Gedreven door vuur – vleugels van vuur in de Nederlandse cultuur van 1918 – 1940

BESTEL ‘OP VLEUGELS VAN VUUR’

Pioniers van een nieuwe samenleving uit de eerste decennia van de twintigste eeuw stonden centraal op het symposion Op vleugels van vuur uit 2012 van Stichting Rozenkruis. Zij lieten zich inspireren door de essenties van Oosterse wijsheid én Westerse wijsheid. Zij herkenden het gedachtegoed van Spinoza en omarmden het, zónder daarom vervolgd te worden. Zij stichten genootschappen en zetten zich in om het gedachtengoed verder te ontwikkelen en uit te dragen. 

De tijd tussen de twee wereldoorlogen is voor Nederland een bewogen en vooral inspirerende periode. Dat blijkt uit de vele klinkende namen die het de eerste helft van de 20ste eeuw rijk is. Allemaal aangevuurd door een modern universalisme waar elk provincialisme en sektarisme vreemd aan is. Vanzelfsprekend tellen de stromingen van theosofie, antroposofie en rozenkruiserij rond die tijd in Nederland heel wat volgelingen, waaronder nogal wat bekende mensen. Ook de befaamde sterkampen te Ommen rond Krishnamurti trekken veel toehoorders.

BESTEL WAARHEID IS HET LEVEN ZELF

En ruimer gezien is er, en opmerkelijk is dat vooral in het Gooise, een smeltkroes ontstaan van christenen, anarchisten en religieuze socialisten. Mensen die wars van traditionele kerkbeleving streven naar wereldverbetering en zelfverandering, en die op zoek gaan naar  een andere geesteshouding en vooral ook levenswijze. Denk aan de vele landbouwkolonies in deze streek en waarvan Blaricum het mooiste voorbeeld vormt.

In de rand daarvan mogen ook namen van bij ons niet onvermeld blijven. Ik zet er enkele op een rijtje. Van onder meer de flamboyante maar ook controversiële professor G.J.P.J Bolland. Zeer vertrouwd met het gedachtegoed van de theosofie en tegelijk ook de voortrekker van wat hij zelf de Hegelarij noemt. Doet hier als eerste onderzoek naar antieke mysteriën en de vroegchristelijke gnosis. En wil met zijn taal van ‘de zuivere rede’ een overwinning behalen op het bijgeloof van de volksreligie.

Laten we ook maar de naam vallen van professor A.H. de Hartog, de bevlogen Amsterdamse predikant en belangrijk inspirator van de gebroeders Leene. Die hoopt Nederland te ontvoogden van zijn enggeestig en fundamentalistisch bijbelgeloof en hij stoelt zijn visie daarbij naast Spinoza vooral op de Duitse idealistische wijsbegeerte. En wat bij hem uniek is: hij verbindt de filosofie van een Hegel, een Schelling en noem maar op, terug met haar eigenlijke voorvader, met de philosophicus teutonicus (Jacob Boehme, fakkeldrager van het Rozenkruis 7) van wie de Hartogs vrouw een mooie bloemlezing uitgeeft onder de titel De roede des drijvers verbroken.

BESTEL ‘DE ROEDE DES DRIJVERS VERBROKEN’

Nog een greep uit de velen. Hebben we het dan bijvoorbeeld over de letterkundige Frederik van Eeden. Die zich in zijn onrustig zoeken naar geestelijk vernieuwing jammer genoeg ook bezondigd heeft aan niet ongevaarlijke spiritistische experimenten.Of denken we we aan één van de bewoners van zijn woonkolonie Walden: de uitgever Nico van Suchtelen, die naast het tweede deel van Goethes Faust en Dantes Divina Commedia ook de Ethica van Spinoza uit het latijn vertaald heeft. Zelf schrijft hij ondertussen ook werken als Tot het Al-ene. Hij benadrukt daarin dat het in de toekomst niet meer mag blijven bij theoretische vroomheid maar een praktische levenshouding nodig is om te komen tot een innerlijk begrip van het Eeuwige , van het Al-Ene.

Vermeld ik voorts nog schrijvers als de met het Oosten dwepende Henri Borel, als de socialistische dichter Adama van Scheltema en als H.W. van de Berg van Eysinga, predikant in Zutphen die dweept met het werk van Leo Tolstoi. En verder is er nog de filosoof dr. J.D. Bierens-de Haan, met zijn studies over het ‘waare, goede en schoone Geestesleven’. Ook hen is het er om te doen mensen een begrip van het Absolute bij te brengen.

En vergeten we ook niet de scherpzinnige Carry van Bruggen. Zij beweert in Prometheus en Hedendaags Fetisjisme – zwaar ondergewaardeerde boeken trouwens; vrouwelijke auteurs krijgen dan hoegenaamd nog niet de aandacht die ze verdienen – dat de zelfontwikkeling van het Absolute alleen maar mogelijk is door toenemend zelfbewustzijn van de mens. Ik verwijs ook nog graag naar de cultuurhistoricus Johan Huizinga. Van hem kent u vast het magistrale Herfsttij der middeleeuwen nog altijd een toonaangevend standaardwerk.

BESTEL HERFSTTIJ DER MIDDELEEUWEN

En zien we niet een gelijkaardige inspiratie uitgaan van schrijvers als Nescio met zijn onvolprezen Titaantjes en van dichters als bijvoorbeeld de sociaal bewogen Henriette Roland Holst en de meer teruggetrokken Adriaan Roland Holst. Diens gedichten invoceren vaak een toestand van nieuw bewustzijn, zoals dat ook klinkt in het ‘Adagio’ van de Vlaming F. Timmermans, een ‘leven zo klaar en wijd, zonder verlangen en ook zonder smart, een wijder leven dan slaap bevatten kan.’

En vinden we veel van die geest tenslotte ook niet terug in het abstracte, kubistische en surrealistische werk van kunstenaars als een Picasso en een Kandisky, en bij ons Piet Mondriaan en M.C. Escher? Of in het expressionisme waar Vincent van Gogh een vroege voorloper van was, of in het fauvisme van Matisse? Zoals evenzeer in de dadaïstische en avant-gardische poëzie van de Belgische Paul van Ostaijen?

In de verrassende dissonante tonen van grensverleggende composities in de muziek, zoals Debussy, Ravel en Satie die in Parijs maken, en die hier te lande bij een Hendrik Andriessen navolging krijgen. En iets later nog sterker zullen doorklinken in de sterk intellectuele en improviserende jazz. Of nog tenslotte – ik hoop dat u niet helemaal onder de lawine van namen bedolven bent – bij moderne architecten zoals in België Le Corbusier, Horta en Van de Velde en hier Dudok, Rietveld en Wijdeveld, de ontwerper van Elckerlyc, het huidige Renova? Wat ons uiteindelijk weer heel dicht bij huis brengt.

Zo zijn we dan na een lange vlucht opnieuw geland waar we opgestegen zijn. Op deze plek: in Nederland en vooral in de omgeving van het Gooi. Aangekomen bij de herauten van een nieuwe tijd, een tijd die hen reeds zijn eerste tekenen heeft laten zien. Zij zijn het die hebben voorbereid wat wij nu in al zijn actualiteit beleven.

We moeten toegeven dat we misschien niet meer de juiste aansluiting vinden bij hun achterhaald aandoende vormexperimenten, bij hun somtijds wat hooggestemde taal, bij hun nog enigszins naïef idealisme. Maar ik geloof dat hun vurig enthousiasme nog altijd op ons kan overslaan, en van hun werk en voorbeeld de geestelijke dynamiek ondergaan.
En is het weliswaar zo dat de aanstokers van de toenmalige vernieuwingsbeweging die Nederland als brandpunt had , de pioniers van een nieuwe samenleving, vaak onafhankelijk van elkaar hebben gewerkt; ze zijn tegelijkertijd verbonden door een onzichtbaar brandend netwerk. En als we goed kijken kunnen we vaststellen hoe hun afzonderlijke vlammen zich samenvoegen tot een heldere vuurzee. Tot, zeggen we maar, een zee van prometheisch vuur.

Het moment dus om nog even terug te keren naar de Griekse mythologie: daarin kennen we Prometheus en Epimetheus als broederpaar. Epimetheus schenkt de schepping al haar natuurlijke gaven, waaronder bijvoorbeeld snelheid en kracht. Maar mist het vermogen om vooruit te denken. Zijn naam mag u daarom gerust ook vertalen als ‘na-denker’. De kennis waar hij voor staat volgt altijd op ervaring en herhaling. Hij kan enkel het reeds bekende bedenken en nooit iets nieuws. Daarom heeft  onder tijd nood aan de gaven van Prometheus. Het vermogen om te schouwen, vooraf gaand aan alle waarneming en ervaring. Scheppend denkvermogen, altijd gericht op het onverwachte en onvoorspelbare.

Maar eerst krijgen Europa en Nederland nog zwaar te lijden onder de wereldbrand van het zware oorlogsgeweld. Aangewakkerd door een totaal misvormde vernieuwingsdrang, en gebukt onder een juk van collectief opgelegde ideologieën.  Wat ontwikkeld is aan vernieuwende creativiteit wordt nu brutaal in de kiem gesmoord. Ook vrijmetselaars en rozenkruisers krijgen het hard te verduren en moeten hun werk tijdelijk ondergronds voortzetten. En hoe zit het dan daarna vraagt u zich af?  Leek het voor WO II nog of de cultuur door de pioniers die we vermeld hebben kon worden omgevormd en vergeestelijkt, dan gaan die wegen – de culturele en de geestelijke – daarna onherroepelijk uiteen.

Het wordt nu voor velen duidelijk dat de westerse cultuur over haar hoogtepunt heen is, en tekenen vertoont van decadentie en verval. Dat spreekt onder meer uit de filosofie van het existentialisme. Die het individu veroordeelt tot zijn ‘geborgenheid in de wereld (Heidegger) en tot ‘de walging van het niets’ (Sartre). Dat komt ook tot uiting in het postmodernisme dat ’tot de deconstructie van de grote verhalen wil overgaan’ (Derrida). En uit het op alle mogelijke manieren geformuleerde structuralisme, dat elke geestelijk streven vastzet in taal- en maatschappijstructuren en reduceert tot breinstructuren en DNA-codes.

Is dan na ’45 niet een dringende vuurimpuls nodig van een onvervalst geestelijke oorsprong? Zoals die is uitgegaan van het boek dat Jan Leene publiceert onder de naam J. van Rijckenborgh en getiteld is: Dei Gloria Intacta. Het christelijk inwijdingsmysterie van het heilige Rozenkruis voor de nieuwe eeuw. Een impuls die geestelijke zoekers oproept hun heil niet meer te zoeken binnen de bestaande verzuilde kaders van de academische, godsdienstige en culturele wereld. Maar die hen aanmaant een heel nieuwe weg in te slaan. Een inwijdingsweg en een weg van bevrijding die iemand op grond van een vrije en bewuste keuze moet volgen, wil hij deze opwaartse kunnen voeren tot een radicaal innerlijke transformatie.

Niet meer opgesloten binnen de machtsstructuren van muurkerken en tempels van steen. Maar in vrijheid en gelijkheid samengevoegd tot kerken van vuur en ware vuurtempels. Autonoom werkzaam binnen alchemistische smidsen, in geestelijke werkplaatsen of laboratoria. Plaatsen waar op basis van bevrijdend inzicht boven alle culturele en ideologische verschillen uit gesmeed kan worden aan de gemeenschappelijke realisatie van het geestelijk potentieel. Gedragen op vleugels van vuur, gedreven door een geestelijk vuur.

BESTEL ‘HET CHRISTELIJKE INWIJDINGSMYSTERIE, DEI GLORIA INTACTA’

U zal dus nu ook kunnen begrijpen dat het van een dag als deze zeker niet de bedoeling kan zijn ons achter valse verheerlijking van een verleden dat onherroepelijk voorbij is, te blijven verschuilen voor de uitdagingen van vandaag. Iedere tijd heeft zijn eigen verdienste en zijn eigen opdracht. Maar stel nu eens voor dat wij er samen in slagen om dit prometheïsche vuur in ons te laten ontbranden? Zou het dan niet prachtig zijn als we dit ook bij anderen kunnen opmerken, er elkaar in elke ontmoeting wederzijds mee aanvuren, en dit vuur allen samen zodanig om ons heen weten te spreiden, dat we waar dan ook lichtvonken kunnen aanblazen en alle lichtvonkdragers er rechtstreeks op kunnen reageren?

Dan moeten wij toch in staat zijn om met andere en bijbelse woorden gezegd ‘nog grotere dingen te doen dan deze’ of met een meer trendgevoelige term, samen een kwantumsprong te maken? Moet het mogelijk zijn om alle geestelijke einders te verkennen die deze pioniers in de verte hebben vermoed en nu voor ons in het verschiet liggen? In staat om ons met in ons allen vrijgemaakte vuurkracht te verheffen in geestvuur, opwindend van inzicht tot inzicht, van verwondering tot verwondering. Iets waarvan, anders dan bij Icarus, de impact niet meer te overzien is en wat de hele wereld, zowel de beneden- als de bovenwereld, geweten zal hebben.

En toch, beste deelnemers aan deze gedenkwaardige dag, toch kan het niet verkeerd zijn deze dag als een soort eerbetoon – voor sommigen zelfs als een laat eerherstel – te wijden aan de vuurmakers die ons hier heel direct in zijn voorgegaan. En alleen maar passend hen uit de vergetelheid te halen en de plaats toe te kennen in de bewustzijnsontwikkeling van wereld en mensheid, en met name Nederland, die hen toekomt. Want tegelijk geven wij op die manier ook te kennen dat we ons allen blijvend ingeschakeld willen weten in één grote, nooit uitdovende vuurketen.

INHOUDSOPGAVE

Bron: Op vleugels van vuur, symposionreeks 29, bijdrage van Hugo van Hooreweeghe

BESTEL ‘OP VLEUGELS VAN VUUR’