mensen die vanuit groepseenheid gezamenlijk in een bepaalde richting gaan hun doel eerder en gemakkelijker omdat zij gebruik kunnen maken van de stuwende kracht van elkaar.

Wanneer een gans uit de v-formatie raakt, dan voelt hij ineens de vertraging en de weerstand van het alleen vliegen. Die gans zal zich dan snel weer invoegen in de formatie om te profiteren van de opwaartse kracht van de vogel die voor hem vliegt. Als we hetzelfde besef zouden hebben als ganzen, dan blijven we bij de groep die dezelfde kant opgaat als waar wij naartoe willen. We accepteren hulp en helpen anderen.

De voorste gans in de v-formatie heeft het natuurlijk het zwaarst omdat deze de meeste luchtweerstand moet overwinnen. Als de voorste gans moe wordt, gaat deze achterin de formatie vliegen en neemt een andere gans de leiding over. Als we dit gegeven vertalen naar samenwerking tussen mensen, kunnen we zeggen dat het aan te bevelen is om moeilijke taken af te wisselen en het leiderschap te delen. Evenals ganzen zijn mensen wederzijds afhankelijk van elkaars unieke kennis, vaardigheden, gaven en talenten.

Ganzen in v-formatie snateren om de voorste ganzen aan te moedigen om op snelheid te blijven. Uit die waarneming kunnen we leren dat we ervoor moeten zorgen dat ons gesnater stimulerend is en dat we anderen waarderen en stimuleren om het beste uit zichzelf te halen.

Teamwork loont, en zeker als het gaat om authentieke spiritualiteit. We kennen allemaal de kracht van samenwerken, maar begrijpen we ook de diepere achtergronden daarvan? Er wordt gesproken over synergie waarbij het geheel meer is dan de som van de afzonderlijke delen: 1 + 1 = 3. Er wordt gesproken over synchroniciteit die vooral te bespeuren is wanneer mensen vol overgave aan een project of activiteit werken. Dan verschijnt alles wat nodig is precies op het juiste moment zonder dat alles vooraf in details geregeld was. Dan vallen onafhankelijke gebeurtenissen op een betekenisvolle wijze samen zonder dat daarvoor een oorzaak-gevolg-relatie is aan te wijzen.

Er wordt wel gezegd dat het woord team samengesteld is uit de eerste letter van vier woorden: together everybody achieves miracles of gezamenlijk bereikt iedereen wonderen. Meestal gaat dat natuurlijk niet om spectaculaire verschijnselen, maar om het spontaan optreden van ongeplande gewenste gebeurtenissen die moeilijk aan toeval kunnen worden toegeschreven. We zouden het in verband kunnen brengen met de uitspraak ‘Toeval is een klein wonder dat God anoniem wenst te verrichten’. Maar wat zijn dan wonderen? Het eerste hoofdstuk van Een cursus in wonderen doet daarover in het eerste hoofdstuk enkele uitspraken die de moeite van het overdenken meer dan waard zijn.

  • Op zichzelf zijn wonderen niet van belang. Het enige dat telt is hun bron, die elke waardebepaling verre overstijgt. Dat wil zeggen: wonderen op zich zijn niet het belangrijkste, want het enige dat werkelijk waarde heeft is de bron waar wonderen vandaan komen. Die bron is zo groot en speciaal, dat je als mens de waarde ervan nooit kunt bepalen.
  • Wonderen gebeuren van nature als uitingen van liefde. Het echte wonder is de liefde die ze inspireert. Dat wil zeggen: alles wat uit liefde voortkomt is een wonder. Wanneer liefde gegeven wordt ontstaan wonderen. De basis van het wonder is de liefde en dat is het enige dat een echt wonder is.  
  • Alle wonderen betekenen leven, en God is de schenker van leven. Zijn stem zal je heel specifiek leiden. Al wat je moet weten zal jou worden verteld. Dat wil zeggen: alle wonderen die gebeuren hebben als doel het leven te behouden en God is degene die het leven gegeven heeft. Zijn stem zal je op een hele speciale manier leiden en alles wat je moet weten zal jou worden verteld.
  • Wonderen zijn gewoonten en horen onopzettelijk te zijn. Ze dienen niet onder bewuste controle te staan. Bewust geselecteerde wonderen kunnen een product van misleiding zijn. Dat wil zeggen: liefde veroorzaakt wonderen en daarom hoort liefde een gewoonte te zijn. Je hoort liefde te geven zonder dat je je daarvan bewust bent. Over liefde hoef je niet na te denken, want als je eerst nadenkt voordat je liefde geeft, dan kunnen er bijbedoelingen ontstaan. 
  • Wonderen zijn natuurlijk. Wanneer ze uitblijven, is er iets misgegaan. Dat wil zeggen: wonderen horen als vanzelf te gebeuren.
  • Wonderen zijn ieders recht, maar eerst is loutering noodzakelijk. Dat wil zeggen: je kunt pas een wonder geven en ontvangen als je hart zuiver is.
  • Wonderen genezen doordat ze een gemis aanvullen; ze worden door hen die tijdelijk meer hebben, verricht voor hen die tijdelijk minder hebben. Dat wil zeggen: wonderen hebben een genezende werking omdat ze iets dat ontbreekt aanvullen; ze worden verricht door mensen die tijdelijk meer liefde hebben voor hen die tijdelijk minder liefde ervaren.

Op deze plek mogen we nog wat verder gaan dan de cursus in wonderen en nog iets opmerken over de bron. De bedoelde wonderen vinden hun oorsprong inderdaad in God, maar daar wordt niet de Allerhoogste mee bedoeld, want het is onmogelijk om die te kennen en te ervaren. De moslims hebben helemaal gelijk als zij zeggen dat het niet mogelijk is om een persoonlijke relatie aan te gaan met Allah omdat hij boven alles verheven is. Toch kunnen we als mens in contact komen met de goddelijke wereld en het goddelijke ervaren. Dat is mogelijk dankzij krachten en entiteiten die als concrete manifestaties van de Heilige kunnen worden beschouwd en die als intermediair kunnen optreden.

Als er wonderen optreden zoals genoemd, hebben we die te danken aan een dergelijke werkzaamheid. Als mensen in een team vanuit zuivere intenties samenwerken, werken ook hun zielekrachten samen. En als een groep spiritueel strevende mensen gezamenlijk een authentieke spirituele weg gaat, wordt er voor die groep een nieuw bezield levensveld gecreëerd dat in kracht toeneemt naarmate de groep vordert. In dit verband wordt er ook wel gesproken over een levend lichaam.

In de afgelopen eeuwen is er een enorme verdeeldheid ontstaan tussen allerlei religieuze en spirituele groeperingen. Nu lopen de kerken leeg en verenigingen krimpen of verdwijnen. De noodzaak tot samenwerking op religieus en spiritueel gebied wordt steeds sterker ingezien. We zien allerlei initiatieven om hier te komen tot een nieuw elan. Daarbij groeit de belangstelling voor de mysteriën van de ziel omdat de ervaring leert dat het niet meer mogelijk is te blijven vasthouden aan verouderde aannames, overtuigingen en paradigma’s uit vroegere eeuwen. Jan van Rijckenborgh voorzag deze ontwikkeling. In hoofdstuk 2 van zijn boek De roep der rozenkruisers broederschap schrijft hij het volgende.

‘Er nadert een nieuwe mogelijkheid. Op de stukgeslagen hoop en de vernietigde zelfverzekerdheid van het hoog-intellectueel publiek gaat zich straks vestigen een nieuw verlangen. Spot, gelach en laster zullen van de gezichten verdwijnen en men zal luisteren naar de esoterici, eindelijk naar hen luisteren. Dan zullen de zonen van de profeten u vertellen gaan van de alomtegenwoordige goddelijke wijsheid, die nader is dan handen en voeten. Zij zullen u zeggen, hoe deze wijsheid te verkrijgen is. Zij zullen u aandrijven tot een nieuwe levenshouding, geboren uit de liefdekracht van Jezus Christus.

U zult ontdekken gaan hoe een reine witte bloem zich in uw wezen gaat openbaren, de mystieke lelie, de lotus van de oosterse zieners. Het is het binnentreden in de heilige hallen van de abstracte gedachte, waar de wijsheid van God, het universele weten, als kracht kan worden ingedronken. Het is een wandelen in het licht, gelijk Hij in het licht is.

Op deze wijze vouwt zich voor de leerling open een onmetelijke godskennis, een goddelijke filosofie, de filosofie van het magische weten. Welnu, op deze basis, bij deze poort van de eeuwigheid, zullen allen die geroepen worden tot het neo-intellectualisme, alle minnaars van de ware wijsheid, verenigd worden.

En daar zullen zijn denkers, dichters, en bouwers, geroepenen voor alle takken van wetenschap, kunst en religie; en gelaafd uit die ene bron van oerwijsheid, als broeders en zusters tot één keten aan elkaar verbonden, zullen zij ten arbeid tijgen, tot grandioze ontplooiing van hun talenten.

In het godslicht zullen hun talenten openbloeien als een roos, en hand in hand zullen zij met hun lichtende daden schrijven het grote boek van de natuur, als een waarheid, die eeuwigheden zal verbinden.

Tot sterven is gedoemd al het onwaarachtige. Tot leven is geroepen al wat geboren wordt uit het eeuwig zonnehart van de vader.’

Een gedachte over “Essay 9

  1. Anne Maria

    Ontbreekt er bij deze laatste tekst niet – zoals dat de vorige keren het geval was – een oproep om indien mogelijk 10 euro bij te dragen voor deze zomer-module? Of heb ik dat over het hoofd gezien?

    Veel dank voor deze serie en ik zal die bijdrage toch wel overmaken.

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *